Necrologie

11 juni 2020

De plotseling overleden president van Burundi, Pierre Nkurunziza, wordt in de media herdacht op verschillende manieren. Er zijn verhalen die aangeven hoe geliefd hij zou zijn geweest onder vooral de plattelandsbevolking, veruit het grootste en ongeletterdste deel van de bevolking, omdat hij wel eens hielp met planten van gewassen. Dit leverde hem echter meteen bij anderen de naam van groenteboer op, omdat hij helemaal niets deed om het land te besturen. Zijn imago als sportleraar, voetballer (en eigenaar van voetbalclub FC Halleluyah) en amateurfietser (omgeven door een groot cordon van militaire voertuigen en lijfwachten) werd niet erg serieus genomen. Wie hem een partijtje voetbal deed verliezen kon rekenen op een gevangenisstraf. Toen schoolmeisjes eens een tekening maakten op een poster met zijn portret, moesten zij voorgoed van school worden gestuurd.

Pierre Nkurunziza overleed op 55-jarige leeftijd op 8 juni 2020, volgens het officiële bericht als gevolg van een hartstilstand, in een klein ziekenhuis in Karuzi. In Burundi wordt echter gespeculeerd over Covid-19 als doodsoorzaak: zijn vrouw was op 28 mei jl met vermeende Covid-19 infectie naar Nairobi gevlogen (officiële lezing was dat zij een maagzweer had) en de moeder van Nkurunziza zou ook Covid-19 hebben en er zelfs aan bezweken zijn. Controleerbaar zijn deze gegevens niet. Burundi heeft officieel ruim 80 vastgestelde Covid-19 besmettingen geteld tot nu toe, waarvan er één is overleden, maar volgens Burundese artsen die anoniem willen blijven moeten het er veel meer zijn. In media die in Burundi niet zijn te lezen wordt openlijk geschreven over vergiftiging van Nkurunziza. Hij wordt dan zelfs de vierde Burundese president genoemd die is omgekomen bij een aanslag. Het blijft ook wonderlijk dat Nkurunziza naar een klein ziekenhuis is gebracht en niet is overgevlogen naar Ngozi (hij was in Ngozi geweest kort tevoren) of Bujumbura, Nairobi of Zuid-Afrika. Op 9 juni in de avond kwam de weduwe van de overleden president terug in Burundi. Sinds de mislukte coup tegen Nkurunziza, in 2015 terwijl hij in het buitenland verbleef, was hijzelf nooit meer het land uit geweest.

Pierre Nkurunziza (18 december 1964 – 8 juni 2020) was van 2005 tot zijn dood in 2020 president van Burundi. Hij werd geboren in 1964 in Bujumbura, bezocht de lagere school in Ngozi en de middelbare school in Kitenga. Nkurunziza studeerde pedagogiek en sport aan de universiteit van Burundi en haalde zijn diploma in 1990. Hij werkte als docent aan de Universiteit van Burundi toen er een burgeroorlog uitbrak in 1993, na de moord op de eerste Hutu-president van Burundi, Melchior Ndadaye. Hutu-rebellen en het Tutsi-gedomineerde leger stonden recht tegenover elkaar. Driehonderdduizend Burundezen kwamen om in de eerste paar dagen van deze oorlog, vooral Tutsi’s* (net als in Rwanda een half jaar later). In 1995, nadat het leger de campus van de universiteit had aangevallen en tweehonderd studenten doodde, waarbij hijzelf op het nippertje ontsnapte aan de dood, sloot Nkurunziza zich als soldaat aan bij de Hutu-rebellengroepering CNDD-FDD (Conseil National Pour la Défense de la Démocratie – Forces pour la Défense de la Démocratie). Nkurunziza zou landmijnen hebben gelegd en hiermee meerdere mensen hebben gedood. Hiervoor werd hij in 1998 bij verstek ter dood veroordeeld. In 2003 werd hem net als vele andere veroordeelden amnestie verleend in het kader van de vredesonderhandelingen in Arusha. Zijn statement luidde: “Deze oorlog is ons opgedrongen; wij zijn hem niet begonnen.”

