Nederlandse blik

10 december 2018

Vandaag is het de Internationale dag van de Rechten van de Mens. Er ontstaat in Nederland meer belangstelling voor het werk van Kennis zonder Grenzen. Dit zijn twee redenen om weer eens wat algemene informatie over Burundi te geven, en ook over het leven in Burundi als Nederlander volgt wat informatie. Zie ook de link onderaan deze pagina.

De bevolking toont gemoedelijkheid en vriendelijkheid. Dit is na een genocide wel bijzonder te noemen, maar het is traditioneel en weer teruggekomen in het dagelijkse leven. ‘Ubuntu’ betekent dat je dingen samen moet doen. ‘Ubumwe’ houdt in dat een mens bestaat door de relatie met anderen. Een van de manieren om elkaar hier te groeten is met de term ‘amahoro’, dat betekent ‘vrede’. Het is hier een narratieve cultuur met veel facetten. Als Nederlander zie je ook dat de traditie en de vriendelijkheid het heel makkelijk maken om een ander iets te vragen. Mee-eten kan altijd. Je vraagt in Burundi een bezoeker niet om later terug te komen als je net zit te eten. En als een Burundees een kans zoekt om zich te ontwikkelen mag hij natuurlijk ook vragen stellen, maar een vraag naar gratis geld zal een Nederlander met ‘nee’ beantwoorden. Het Burundese antwoord op die vraag is meestal ‘ja’. Over het algemeen kan worden gezegd dat het leven in Burundi saamhorig is. Mensen besteden aandacht aan elkaar en zijn heel beleefd. Nederlanders zijn meer individualistisch.

De kwaliteit van een samenleving wordt bepaald door de manier waarop voor de zwakkeren wordt gezorgd. In grote lijnen is Nederland daar goed in, al zal degene waarvan het probleem nou net niet is afgedekt wel klagen en er moet altijd aandacht zijn voor de positie van minderheden. Burundi als staat is niet zo sterk in dit alles en de mensen in het land compenseren dat zelf zoveel mogelijk. Als iemand ziek is, is er altijd hulp van familie, vrienden of buren. Rouw en trouw krijgen veel aandacht. Burundezen klagen niet.

Het land is erg warm, behalve hoog in de bergen, en het kan in het regenseizoen ongenadig regenen. Recent nog ging dat gepaard met een storm die vele daken meenam. Met vereende krachten wordt er dan weer voor gezorgd dat iedereen een dak boven het hoofd heeft. Kleine gemeenschappen hebben een financieel plan, met gezamenlijke inleg, waaruit dit kan worden betaald.

Burundezen zijn actieve mensen, al zou je dat niet zeggen aan het tempo waarin mensen lopen. Als Nederlander ga je hier vanzelf ook langzamer lopen vanwege de warmte. De bedrijvigheid is enorm, vooral in de landbouw. Maar het is allemaal mensenwerk, omdat er geen machines zijn, en dus relatief weinig efficiënt. Omdat landbouw het belangrijkste middel van bestaan is, houdt dit de economie niet draaiende. Burundi voert hoofdzakelijk koffie en thee uit (voor ongeveer een miljoen euro per jaar), maar importeert noodgedwongen voor drie miljoen euro per jaar. De economie ontwikkelt zich niet. Zie voor deze gegevens eerder nieuws op deze site.

De meeste Burundezen zijn mager. Maar de enkeling die wel tot de rijke klasse behoort heeft al snel een dikke buik door overconsumptie. Hoge bloeddruk, suikerziekte en hart- en vaatlijden zijn voor hen het gevolg. De magere mensen krijgen snel infecties en orgaanfalen.

Voedingsmiddelen zijn in het grootste deel van het land beperkt beschikbaar. Sorghum, mais, bananen, bonen en aardappelen komen meestal van het eigen landje. Fruit is seizoen-gebonden en regio-gebonden wel aanwezig, maar voor veel mensen te duur. Als Nederlander kan je vaststellen dat het voedsel eenzijdig is. In het binnenland wordt voor trouwerijen en herdenkingen door de bevolking bananenbier gebrouwen. In de stedelijke gebieden is gewoon bier bijna overal te koop en goedkoop. Heineken is hier de enige grote werkgever. De meeste mensen zijn afhankelijk van een waterpomp, waarvoor ze een eind moeten lopen. In de hoofdstad komt er water uit de kraan, maar dat is zeker niet altijd het geval en hoe dan ook vaak niet de hele dag. Nederlanders zijn aangewezen op flessenwater en anders is een waterfilter onmisbaar, want zij zijn niet gewend aan het water hier. Elektra is een luxe voor de hoofdstad, maar werkt ook niet altijd. Zonnepanelen zijn duur en generatoren hebben brandstof nodig die er niet altijd is.

Burundezen zijn snel in staat om een ander plan te trekken. Wanneer er bv geen benzine is, stellen ze zonder gemopper hun reis uit of gaan helemaal niet meer op pad.

Op straat lopen mensen soms samen te zingen. Bij een feest wordt er getrommeld door traditionele tambourinairs.

Kinderen gaan in uniformen naar school, maar dit is soms maar een halve dag omdat er teveel kinderen zijn. De kwaliteit van openbare scholen wordt als onvoldoende benoemd. Na de lagere school volgen de meesten geen onderwijs meer, omdat daar geen geld voor is.

Het feit dat bv een uur parkeren in Amsterdam hetzelfde kost als de maaltijden van een Burundees gezin in een hele week bij elkaar, geeft aan dat de landen niet te vergelijken zijn. De keuzes in Nederlandse supermarkten zijn groot. Burundezen kunnen met minder keuze toe en zijn flexibel.

De term ontwikkelingshulp wordt mondiaal tegenwoordig algemeen als min of meer discriminerend of neokoloniaal gezien. Maar het is de vraag of er behalve de term wel zoveel is veranderd. Tegenwoordig worden in Burundi microkredieten aangeboden waar tot wel 26% rente over moet worden betaald. Een Nederlander kan zien dat de meeste mensen in Burundi dat niet kunnen opbrengen. Het is een achtergesteld land dat nog lang niet tot de middeninkomensgebieden behoort. Het bieden van kennis, zorg en werkgelegenheid zijn daarom relevante items, waarmee het ontstaan van een sterkere middenklasse kan worden bevorderd. Dat is een stap naar een betere economie.

https://www.vnva.nl/media/amy-besamusca-–-ekelschot-in-burundi/