Trots op de weg

16 november 2019

Na een week van opleiden in de provincie Gitega vertrokken we met weer een team van 8 v/m naar Mwaro. Onderweg zagen we een trouwauto (met bruidspaar) tanken; waarschijnlijk hadden ze moeten wachten op bruidsgeschenken voordat ze benzine konden betalen. Toch was het een grappig gezicht. In deze koude provincie met dagelijks plensbuien en modderstromen (maar zonder muggen vanwege de kou) is met steun van de Wereldbank een asfaltweg aangelegd, maar er zijn nauwelijks auto’s. De mensen lopen er alsnog op hun blote voeten in de kou. Het OV-busje dat we passeerden werd door de passagiers op de asfaltweg omhoog geduwd. In de stad, die ook Mwaro heet, zie je weinig mensen buiten. Winkeltjes zijn vaak dicht. Geen fruit of flesje vruchtensap te vinden. De huizen zijn allemaal van steen. Het lijkt er niet op Burundi, behalve dan de prachtige bergen met de roodgroene landbouwveldjes, waterloze kranen en gebrek aan elektra. De sfeer buiten lijkt meer op hedendaags Rwanda, maar dan veel kouder.

We kwamen op zondag aan. De logistieke ondersteuner van het team was van huis gegaan met een ‘peur panique’, want met de besproken zalen leek het niet in orde. Zijn vrees bleek terecht: de gehuurde zalen bleken bezet. Dat wij in Mwaro waren neergestreken leverde lokaal nogal wat discussie op, want wie gunt wie welke verdienste. Dat was extra lastig omdat er voor ons vanuit Bujumbura een keukenteam naar Mwaro was gestuurd voor de maaltijden. Zonder keuken lukt dat niet en nergens in Mwaro werd een buitenstaander geaccepteerd. Maar de cateraar had een auto en borden etc. gehuurd en zou in de schulden raken als hij moest terugkeren, terwijl hij er niets aan kon doen. Onze contacten in Mwaro vormden een hechte club, die alleen eigen familieleden werk gunden, maar we hadden al gezien dat er weinig eten kon worden geboden zonder hulp van de cateraar. Dus de logistieke man heeft heel wat moeten onderhandelen om het geheel in goede banen te leiden. Uiteindelijk hebben we bij het Rode Kruis zalen gehuurd. De maaltijden voor 60 man waren de hele week perfect en gevarieerd en genoeg én op tijd. Geen idee waar het vandaan werd getoverd. Voor sommige leerlingen uit de communes was het de eerste keer in een jaar of vijf, dat ze een stukje vlees of kip en echte groenten op hun bord hadden in plaats van alleen bruine bonen en maniok. Onze leerlingen krijgen 2 maaltijden per dag, 2x per dag een flesje water, 1x een fanta en verder een bedragje voor het avondeten, hun reis en logement.

We moesten veel tijd inhalen omdat de ingeplande voorbereidingstijd voor de opleiding verloren was gegaan (we hadden geen plek). Maar het is allemaal goed gekomen. We hebben hard gewerkt. Na de afronding van een opleidingsweek met goede examencijfers werd er op de terugweg in de auto door het team veel gezongen.

Na wat zoeken op internet vonden we een artikel over die weg in Mwaro, die was aangelegd in 2017. Na 2 maanden was onderzocht wat de gevolgen waren van de bitumage. Dat was nogal wat: Landbouw 237% meer opbrengst, handel enorm verbeterd en zo nog een en ander. Het leek wat veel voor zo’n korte periode en op de statistische aspecten is misschien wat aan te merken, maar hier volgen wat cijfers om een indruk te geven over het leven hier.

De prijs van 50 kg/km vervoer over de weg, lopend met die 50 kg op het hoofd, was gedaald van 0,25 naar 0,20 euro en de belastingopbrengst was met 106% toegenomen (dus hogere prijzen), terwijl het aantal betaalde banen was toegenomen van 21% naar 36%, maar slechts een derde van alle banen was voor mensen uit Mwaro zelf. (Het totaal aantal betaalde banen was ongeveer 750.) De arme boerenbevolking lijdt er dus onder en het is begrijpelijk dat de cateraar uit Bujumbura niet zo welkom was. Volgens de statistieken leefde nog ‘slechts’ 60% van de inwoners onder de armoedegrens in het post-bitumage tijdperk (tegen 63% daarvoor). Wel konden medische teams makkelijker de bevolking bereiken om voorlichting te geven en was de vervoersprijs naar een ziekenhuis gedaald: nu per fietstaxi 0,50 euro, per auto 0,60 euro en per motor 1,10 euro (vergelijk busje in de grote stad Bujumbura: 0,13 euro). Per dag rijden er gemiddeld 249 auto’s over de asfaltweg. Het aantal ernstige ongelukken is verdrievoudigd naar gemiddeld 3 per maand. Genoemd werd nog de negatieve invloed op het milieu, maar het grootste goed van de weg was ‘de trots om niet meer de enige provincie zonder weg te zijn’.

Met groeten vanuit het KzG-team in Burundi.

Verantwoording:
De informatie in dit veldbericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen van openbare media en uit eigen waarneming.