Microkrediet is duur

25 januari 2019

De Burundese overheid is dit jaar gestart met een initiatief om de hoge werkeloosheid (bijna 50%) onder jongeren, de grootste bevolkingsgroep, tegen te gaan. Er is een Fonds d’Impulsion et de Garantie beschikbaar gesteld door de overheid, om garant te staan voor kleine leningen van commerciële banken aan jonge mensen, die hiermee hun toekomst willen opbouwen. Het gaat om 1,7 miljoen dollar om banken bij te staan, wanneer verstrekte microkredieten niet worden terugbetaald. Eind 2018 werd het voorgenomen initiatief beschreven als in lijn met de landelijke strategie om te investeren in verbetering van de landbouw, met afstand de belangrijkste sector in het land. Dit lijkt bij het fonds nu toch geen duidelijk criterium.
Burundi is een land van armoede, waar buitenlandse deviezen ontbreken; het staat op verschillende indexen meestal op plek 1, 2 of 3 van armste landen ter wereld. De cijfers onderaan dit bericht spreken voor zich. Mensen eten de producten van hun eigen kleine landbouwveldjes, maar er is te weinig grond en het bergachtige land is gevoelig voor natuurinvloeden.
Een belangrijk middel om armoede te bestrijden is: geld.

Hoe kom je aan geld?

In veel over ontwikkelingssamenwerking gepubliceerde artikelen (wereldwijd) komt het woord microkrediet voor. Wat is nu precies microkrediet? Dat is een kleine lening aan mensen die geen onderpand of maandinkomen hebben. Waarom is het iets bijzonders? Het is bijzonder omdat een bank gewoonlijk geen krediet verstrekt aan mensen zonder onderpand. Microfinanciering is in feite het aan iemand mogelijk maken om te financieren in zijn of haar toekomst: met het krediet kan die persoon een eigen financiering gaan ontwikkelen. Het komt er dan op neer dat de bank helpt met het ontwikkelen van financiering en niet met het financieren van ontwikkeling. Microkrediet was in principe bedoeld als non-profit initiatief. Maar wat we vaak zien is dat banken tot 26% rente vragen en er zijn zelfs verhalen over meer dan 50% rente. Hoe kan dat?

Waarom is de rente zo hoog?

In de eerste plaats kan dat doordat het non-profit karakter van microkrediet is verlaten. Investeerders willen gewoon verdienen. In Burundi zeggen mensen dat ze geen microkrediet kunnen nemen, want dan ‘heb je niet te eten; je werkt voor de bank en je houdt niets over.’ In de tweede plaats is het verstrekken van krediet niet mogelijk zonder kosten te maken. De betrouwbaarheid van degene die krediet vraagt moet worden getoetst, de terugbetalingen moeten worden gecontroleerd en geregistreerd en de mensen die hun rente en geleend kapitaal niet terugbetalen moeten worden gemaand of bezocht. Bij veel kleine leningen is dat meer werk dan met weinig grote leningen. Ook willen banken graag dat het geleende bedrag snel terugkomt en met een hoge rente is het aantrekkelijker om zo snel mogelijk terug te betalen. Nog een andere reden voor hoge rente is dat de kosten van wanbetalers moeten worden afgedekt, dus het risico dat de bank loopt zit in de hoge rente versleuteld. Wie netjes terugbetaalt, betaalt iets extra voor degenen die niet terugbetalen. En dan is er ook nog eens de vaak hoge inflatie in minder bedeelde landen, die moet worden verrekend met het geleende bedrag. Tenslotte wordt bij het verlenen van microkrediet vaak een expliciet doel gesteld, waar het bedrag aan moet worden besteed. Dat is dus toch het financieren van ontwikkeling, waar microkrediet van oorsprong niet voor was bedoeld, en de controle op het behalen van die doelen kost weer geld, dat via de rente moet worden opgebracht.

Voorbeelden in Nederland

In Nederland kennen we bijvoorbeeld Oikocredit, lenen mensen geld aan Kiva en is The Hunger Project bekend. Het zijn stuk voor stuk initiatieven met goede doelstellingen en vaak in combinatie met leerdoelen voor bevolkingsgroepen in arme of achtergestelde gebieden. Zo stel The Hunger Project dat soms bevolkingsgroepen zelf worden ingezet om de doelen van het microkrediet te monitoren, al staat erbij dat hiermee controle over snelheid en accuraatheid uit handen wordt gegeven. Het project moet namelijk aan zijn eigen financiers ook weer verantwoording afleggen en die financiers willen hierbij kunnen uitgaan van snelheid en precisie. Daarom vliegt het project toch ook regelmatig onafhankelijke externe deskundigen in om de bezigheden te evalueren. In elk land waar The Hunger Project werkt, wordt 5% van het budget gereserveerd voor deze externe deskundigen. Ook heeft het project 52 indicatoren opgesteld, waarmee zelfredzaamheid (als doel van het project) wordt gemeten, zoals: een dorp waar de inwoners zelf doelen zijn gaan stellen en daaraan werken en die doelen zelf verder ontwikkelen; vrouwen en meisjes die in hun kracht zijn gezet; betere opleidingen; minder honger en ondervoeding bij vooral vrouwen en meisjes; betere toegang tot gezondheidsvoorzieningen; minder armoede; boeren die weerbaarder zijn tegen klimaatveranderingen en meer produceren. En ook is er een Women Empowerment Index. We hebben niet kunnen ontdekken dat dit project, met 300 medewerkers, in Burundi actief is.

