Breuklijnen

1 november 2020

Veroordeling

Op 21 oktober van dit jaar was het 27 jaar geleden dat de Burundese president Melchior Ndadaye na een langdurige periode van binnenlandse oorlog in Burundi werd doodgeschoten. Gelijk met Ndadaye werd een aantal ministers uit zijn regering vermoord. Vrijwel geheel buiten het blikveld van de internationale gemeenschap sneuvelden in Burundi na de moord op Ndadaye in tien dagen tijd tweehonderdduizend mensen. Bijna een vijfde deel van de bevolking van toen circa zes miljoen mensen was in de voorafgaande dertig jaren al in eigen land of in de regio op de vlucht geslagen of vermoord. De VN deed onderzoek naar de moord op Ndadaye, maar wees daarbij geen schuldigen aan. Een dag voor de herdenking van Ndadaye dit jaar meldde Reuters dat het hooggerechtshof van Burundi op 19 oktober 2020 een voormalige president van Burundi heeft veroordeeld voor zijn aandeel in het complot dat leidde tot de moord op Ndadaye: Pierre Buyoya is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Met Buyoya werden nog achttien andere personen tot levenslang of twintig jaar veroordeeld voor de moord in 1993, waaronder twee voormalige plaatsvervangende presidenten, Bernard Busokoza en Alphonse Marie Kadege. Het vonnis stelt dat alle veroordeelden samen bovendien 54 miljoen dollar moeten betalen.

Achtergrond

Buyoya volgde een militaire en sociaal wetenschappelijke opleiding in Duitsland en Frankrijk. In 1987 kwam hij door een coup in Burundi aan de macht. In 1993 vonden daar de eerste democratisch verkiezingen plaats, die werden gewonnen door Ndadaye. Enkele maanden later werd Ndadaye, vertegenwoordiger van de Hutu-gedomineerde FRODEBU-beweging, doodgeschoten door militairen van het destijds Tutsi-gedomineerde leger. Na de moord op Ndadaye begon opnieuw een genocide in het al door oorlog verscheurde Burundi. Ndadaye werd opgevolgd door Cyprien Ntaryamira van FRODEBU, die in 1994 omkwam bij een vliegtuigbeschieting boven Rwanda. Dit was in feite een aanslag op de Rwandese president Juvenal Habyarimana, die hierbij ook het leven liet. De dood van Habyarimana leidde tot de genocide in Rwanda.

Buyoya werd van 1996 tot 2003 opnieuw president van Burundi, nadat de FRODEBU-beweging alsnog van de macht werd verdrongen via weer een militaire coup. Buyoya is nog altijd verbonden aan de Afrikaanse Unie en is betrokken bij vredesoperaties. Momenteel is hij de Hoge Vertegenwoordiger voor Mali en de Sahel. Hij was net als veel van de medeveroordeelden niet aanwezig bij het recente proces in Burundi. Kadege vluchtte al in 2006 het land uit, nadat hij was gearresteerd en mogelijk gemarteld door de Service National de Renseignement (SNR, Veiligheidsdienst) vanwege een poging de toen net zittende president Pierre Nkurunziza van de CNDD-FDD van de macht te stoten. Busokoza vluchtte in 2015 en werd kort daarna al veroordeeld voor betrokkenheid bij een mislukte couppoging tegen president Nkurunziza eerder dat jaar.

Breuklijnen

Op hoog niveau lijkt er sprake van een onophoudelijke strijd. Om de dieperliggende politieke problemen te begrijpen is het helpend om te kijken naar breuklijnen in verleden en heden. Binnen de Burundese bevolking is er in het dagelijks leven geen strijd tussen Hutu’s en Tutsi’s. Binnen het leger, waar voormalige Hutu-rebellen en Tutsi’s op basis van het Vredesakkoord van Arusha (2000) zijn geïntegreerd, bestaat wel nog altijd verdeeldheid. Monopolisering van de macht en controle van politieke en administratieve instellingen door militaire elites, cliëntelisme en socio-politieke exclusie door middel van het manipuleren van identiteit spelen een rol. Waar de belangrijkste breuklijn vóór Arusha etnische afkomst was, is dat nu hoofdzakelijk de affiliatie met de machtspartij CNDD-FDD. Bovendien bestaat er frustratie bij de naoorlogse generatie, die weinig perspectieven heeft. De jongere generatie smacht naar politieke verandering en wil zich onttrekken aan de belangen van de oudere generatie politici. De actuele situatie in Burundi is ook het gevolg van falende preventieve diplomatie. De etnische machtsdeling in het vredesakkoord bleek immers geen echt succes en de toenemende autoritaire tendens met repressie werd zichtbaar. Maar de internationale gemeenschap nam genoegen met vage procedurele aspecten van democratisering in ruil voor etnische vrede en relatieve stabiliteit. Op die manier konden politieke elites na de oorlog op eenzelfde manier voortgaan en bleef het conflict eigenlijk bestaan. In 2005, na het vredesakkoord, kwam Nkurunziza aan de macht. Hij stelde zich in 2015 tegen het vredesakkoord in voor een derde termijn verkiesbaar, wat leidde tot een mislukte couppoging tegen hem. Wie zich daarna niet achter zijn CNDD-FDD schaarde werd beschouwd als ‘putschist’. Onafhankelijke media werden vernietigd. Verschillende activisten van oppositiepartijen en het middenveld werden vermoord en geïntimideerd. De lokaal georganiseerde groepen groeiden uit tot een stadsguerrilla, die regeringsdoelwitten aanviel. Ook vanuit buurlanden, in vluchtelingenkampen en binnen de diaspora werd gerekruteerd voor gewapende strijd. Openlijk verzet leek voor het eerst mogelijk. Toch was de overwinning van Nkurunziza en de CNDD-FDD enkele weken later geen verrassing. Het feit dat Agathon Rwasa – als leider van FNL de belangrijkste opponent van Nkurunziza – toch plaatsnam in het parlement, kwam daarentegen wel onverwacht. Rwasa is, evenals Nkurunziza was, geworteld in de Hutu verzetsstrijd van de jaren ’90.