De CNDD-FDD vormde zich later om tot politieke partij. Nkurunziza werd vanwege zijn charisma in 1998 benoemd tot vicesecretaris-generaal van de CNDD-FDD. In 2001 werd hij voor de eerste maal tot voorzitter gekozen. Na afsplitsingen in 2001 werd hij in augustus 2004 opnieuw tot voorzitter gekozen. Sinds eind 2003 was hij Minister van Goed Bestuur in de overgangsregering van president Domitien Ndayizeye. Bij de vredesonderhandelingen in Arusha, onder leiding van onder andere Nelson Mandela, werd aanvankelijk de CNDD-FDD niet uitgenodigd, omdat die bestond uit Hutu-rebellen. Later weigerde Nkurunziza om het Akkoord van Arusha te ondertekenen als verzet tegen het Tutsi-bolwerk, totdat in 2005 het tij voor zijn partij keerde. Na een reeks verkiezingsoverwinningen voor de CNDD-FDD in juni en juli 2005 werd hij genomineerd als de presidentskandidaat van de CNDD-FDD. Op 19 augustus 2005 werd hij gekozen door de leden van het parlement om op 26 augustus in functie te treden. Toch bleef in het land de vrees voor het leger bestaan. Wanneer de rebellen machtiger zouden worden, zou het Tutsi-regime van de noordelijke buur Rwanda het leger te hulp komen, zo werd verwacht.

Op grond van het Akkoord van Arusha werden quota van Hutu’s en Tutsi’s doorgevoerd in het leger en bij de politie, wat een enorme klus was waarbij onder andere Nederlandse militairen jarenlang een begeleidende taak hadden. Pas omstreeks 2007 was de oorlog min of meer voorbij. Er begon een kleine economische ontwikkeling, al heeft Burundi amper grondstoffen, en er waren hulporganisaties actief bij de opbouw van het land. In 2010 werd Nkurunziza herkozen als president. Na nog eens 5 jaar richtte iedereen zich op vernieuwing, die niet kwam omdat de CNDD-FDD opnieuw Nkurunziza aanwees als presidentskandidaat. Volgens de grondwet was dit niet mogelijk (een president kon worden gekozen voor twee termijnen van 5 jaar), maar Nkurunziza en vervolgens ook het hof van Burundi betoogde dat hij de eerste maal niet was gekozen door het volk maar aangewezen door het parlement. Hij ging de verkiezingscampagne in, wat leidde tot betogingen van de bevolking. Hierbij waren mensen hun leven niet zeker en vooral studenten liepen grote risico’s. Een politieke crisis was geboren met naar men zegt twaalfhonderd doden en honderdduizenden vluchtelingen als gevolg. Op 13 mei 2015 was er een poging om Nkurunziza af te zetten. In de eerste 24 uur leek deze poging geslaagd. Nkurunziza zelf woonde op dat moment in Tanzania een top bij over de crisis in Burundi. Na de eerste meldingen over een staatsgreep reisde hij direct terug, maar naar verluidt bleek het hem onmogelijk om te landen, doordat de coupplegers onmiddellijk de landsgrenzen en het vliegveld afgesloten hadden. Op 14 mei bleken de belangrijkste milities echter nog steeds aan de zijde van Nkurunziza te staan, waardoor de coup mislukte. Hoe hij het land weer inkwam is onbekend. Nkurunziza werd voor een derde termijn tot president gekozen, waarbij een geolied controleapparaat erop toezag dat de stemmen niet naar zijn tegenstanders gingen, die overigens de verkiezingen boycotten vanwege fraude en het gebrek aan rechtmatige vrijheid van stemming. Het CNDD-FDD regeerde met harde hand en geweld werd niet altijd geschuwd, ondanks momenten dat het beter leek te gaan. De militante vleugel van het CNDD-FDD, de Imbonerakure, wordt nog altijd door iedereen gevreesd. Op grond van het Verdrag van Cotonou trok de EU verdere steun aan Burundi voorlopig in, al werd er in Burundi ook gezegd dat de EU de ondersteuning stopzette omdat Burundi zich teveel tot China en Rusland wendde. Veel buitenlandse hulporganisaties verdwenen. Met de economie ging het snel bergafwaarts en armoede en honger namen extreme vormen aan, net als ziekte en sterfte. De gemiddelde leeftijd in Burundi is 17 jaar.

