Nieuws of propaganda

7 september 2019

In Burundi zijn dit jaar al meer dan 1800 dodelijke slachtoffers van malaria te betreuren. Volgens sommige nieuwsbronnen lijdt een op de twee mensen in het land aan malaria. In 2017 was dat ook het geval en stierven in totaal ca 4500 mensen aan malaria. Niet-Burundese media geven aan dat de regering deze cijfers nu niet zelf naar buiten brengt, omdat het zou kunnen betekenen dat het land onvoldoende zorg weet te bieden, wat met het oog op de verkiezingen in 2020 een ongewenst bericht is. De Burundese minister van Gezondheidszorg Thaddée Ndikumana gaf aan dat in de noordelijke, centrale en oostelijke districten 1 miljard dollar is vrijgemaakt en 360 zorgverleners extra zijn ingeschakeld. Hierdoor is naar zijn zeggen het sterftecijfer fors gedaald in vergelijking met 2017. Er worden ook meer preventieve maatregelen genomen. Zo is er insecticide gesproeid in de woonwijken in de districten waar de malaria-uitbraak zich heeft voorgedaan. Het hoofd van de WHO (Wereldgezondheidsraad) in Burundi, Walter Kazadi Mulombo, geeft aan dat de internationale gemeenschap het land helpt met de bestrijding van malaria, maar dat er te weinig middelen zijn. Wereldwijd stijgt het aantal malariagevallen.
In augustus 2019 werden door de Burundese autoriteiten een aantal onhygiënische eetgelegenheden in Bujumbura gesloten, nadat 126 gevallen van cholera waren vastgesteld (4 à 5 nieuwe gevallen per dag). Ook dit wordt extern geduid als falen van de overheid, maar het werd wel door de overheid zelf naar buiten gebracht, met de burgemeester van Bujumbura, Freddy Mbonimpa, als belangrijke woordvoerder.
In het land is recent begonnen met het vaccineren van gezondheidswerkers tegen Ebola. De professionals die nabij de grens met Congo (waar Ebola heerst) actief zijn, werden als eersten gevaccineerd, aldus de WHO op 14 augustus jl. Veel te laat, vonden externe critici.
En dan is er het voedseltekort, dat nu wordt toegeschreven aan de extreme droogte dit jaar, maar er altijd al is en nu wellicht nog erger is. De VN presenteerde in april 2019 een rapport hierover, met de vermelding dat 1,6 miljoen mensen (een kleine 15% van de bevolking) onmiddellijk voedselbijstand nodig hebben. Van hen zouden 291.000 mensen in direct gevaar verkeren. De Burundese regering moet dit bericht bevestigen, schrijft een buitenlandse krant.
Volgens externe politiek analisten wil de machtspartij in Burundi een stabiel imago neerzetten en de ernst van de malaria-uitbraak, voedseltekorten en ook groeiend politiek geweld relativeren.

In 2019 zijn er tot nu toe bijna 72.000 Burundese vluchtelingen teruggekeerd uit Tanzania, onder bescherming van de UNHCR. Het betreft volgens de UNHCR 50,5% mannen en 49,5% vrouwen (het aantal kinderen is niet apart vermeld). De meeste vluchtelingen gaan naar de provincies Ruyigi, Muyinga en Makamba. De Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen Filippo Grandi stelt dat terugkeer altijd op vrijwillige basis en waardig dient te zijn. Het gaat om vluchtelingen die in groten getale in 2015 Burundi verlieten om naar kampen in naburige landen te gaan. Overigens moet worden vermeld dat kampen volgens deskundigen in crisissituaties dikwijls ook voedselvluchtelingen aantrekken.
Grandi riep op tot meer internationale steun om de teruggekeerde vluchtelingen te helpen met een succesvolle re-integratie. Met de psychosociale en neuro-psychiatrische kennisopbouw in de diverse provincies draagt Kennis zonder Grenzen hier zeker aan bij. Het is ook een thema dat het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking bezighoudt. Dit ministerie organiseert in oktober 2019 een internationale conferentie over psychosociale en psychiatrische ondersteuning in postconflict gebieden.
Een Tanzaniaanse krant schrijft dat de massale terugkeer van vluchtelingen het gevolg is van de verbeterde politieke en socio-economische omstandigheden in Burundi, na politiek geweld in 2015. Dit is opmerkelijk, omdat er vanuit de VN vooral negatieve berichten worden verstrekt. De gemandateerde VN-Onderzoeks Commissie voor Burundi heeft recent een rapport uitgebracht, waarin wordt aangegeven dat er een groot risico is van schending van mensenrechten en geweld tegen Burundese burgers. Wie geen steun betuigt aan de regerende partij CNDD-FDD loopt potentieel gevaar, aldus het rapport. De gewapende militie-afdeling van deze partij, de Imbonerakure, wordt beschuldigd van bedreigingen en verkrachtingen. De voorbeelden die worden aangehaald lijken dikwijls gebaseerd op het jaar 2015, waarin onlusten en geweld voorkwamen rond de verkiezingen en een mislukte staatsgreep. Dat de Imbonerakure nog wel actief is, kunnen we uit enkele directe verhalen van Burundezen bevestigen. Het gaat dan om diefstal, afpersing of het organiseren van feesten om jongeren te werven. In het geval van afpersing greep de lokale leider in en kwam de zaak voor de rechter. Ook is ons een geval bekend waarin een meisje werd verkracht door een leraar, die door de politie werd opgepakt. Nog voor zijn proces betaalde de machtspartij smeergeld en kwam hij weer op vrije voeten, terwijl het meisje van school werd gestuurd. De onderzoekscommissie van de VN-Raad voor de Mensenrechten is ook verontrust over de aanwezigheid van gewapende rebellengroepen in buurlanden, die bereid zouden zijn om geweld te gebruiken om de situatie in Burundi op te lossen.

