Buiten werking

4 oktober 2018

In de afgelopen maand was er internationaal de nodige ophef over Burundi. Enerzijds waren er een min of meer bemoedigend geluid van de VN, die het proces van vredesonderhandelingen over Burundi (de interne dialoog) niet hekelde maar alleen ‘te traag’ noemde en de Tanzaniaanse voorzitter van de onderhandelingen die de aangenomen grondwet als een recht van Burundi bestempelde. Anderzijds ligt er een rapport van de VN Mensenrechtencommissie dat door Burundi werd verworpen en aanleiding gaf tot de uitzetting uit Burundi van onderzoekers en een boycot door Burundi van verdere samenwerking met de commissie opriep. Het was zware kost om te lezen, maar noodzakelijk om de situatie te kunnen volgen. Hoe dan ook zal er voor vele organisaties reden zijn om te proberen de toekomstige ontwikkelingen in te schatten en contingency rapporten op te stellen; niet eenvoudig. Inmiddels is er verder nieuws.

Midden september 2018 heeft de Burundese senaat buitenlandse NGO’s in Burundi verplicht om hun personeel te laten bestaan uit 60% Hutu’s en 40% Tutsi’s. Buitenlandse NGO’s vallen onder dezelfde wetgeving als Burundese (overheids-)instellingen en hebben zich aan de vastgelegde etnische quota te houden. Vrouwen zouden voor gemiddeld 30% deel moeten uitmaken van hun personeel. Het nieuws werd bekendgemaakt door Anicet Niyongabo (een van de vice-presidenten van de senaat) tijdens een persconferentie.

Op 27 september werd bekendgemaakt dat buitenlandse NGO’s hun activiteiten per 1 oktober 2018 voor 3 maanden moeten opschorten om zich te conformeren aan de Burundese wetten, conform een beslissing van de Nationale Veiligheidsraad (CNS) onder voorzitterschap van de Burundese president een dag eerder. Het nieuws werd via radio en televisie gemeld door de secretaris van de CNS, Silas Ntigurirwa. Deze NGO’s zouden zich volgens een door de CNS uitgevoerd onderzoek niet aan de wetten houden. In de 3 maanden krijgen de organisaties de gelegenheid zich aan een nieuwe wet voor buitenlandse NGO’s aan te passen. Evenzo is de beslissing genomen activiteiten van ondernemingen die frauduleus Burundese mineralen verkopen tijdelijk op te schorten. Overheidsdiensten hebben de opdracht gekregen hierop toe te zien.

De minister van Buitenlandse zaken heeft nu gemeld dat Burundi van de VN Veiligheidsraad agenda af moet. ‘De VN zou de moed moeten hebben om Burundi op de agenda van andere commissies te plaatsen,’ zei minister Ezekiel Nibigira, ‘gericht op ontwikkeling en bijstand voor economisch herstel. De situatie in Burundi vormt geen bedreiging voor internationale vrede en veiligheid.’ Hij bracht in herinnering dat het grondwet referendum op 17 mei kalm en vredig is verlopen en dat de president na het ingaan van de grondwet op 7 juni heeft aangegeven niet herkiesbaar te zijn in 2020 en de nieuwe president te zullen steunen.

Inmiddels lopen de reacties van politici over het NGO-besluit uiteen. Sommige Burundese politici, zoals Leonce Ngendakumana van partij FRODEBU roepen de regering om om het besluit te herroepen, terwijl andere de beslissing steunen. De minister van Binnenlandse zaken Pascal Barandagiye heeft een bijeenkomst georganiseerd met buitenlandse NGO’s om het besluit uit te leggen. De maatregel is naar zijn zeggen niet genomen om NGO’s weg te jagen, want Burundi wil absoluut met ze samenwerken. Deze NGO’s moeten vier documenten overleggen om aan te tonen dat zij de regels van het land respecteren, voordat zij hun werk kunnen voortzetten. Alexandra Giudiceandrea van Artsen Zonder Grenzen vroeg of de ziekenzorg vanuit haar organisatie nu wordt gesloten. De minister antwoordde dat ziekenhuizen en scholen andere overeenkomsten hebben met ministeries binnen de sectoren waarin zij werken, en niet worden gesloten.
‘Schuldig tot het tegendeel is bewezen,’ is de algemene reactie. De NGO-gemeenschap is met stomheid geslagen. CARE, een andere grotere NGO, die met lokale partners werkt, heeft zijn staf en partners opgedragen om tot nader order weg te blijven van overheidskantoren.
De eerste twee benodigde documenten, een operationeel protocol en een samenwerkingscontract met het ministerie van Buitenlandse Zaken, hebben de meeste NGO’s al in hun bezit. Vervolgens moeten ze ook het bewijs voorleggen dat ze de financiële wetgeving respecteren. Ook dit lijkt slechts een formaliteit te zijn.
Maar het vierde document baart de organisaties het meeste zorgen. De NGO’s moeten een strategie voorleggen waarmee ze in drie jaar tijd de etnische evenwichten binnen de organisaties zullen corrigeren. Het invoeren van etnische quota voor de werving van lokaal personeel zorgt al twee jaar voor spanningen tussen de Burundese autoriteiten en de internationale NGO’s. De meeste organisaties staan weigerachtig tegenover het etnisch labelen van hun lokale medewerkers. Het overleg tussen Buitenlandse Zaken en de NGO’s liep uiteindelijk vast.

Kennis zonder Grenzen kan voor meer informatie over deze situatie verwijzen naar het volgende achtergrondartikel, maar zonder verantwoordelijkheid te nemen voor de inhoud hiervan: https://www.mo.be/nieuws/vanaf-vandaag-geen-enkele-buitenlandse-ngo-burundi-nog-erkend.

Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen van openbare media.

Post navigation