Pierre Nkurunziza was naar eigen zeggen een wedergeboren christen en door God aangewezen om het land te redden. Hij preekte ook, net als zijn echtgenote. Hij gedroeg zich alsof hij tot de koninklijke families uit het verleden behoorde en keerde het land steeds meer naar binnen. Hij komt uit een gezin met zeven kinderen. Zijn moeder was Tutsi, zijn vader was Hutu. Zijn vader, Eustache Ngabisha, werd in 1965 tot parlementslid gekozen en was later gouverneur van twee provincies. Hij kwam om het leven in 1972 tijdens een periode van etnisch geweld die ook toen al honderdduizenden Burundezen het leven kostte; hij werd gewurgd met zijn das. Twee van zijn broers en zusters kwamen om tijdens de genocide in 1993 en drie andere sneuvelden als strijders van de CNDD-FDD. Slechts één zus is nog in leven.

Nkurunziza nam de Covid-19 pandemie niet serieus, aanvankelijk zeggende dat God voor de Burundezen zorgde. Toen het formele aantal besmettingen laag bleef voegde hij eraan toe dat God de lucht van Burundi had schoongemaakt. Een opmerking over mogelijk uitstel van de verkiezingen in mei 2020 in verband met Covid-19 leidde tot het uitzetten van drie hooggeplaatste vertegenwoordigers van de WHO. Eerder had hij de mensenrechten afdeling van de VN al de deur gewezen. Burundi is het eerste land dat officieel het Internationale Strafhof in Den Haag heeft verlaten (2017). Hoewel Burundi veel gemeen heeft met Rwanda, lijkt het er qua structuur en politiek totaal niet op. De verhouding tussen Pierre Nkurunziza en Tutsi-president Paul Kagame is altijd slecht gebleven. Persvrijheid is in Burundi net als de economie in de afgelopen jaren afgebroken. Homoseksueel gedrag werd bij wet verboden en kan zwaar worden bestraft. Vooral de laatste jaren van de regering van Pierre Nkurunziza werden zodanig getekend door politiek geweld en toenemende kritiek op afwijkende meningen, dat gesproken werd over een autocratie. Het is echter de vraag of Nkurunziza een alleenheerser was of dat hij werd aangestuurd door krachten vanuit de CNDD-FDD. Een aanwijzing voor dit laatste kan zijn dat hij een wet liet aannemen, die het de president mogelijk maakte om tot 2034 aan te blijven. Hiertoe werd in 2018 een volksraadpleging georganiseerd, waarvan de uitslag net als bij gewone verkiezingen vooraf al vaststond, vanwege de gewelddadige controle vanuit de partij. Tot ieders verbazing meldde Nkurunziza vervolgens dat hijzelf niet herkiesbaar zou zijn. Later werd duidelijk dat hij na de machtsoverdracht in augustus 2020 de rol en titel van ‘Supreme Guide’ van Burundi zou krijgen, Opperste Gids.

Bij zijn aantreden als president had Pierre Nkurunziza de moeilijke opdracht om vrede en stabiliteit te herstellen en de naoorlogse economie op gang te brengen. Tussen 2005 en 2015 lukte hem dat redelijk goed. Verschillende rebellengroepen werden ontwapend, de infrastructuur kreeg veel aandacht en het land ontwikkelde. In 2007 stuurde de Burundese regering blauwhelmen naar Somalië met een vredesmissie van de Oost-Afrikaanse Unie in de strijd tegen de aan al-Qaeda gelinkte al-Shabab. De Oost-Afrikaanse Unie meldde na de dood van Nkurunziza: “Nkurunziza’s contribution to the re-establishment of constitutional order, peace, ethnic tranquility, rights and equality for all since his ascendancy to power in 2005 in Burundi cannot be overemphasised. …… His commitment to security and rights for all irrespective of social, ethnic, religious or political background remains a beacon on which Burundians can build on to further their development objectives.” Waarom ging het dan vanaf 2015 zo mis en werden geweld en repressie de kenmerken van de laatste vijf jaar?

Mensen op straat zouden nu zeggen dat ze zich Nkurunziza zullen herinneren om de goede dingen die hij voor het land heeft gedaan. “He always told us to love our country. He always put God first and someone who does that will not face hardships in life.” Dat hij historie zou schrijven als de eerste Burundese president die zijn termijn heeft uitgediend, is uiteindelijk niet bewaarheid. Toch wordt op straat gezegd dat hij vijftien jaar heeft geregeerd zonder burgeroorlog.

* Noot: De genocide in 1972 was een massamoord op Hutu’s. De genocide in 1993 was een massamoord op Tutsi’s.

Morgen gaan we op deze site in op de opvolging van Nkurunziza.

Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is afkomstig van in Nederland beschikbare openbare media en van bekenden in Burundi. De foto is een detail van Voanews.