Informatie over rente ontbreekt vaak

Op geen van de sites van de genoemde voorbeelden is makkelijk te vinden hoeveel rente de leners moeten betalen. Op de site van Kiva wordt duidelijk gemaakt dat een investeerder die 25 euro aan Kiva leent, niet zeker is dat hij het bedrag terugkrijgt (96.9% van de leningen wordt terugbetaald). Van ervaringsdeskundigen weten we echter dat het geld steeds netjes terugkomt. Hoe dekt Kiva dan het risico af? Het kan haast niet anders dan dat er een filantroop achter zit, want hoe betaalt Kiva anders zijn 110 westerse medewerkers. En dit is op de site van Kiva inderdaad ook als informatie te vinden. Dat Kiva een non-profit organisatie heet die de liefdadigheid voorbij is, is daarmee niet gemakkelijk te begrijpen. We kunnen ook niet ontdekken dat Kiva actief is in Burundi.

Beleggen

Op de site van Oikocredit, een beleggingsfonds waaraan je ook kunt schenken en nalaten, met meer dan 250 medewerkers in dienst, dat in principe duurzaam investeert, lezen we: ‘Het grootste deel van onze investeringen gaat naar partners actief in microkrediet (inclusive finance).’ Daarnaast zijn er investeringen in landbouw en duurzame energie. Inclusive finance betekent dat er niet alleen krediet wordt verstrekt, maar dat er ook andere financiële producten beschikbaar komen, zoals verzekeringen en de mogelijkheid om te sparen. Dat is nodig voor het op gang brengen van een economische ontwikkeling en zelfredzaamheid. Bij verder doorzoeken wordt er wel informatie gegeven over het rentepercentage dat leners moeten betalen: ‘De microfinancieringsinstellingen waarmee Oikocredit samenwerkt, selecteren we op de sociale impact die ze nastreven. Een van de onderdelen waar we kritisch naar kijken is de rente die aan ondernemers gevraagd worden. We monitoren dat ook systematisch. Onze partners hanteren over het algemeen lagere rentepercentages dan het marktgemiddelde, waardoor onze aanwezigheid een drukkend effect heeft op de percentages in het hele land. In veel opkomende economieën is de rente echter veel hoger dan in westerse landen. De rente die ondernemers betalen voor hun microkrediet is daardoor gemiddeld 20-40%.’ Bij een instabiele economie of een hoge inflatie is het percentage hoger. Oikocredit steunt een Keniaanse fabriek voor kunstmest die aan meer dan 100 mensen werk biedt: ‘De fabriek maakt gebruik van de nieuwste stoomgranulatietechnologie om kunstmestcombinaties op maat te produceren voor thee-, koffie-, aardappel- en maïsboeren in Kenia, Oeganda, Rwanda, Tanzania en Burundi.’ Koffie is het belangrijkste exportproduct van Burundi, maar is te duur voor de Burundezen zelf (zie ook de cijfers onder dit bericht). Voor Burundi zelf vinden we geen projecten.

Is microkrediet in Burundi haalbaar?

We hebben, gelet op de rentepercentages, twijfels aan de haalbaarheid van microkrediet voor Burundezen. Microkrediet is duur voor de leners. Met het initiatief voor jongeren van de Burundese overheid wordt echter een lagere rente beoogd en dat is een belangrijke stap. Om in aanmerking te kunnen komen voor een microkrediet via deze regeling moeten de jongeren eerst aan twee voorwaarden voldoen: ze moeten een coöperatie vormen en ze moeten een projectplan opstellen. De projectplannen worden geanalyseerd door het Ministerie van Jeugdzaken. Of dit objectief gebeurt, is niet duidelijk. Er komen vanuit Burundi zelf, zowel via de krant als in gesprekken, ook andere kritische noten. Zo bestaat er een angst dat het fonds aan politieke projecten zal worden besteed, omdat het wordt beheerd door het Ministerie van Financiën, en daarmee een bodem voor conflicten kan worden. De belangrijkste vragen richten zich op de criteria om voor krediet in aanmerking te komen en het beheer van het fonds. Overigens erkent de overheid dat het beschikbare bedrag te beperkt is, maar ‘we staan aan het begin van het initiatief en een begin is altijd moeilijk.’ Vanuit een jongerenorganisatie wordt gesproken over ‘een druppel in de oceaan,’ maar een andere jongerenvertegenwoordiger laat een opgewekter geluid horen en wil graag de eerste resultaten zien. Een derde pleit voor heldere en objectiveerbare criteria en wil een beoordelingscomité van jongeren, geldschieters en het ministerie samen. Corruptie wordt ook als een risico genoemd. ‘Je kent Burundi,’ zegt een bekende ons, ‘maar laten ze het nu eerst maar proberen.’

