Een interview

26 juni 2019

Een interview met de voorzitter van de stichting door vrijwilligers:

‘Het verhaal moet eigenlijk niet over mij gaan, maar over de Burundezen,’ zegt Amy Besamusca (67). Ieder mens kent zijn ups en downs, de een heftiger dan de ander, maar die downs van mij vielen best wel mee. Ik had liefdevolle ouders en mijn zelfvertrouwen werd gestimuleerd. Ik ben een babyboomer, een kind van na de oorlog, waar alle kansen voor open lagen. Het enige dat ik moest doen was ervoor zorgen dat die kansen er ook voor mij als meisje waren, want dat was in die tijd niet vanzelfsprekend. Ik ging studeren, werd arts en later medisch specialist. Al jong kreeg ik de leiding over grote organisaties en begeleidde ik maatschappelijke processen, waarbij ik de focus legde op het ontwikkelen van ieders eigen kracht en samenwerken. Leiding geven is niet moeilijk: blijf trouw aan de samen gekozen richting en draag die uit, faciliteer de mensen die het werk moeten uitvoeren door studie en materialen, geef aandacht aan individuele medewerkers en controleer regelmatig of de goede dingen goed worden gedaan en stel bij waar nodig. Al was het hard werken naast het gezin dat mijn man en ik hadden gesticht, het waren allemaal kansen om van te leren. Ik werkte vol overtuiging in de publieke gezondheidszorg, voornamelijk in de psychiatrie. Thuis wisten we het goed te organiseren en de kinderen zeggen dat ze niets zijn tekort gekomen, hooguit dat ze niet hebben geleerd hoe je ruzie moet maken. ‘Als je iets echt wilt, dan kan het,’ leerden we ze, maar we voegden er wel altijd aan toe ‘als je in het Westen bent geboren.’ Inmiddels weet ik dat het soms ook lukt als je in het Zuiden bent geboren.

In een zomer gingen we als gezin op safari in Tanzania, de eerste kennismaking met sub-sahara Afrika. Zo’n plek waar Floortje Dessing komt, zonder treurig gedoe, dacht ik. Ik vond de dieren mooi, maar we reisden verder en veel meer was ik onder de indruk van de kracht waarmee Tanzanianen in een armoedige setting functioneerden. Die eerste ontmoetingen met moedige mensen zonder kansen waren triest en bemoedigend tegelijk. Ik zag wat ik zou kunnen doen en besloot, met steun van man en kinderen, 2 maanden per jaar in Afrika te gaan werken. In Nederland richtte ik me meer dan voorheen op traumabehandelingen en werkte vele jaren met onder andere vluchtelingen en blauwhelmen. Trauma werd zo’n beetje mijn ‘merk’. Het werk in Afrika breidde zich uit, van vluchtelingenkampen tot opleidingsprojecten en van Oeganda tot Malawi. In 2007 kwam ik voor het eerst in Burundi terecht, een bergachtig landje ten zuiden van Rwanda, zonder verbinding met de zee, met 12 miljoen inwoners. Wat een armoede daar. Wat een vriendelijke mensen. Steeds vroeg ik me af hoe het kon dat mensen die elkaar hadden uitgemoord in 1993 zo aardig konden zijn. En hoe het kon dat de rest van de wereld dit land, geplunderd en ontwricht tijdens de kolonisatie, zo kon zijn vergeten. Burundi is het meest vergeten land. Er wordt voor 55 dagen per jaar eten verbouwd. Zelfs met verdrievoudiging van de oogst kan de bevolking daar niet van leven. Veel mensen hebben geen toegang tot schoon water of gezondheidszorg. Milieuvervuiling is er aanzienlijk lager dan in Nederland, maar Nederland uit wel kritiek hierover. Van mijn specialisme zijn er in Nederland 3700 collega’s, terwijl Burundi er 1 (één!) had. Tussen 2005 en 2015 stabiliseerde het land, het was een feest om telkens vernieuwingen te zien. Toen de president van Burundi zich in 2015 voor een laatste termijn liet herkiezen en Europa meende dat dit niet de bedoeling was, werden Europese hulpgelden stopgezet, terwijl dat voor dictatoriale landen met grotere corruptie niet het geval was. Daarna ging het (weer) bergafwaarts. En ik maar denken aan de kansen die ik dankzij Marshall hulp had gehad.

