Alleen op de wereld

6 maart 2019

De relatie tussen Burundi en Rwanda is zoals bekend al vele jaren gespannen, wat leidt tot politieke kribbigheden. In de afgelopen periode is de spanning tussen Oeganda en Rwanda ook weer in het nieuws, met verwijten over en weer, grensblokkades en arrestaties. Het wordt een diplomatieke oorlog genoemd, die gaat o.a. over vermeende hulp aan rebellen, min of meer gelijk aan de spanning tussen Burundi en Rwanda. Wat dit betekent voor het functioneren van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap en de Afrikaans Unie is niet makkelijk te vinden in de media. Over het Grote Merengebied in Oost-Afrika zijn er berichten in de pers die Oeganda, Rwanda en Congo betreffen, maar relatief weinig over Burundi. Burundi kwam alleen wel in de kranten toen het Mensenrechtenkantoor van de VN in Burundi onlangs werd gesloten. Meteen werd ook in herinnering geroepen dat Burundi zich als eerste land ooit uit het Internationale Strafhof (ICC) in Den Haag terugtrok vorig jaar. Dat hadden overigens meer Afrikaanse landen willen doen, omdat het ICC alleen Afrikaanse situaties in onderzoek zou nemen, maar Burundi was het enige land dat de daad uiteindelijk bij het woord voegde. President Nkurunziza wordt, áls er internationaal iets wordt geschreven, beschreven als een dictator die regeert in een onwettelijke termijn (sinds 2015). Hoewel de grondwetswijziging van vorig jaar het theoretisch mogelijk maakt dat hij tot aan 2034 opnieuw zou worden herkozen, heeft hij gesteld dat hij in 2020 niet herkiesbaar zal zijn.

Het nieuwe Burundese presidentsgebouw, dat ongeveer op 15 minuten rijden buiten de hoofdstad Bujumbura is neergezet, wordt zeer binnenkort opgeleverd. Dat zal een opluchting geven in de stad, omdat de afzettingen op de doorgaande weg voor het huidige presidentsgebouw zullen worden verwijderd als de nieuwbouw in gebruik wordt genomen. De nieuwbouw heeft een dermate grote veiligheidsvoorziening, dat doorgaand verkeer op de bergachtige buitenweg langs het gebouw er geen van hinder van hoeft te ondervinden. Tenzij natuurlijk de president op weg moet, want dan wordt al het verkeer geweerd, worden auto’s, fietsen en de vele voetgangers een uur van tevoren al zijstraatjes en wijken in gedirigeerd door militairen die zelf ook niet weten in welke auto van de colonne die gaat komen zich de president bevindt. Dat een Nederlandse minister zich per fiets kan verplaatsen en beveiligers in de buurt helemaal niet zichtbaar zijn, kan men zich in Burundi niet voorstellen.

Het nieuwe presidentsgebouw heeft een goudkleurige koepel, een enorme parkeerplaats en een prachtig uitzicht op Bujumbura en het Lac Tanganyika. Niet zo heel lang geleden is besloten dat Bujumbura niet langer de politieke hoofdstad van Burundi is, maar Gitega, dat anderhalf tot twee uur rijden is vanaf Bujumbura. Bujumbura blijft wel de hoofdstad van het land, maar de regering zal daar niet meer zetelen. De positionering van het nieuwe presidentsgebouw is nu dus wat vreemd. In Gitega is nu een ontwikkeling te zien en er wordt veel gebouwd. Voorlopig zullen de regeringsleiders en het parlement het moeten doen met gehuurde gebouwen, zoals in Bujumbura lange tijd het geval was. De bevolking zegt: Nkurunziza maakt de nieuwe gebouwen niet meer in functie mee, want tegen die tijd is er een nieuwe president.

Wat te denken van dit alles?
Is er sprake van een rechtsstaat in Burundi? Vanuit Europa wordt deze vraag met ‘nee’ beantwoord, maar ook in Europa zelf (en elders) staan sommige rechtsstaten nogal onder druk. Amnesty International meldt verschillende Burundese mensenrechtenactivisten die tot gevangenisstraf zijn veroordeeld wegens het schenden van de staatsveiligheid of het schaden van het imago van het land. Persvrijheid is niet bepaald aanwezig, sinds 2015 al helemaal niet. Een bekende journalist verdween spoorloos en is nooit meer gezien, wat doet vrezen voor zijn leven. Gevluchte journalisten komen niet terug. Verschillende burgerorganisaties voor mensenrechten, waaronder APRODH dat ook de rechten van gevangenen behartigde, werden bij politiek decreet in oktober 2016 verboden.