Nederlands standpunt

Vanuit de Nederlandse ambassade, wordt desgevraagd gemeld, zullen jongeren niet actief op het Burundese fonds worden gewezen vanwege de niet-heldere regels en consequenties.

Wat doet Stichting Kennis zonder Grenzen

Vanuit Stichting Kennis zonder Grenzen volgen we de ontwikkeling van het Burundese fonds en we interveniëren nooit als mensen een beslissing nemen over hun financiën. Een lagere rente voor microkrediet lijkt ons zeker zinnig, want Burundezen kunnen de vanuit het buitenland gevraagde rentes niet betalen en daarmee komt er nooit een economie op gang. Dus de stichting gaat ook in 2019 door met schenkingen voor het opstarten van collectieve bakkerijen op plaatsen waar geen banen, geen brood en geen geld is. We zijn de pilot-fase voorbij en weten dat het werkt. Voor 150 euro krijgt – ja krijgt! – een jongere een duurzame baan die zij of hij zelf tot stand brengt na een opleiding en met een jaar begeleiding. Het is een klein project, maar met een grote economische impact op elk dorp waar een bakkerij wordt gestart. We zijn blij met elke donatie die hieraan bijdraagt. We hebben 154 mensen aan een baan geholpen en gaan in 2019 op naar 280. Dus blijf doneren!

Cijfers

Om een indruk te geven over de situatie in Burundi, volgen hier nog enkele cijfers, die afkomstig zijn van voornamelijk BBC Country Profile, CIA World Factbook, Index Mundi en World Food Programme:
– 65% van de Burundezen is jonger dan 24 jaar, 71 % is jonger dan 30 jaar
– de gemiddelde leeftijd in Burundi is 17,1 jaar (2018)
– de gemiddelde levensverwachting is 50 jaar (2018)
– van de 100 levendgeborenen gaan er 6 na de geboorte dood (2018)
– 90% van de bevolking woont in het binnenland, waar meer dan 26% geen toegang heeft tot schoon drinkwater (2015)
– 52% van de gehele bevolking heeft geen toegang tot medische zorg
– 2,6 miljoen mensen in Burundi zijn chronisch ondervoed
– bij 1 op de 4 mensen ontbreekt voedselzekerheid, waardoor er formeel sprake is van een crisis
– Burundi heeft het hoogste percentage chronische ondervoeding in de wereld
– 1 op de 3 de kinderen jonger dan 5 jaar heeft ondergewicht
– 2 op de 3 mensen leven onder de armoedegrens (dit is al decennia zo)
– migratiecijfer is 0 per 1000
– het Bruto Binnenlands Product (BBP) in Burundi is 3 miljard dollar (Nederland 826 miljard, België 493 miljard)
– BBP per hoofd van de bevolking in Burundi is 292 dollar (Nederland 48.223 dollar en België 43.324 dollar)
– de staatsschuld van Burundi bedraagt 56% van het BBP
– de inflatie in Burundi was in 2018 bijna 17%, stijging naar bijna 20% wordt verwacht
– voor een commerciële banklening bedraagt de rente 14,8% (2017)
– export voor 119 miljoen dollar (2017, hoofdzakelijk koffie die de Burundezen niet zelf drinken)
– import voor 604 miljoen dollar (2017)
– de oogst van Burundese boeren is genoeg om de bevolking van het land 55 dagen per jaar van voedsel te voorzien

Uit het World Food Programme nemen we het volgende over:
A land-locked, low-income country in East Africa, Burundi is one of the poorest countries in the world, ranking 184th out of 188 countries in the 2016 human development index. More than 65 percent of the population lives in poverty. Burundi has the highest hunger score and is the 9th food security crisis in the world, sharing similar levels with Somalia, according to the 2018 World Food Security Report. More than 50% of the population is chronically food insecure in a country where the total annual production of food would only cover for 55 days per person per year (FAO, Dec 2017). One in three Burundians is in need of urgent humanitarian assistance.
The prevalence of chronic malnutrition in Burundi is the highest in the world, with an estimated economic impact of US$102 million a year. 56 percent of children are stunted. Underlying drivers for undernutrition include poverty, poor access to clean water, and worsening access to basic services such as health and education. A high prevalence of infectious diseases, lack of diversity in diets and poor hygiene make the situation worse. Adding to the pressure on Burundi’s limited resources, over 36,000 refugees, mainly from the Democratic Republic of the Congo, are hosted in already food-insecure areas and rely on assistance for basic food and nutrition.

Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen van openbare media en van bekenden uit Burundi.