NGO’s verlieten het land in 2015. Ik besloot, opnieuw gesteund door ons gezin, om wat er in 8 jaar werk was opgebouwd niet te laten verdwijnen, op voorwaarde dat het voldoende veilig was. Sindsdien werk ik 6 maanden per jaar in Burundi. Het is wel ver weg van man en familie, maar dat is de consequentie. Samen met vrienden richtten we een stichting op, Kennis zonder Grenzen, om door opleidingen de kansen voor Burundezen te vergroten. Met een goed lokaal team zorgen we voor opleidingen, zodat in het ziekenhuis goede zorg wordt geboden en door decentralisatie de zorg voor veel meer mensen beschikbaar komt. We zetten werkgelegenheid op door straatkinderen (meiden en jongens) lokaal te scholen tot bakkers en we geven ze de kans om hun eigen bakkerij in het binnenland te beginnen. Met succes: er zijn inmiddels 17 zelfredzame bakkerijen in de bergen met 238 bakkers/eigenaren. Er komt geen microkrediet aan te pas, want de gebruikelijke rente hierbij van 26 tot bijna 50% is onbetaalbaar. Je kunt ook gewoon je geld en je tijd geven, toch?

Het schrijven begon vanzelf. De kinderen daagden me uit om mijn mails vanuit Burundi naar huis om te zetten in een boek. Het werd een non-fictie boek over verbazing, de kloof tussen het Westen en het Zuiden: Wij zijn allemaal nomaden (2014), dat graag wordt gelezen door mensen die dit soort werk willen gaan doen. Het volgende boek ging over verdriet en trauma, een roman: Een goede geest bestaat niet (2018). Het trauma van Afrikanen is zo anders dan de posttraumatische stress in het Westen, daar hebben Westerse mensen geen voorstelling van: dat je eerst dagelijks niet dood moet gaan, voordat je emoties je leven overnemen of je psychotisch wordt. Dat moest ik gewoon opschrijven. Het volgende boek zal gaan over wijsheid, dat lijkt me mooi, om uit te leggen hoe Burundezen hun kennis en wijsheid benutten. Dat wordt ook een roman. Maar eerst schrijf ik een gedichtenbundeltje voor onze kleindochter. En ik schrijf columns over Afrika voor verschillende media.

‘Vergeet niet waar je vandaan komt’, zeggen Afrikanen vaak trots. Ik vergeet ook niet waar ik vandaan kom, namelijk uit een land met kansen na de oorlog. Na de oorlog in Burundi nemen daar de kansen alleen maar af. Daarbij speelt negatieve geopolitieke invloed een rol. Op elk land is wel iets aan te merken; in Burundi speelt vooral het gebrek aan persvrijheid. Maar er zijn geen vrouwenbesnijdenissen, christenen en moslims leven vriendelijk samen en mensen zorgen voor elkaar zo goed als ze kunnen. Er is geen actuele politieke crisis en daardoor geen internationale journalistieke aandacht voor de extreme armoede, maar er zijn grote sociale problemen, dagelijks veel doden door ziektes en ondervoeding en een enorm aantal zelfdodingen door gebrek aan kansen. Kansen kan je delen en daarom deel ik mijn kennis. Ik krijg er Burundeze wijsheid voor terug. Ik heb meer leren delen dan ik ooit heb gedaan. Ik heb geduldig leren zijn. Ik laat me niet in een hokje plaatsen, ben niet alleen een moeder, een dokter, een schrijver, een bejaarde, een werkende, een Nederlandse of een Afrikakenner. Je kunt niet de hele wereld op je schouders nemen, leg ik mijn leerlingen dichtbij en ver weg al bijna 40 jaar uit, dus doe waar je goed in bent en organiseer dat goed en overdraagbaar. Dat is wat ik doe. Er zijn inmiddels 3 psychiaters in Burundi en wat we hebben opgezet zal niet meer verloren gaan, want voor opvolging is gezorgd. Wanneer ik in Nederland terugkom, vind ik het altijd raar dat mensen elkaar op straat niet gedag zeggen en dat er zoveel keuze is in de supermarkt. Dagelijks één maaltijd (maniok, bonen, een enkele vrucht) is voor 90% van de Burundezen een luxe. De hoofdstad Bujumbura, tijdens de kolonisatie het Parijs van Afrika voor de Westerlingen, is vervallen. Met Burundees geduld richten wij ons in Nederland op fondsenwerving, wat voor een vergeten land niet altijd meevalt, maar ook dat hoort erbij.

www.kenniszondergrenzen.nl

Post navigation