De bevolking wikt en weegt en is overtuigd van de komst van een nieuwe president, die naar verwachting omstreeks mei 2020 zal worden gekozen. Dit zal nog een stevige strijd (c.q. discussie laten we hopen) opleveren binnen de regeringspartij, maar ook de pogingen van oppositiepartijen om aan de macht te komen mogen niet worden onderschat. Verschillende leden van oppositiepartijen verblijven in Europa (vooral België) en vinden daar hun steun. Burundi en Europa kennen ook een onderlinge spanning, wat niet alleen blijkt uit het feit dat er in België steun is voor de Burundese oppositie. Het sinds maart 2016 inhouden van steungelden op basis van het Verdrag van Cotonou (het grootste verdrag tussen de EU en 79 landen in de wereld over steungelden tussen 2000 en 2020; opvolger van het Verdrag van Lomé van 1975), een actie die nog niet heeft geleid tot afname van de onderlinge spanning, is er een belangrijk voorbeeld van. Dat de humanitaire steun op basis van het Verdrag van Cotonou niet zou zijn opgeschort is moeilijk te bevestigen of te ontkennen, maar een overheid die niet de begrotingssteun krijgt om het land economisch verder te brengen blijft een overheid van de armste mensen in de wereld. De Burundese overheid ziet ‘Cotonou’ als een nieuw middel om zelfstandigheid in te dammen, nadat het land in de 20e eeuw van zijn grondstoffen is beroofd door Europese landen. Om ‘s lands zelfstandigheid kracht bij te zetten, heeft de Burundese regering eind 2018 aan NGO’s (die vaak met buitenlandse steun werken) opgelegd om de wetten van Burundi zelf te respecteren, wat tot gevolg had dat minstens een derde van de NGO’s het werk heeft beëindigd.

Wat vindt de gemiddelde Burundees ervan?
Die wil en durft zich niet bezig te houden met politiek, maar praat er zeker over. Die zegt met toch enige trots dat de situatie in voormalig Engelse kolonies veel ernstiger is, omdat de leiders in die landen al vanaf de onafhankelijkheid economische verdragen hebben getekend die ten gunste komen van de vroeger kolonisatoren (en lokaal corruptie in de hand werkt), terwijl dat in voormalige Franse en Belgische kolonies anders zou zijn. Daarmee verklaart hij dat er in andere landen geen Europese sancties zijn afgekondigd bij schendingen van de rechtsstaat. Rwanda zou volgens hem wel overeenkomsten hebben getekend, met België, Frankrijk en uiteindelijk zelfs met Engelstalige landen, die daar vooral zelf baat bij hebben (net als de Rwandese leiders). In het bijzonder Burundi zou bij de onafhankelijkheid in 1962 niets hebben getekend en wereldpolitieke aspecten hebben geweerd. Zo verklaart die gemiddelde Burundees dat de machthebbers nu buitenlandse invloeden weren en hun eigen normen en wetten willen bepalen en invullen. Die is benieuwd en bevreesd tegelijk over wat hem bij de presidentsverkiezingen van 2020 te wachten staat. En die wacht netjes een uur, onbeschermd tegen de zon en te midden van een heleboel wapens van militairen, als de president moet passeren. Hij zegt: ‘Het is geen lolletje om president te zijn. Hij kan geen vrienden maken, want iedereen wordt van hem weggehouden. Wij Burundezen leven van de vriendschap, maar voor hem kan iedereen een vijand zijn: het leger, andere partijen, zijn eigen partij, de buurlanden en de wereld. Als een vroegere koning in ons gebied, die zetelde in de buurt van Gitega waar nu de politieke hoofdstad is, niet goed functioneerde, kreeg hij de opdracht te sterven. En dat deed hij dan.’ Verder is de gemiddelde Burundees tegen corruptie op alle niveaus in het land, maar hij heeft geen idee wat daartegen te doen is, behalve niet betalen aan een agent als je bij een roadblock geen betalingsbewijs krijgt voor je bekeuring. Tenzij de agent erg boos is, want dan ben je machteloos.

Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen van openbare media en van bekenden uit Burundi.

Voor meer informatie over het Verdrag van Cotonou, zie www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2016/03/14/burundi-eu-closes-consultations-cotonou-agreement/