Vice President Gaston Sindimwo heeft overigens aangegeven dat voedseltekorten een terugkerend probleem zijn. Net als de toename van malaria wordt dit naar zijn zeggen veroorzaakt door de opwarming van de aarde. Voor het klimaatprobleem heeft de regering een eigen programma gemaakt, liet hij weten, waardoor genoemde problemen ook zelfstandig moeten kunnen worden opgelost. Sinds 22 augustus mogen er in Burundi geen plastic zakken meer worden gebruikt. Deze maatregel was al aangekondigd, maar werd 6 maanden vervroegd ingevoerd. Hiermee behoort Burundi bij de meer dan 60 landen in de wereld die omwille van het milieu plastic zakken verbieden. Sindimwo meldde eveneens dat het belangrijk is om in aanloop naar de verkiezingen van 2020 vrede te bewaren. De Burundese overheid houdt informatie achter, zeggen humanitaire organisaties.

Het is een feit dat veel maatschappelijke organisaties in Burundi zijn stilgelegd en dat het VN Human Rights office eerder dit jaar is weggestuurd. Buitenlandse pers wordt nog maar zelden toegelaten. De vergunning van de BBC werd in maart ingetrokken en de schorsing van Voice of America werd verlengd. Lokale journalisten zouden soms worden gearresteerd (regelmatig, aldus buitenlandse pers). Burundi is dus niet coöperatief als het gaat om onderzoek of openbaarheid van bestuur.

Bij monde van Agathon Rwasa melden Burundese oppositiegroepen dat hun leden in aanloop naar de verkiezingen ‘soms met meer dan tien tegelijk worden gearresteerd’. Rwasa is leider van de belangrijkste oppositiepartij, de CNL (Congrès National pour la Liberté), en sinds 2015 woordvoerder van het gekozen Burundese parlement. In het verleden heeft hij vanuit zijn oorspronkelijke partij de FNL (Forces Nationales de Libération), zoals in Burundi bekend, 166 mensen van de Tutsi-minderheid de dood ingejaagd, kindsoldaten gerekruteerd en vrouwen, kinderen en baby’s laten verminken. Het stammenconflict uit het verleden wordt weleens aangehaald als basis voor de huidige politieke problemen, maar in propaganda van alle kanten wordt van alles beweerd. Rwasa zelf is net als president Pierre Nkurunziza, die teveel macht wordt verweten, een Hutu. Het oorlogsverleden van Nkurunziza wordt hem zelden verweten. Rwasa zei dat oppositieleden worden ‘lastiggevallen, geslagen en geëxecuteerd, terwijl niemand daarvoor aansprakelijk wordt gesteld’. Hij verwacht niet dat de verkiezingen in 2020 eerlijk zullen verlopen. Maggie Barankitse, een verbannen humanitaire activiste, noemde Burundi ‘een open gevangenis, met een dodelijke stilte erboven’. Tijdens de activiteiten van Kennis zonder Grenzen ervaren we in Burundi dat burgers politieke problemen uit de weg gaan, maar niet dat zij over deze problemen zwijgen. De sfeer is meer ontspannen dan in het doodstille Rwanda, waar de president ook een oorlogsverleden heeft en regeert met ijzeren hand. Daar krijgt hij aanzienlijke internationale steun bij, ook financieel.

Kennis zonder Grenzen geeft weer wat in openbare media staat – in dit geval buitenlandse media – maar geeft ook aan dat Burundese burgers hierover soms een andere mening hebben. Mondiale politieke invloeden spelen ongetwijfeld eveneens een rol voor het kleine Burundi, maar zijn in het bovenstaande buiten beschouwing gelaten.

Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen van openbare media, van bekenden uit Burundi en uit eigen waarneming.