Crisis

De internationale gemeenschap loopt steeds achter de feiten aan. De crisis is complex en loopt door verschillende breuklijnen heen: tussen partijen en binnen partijen; tussen voormalige rebellen, leger en veiligheidsdiensten; tussen de oorlogsgeneratie en de ‘post-Arusha’ generatie. Ook het manipuleren met etniciteit, de enorme kloof tussen stad en het uitgebreide platteland en regionale geopolitiek versterken het conflict.

Veel wijst erop dat de huidige situatie, die buiten het land diplomatiek wordt omschreven als een ‘relatief laag intensiteitsconflict’, nog een tijd kan voortduren. Een aantal cruciale zaken kan daarentegen het verdere verloop van de crisis en de machtsverhoudingen tussen regime en oppositie sterk beïnvloeden en kan tevens een mogelijk verdere escalatie in de hand werken. Zo is de manier waarop etniciteit opnieuw een belangrijke plaats heeft verworven in het repertoire van politieke actoren nu één van de meest verontrustende aspecten. Een harde kern van de CNDD-FDD legt de schuld bij de oude Tutsi-elite en haar nazaten. De bevolking ziet dit anders en het blijft belangrijk om er op te wijzen dat zowel de politieke als gewapende oppositie etnisch heterogeen zijn. Toch zou het mogelijk zijn dat polariserende uitlatingen op een bepaald moment etnisch geweld opnieuw doen oplaaien, ondanks dat binnen de bevolking de etnische breuklijn steeds minder duidelijk wordt.

Daarnaast zullen de economische gevolgen van de zeer langdurende crisis ook bepalend zijn voor de verdere ontwikkeling. Verschillende sancties en het opschorten van buitenlandse hulp, maar ook de vluchtelingencrisis spelen hierin mee. Dit laat zich steeds duidelijker voelen in sectoren met een directe impact op het dagelijks leven van vele Burundezen, zoals onderwijs en gezondheidszorg. Tot nu toe is alsnog de koppeling van toegang tot middelen en loyaliteit aan de CNDD-FDD niet aangetast. Vooral op het platteland, waar de machtsbasis van de CNDD-FDD ligt, kunnen de effecten van de economische crisis toch gaan bijdragen aan toenemende frustratie onder de bevolking en een verzwakte greep van het regime op het leven in de heuvels.

Een reeks spraakmakende aanslagen op militaire kopstukken en verschillende symbolische figuren, onder wie vertrouwelingen van de onlangs overleden president Nkurunziza, tonen aan hoe fragiel de interne samenhang van de strijdmachten is geworden. Vooralsnog lijkt de crisis binnen het leger gevaarlijker voor een escalatie dan de acties van de gewapende oppositie. En via wapens de druk opvoeren tijdens onderhandelingen is een vertrouwde strategie voor verschillende van de betrokken actoren.

Internationale gemeenschap

Het lijkt erop dat alleen een politieke strategie de crisis kan bezweren. Een dergelijk proces kan het beste extern worden gefaciliteerd, vanwege de gepolariseerde en onevenwichtige machtsverhoudingen tussen de Burundese partijen. De-escalatie zoeken op korte termijn en ruimte ontwikkelen waarin Burundezen tot oplossingen kunnen komen is alsnog geen eenvoudige opgave. Door de CNDD-FDD wordt de politiek-maatschappelijke crisis steevast herleid tot een probleem van openbare orde, terrorisme en buitenlandse inmenging. De verwachting van de oppositie om via onderhandelingen en buitenlandse druk de CNDD-FDD aan de kant te schuiven, is ook weinig realistisch. Noch de internationale gemeenschap, noch de gewapende oppositie lijken reële druk te kunnen uitoefenen op het regime. Het is de vraag of een elite-deal het juiste antwoord kan worden op de woede, frustraties en aspiraties die jongeren een paar jaar geleden op straat uitten. De bevolking van Burundi is één van de jongste ter wereld. Tot nu toe was er voor die generatie nauwelijks aandacht. Maar zonder betere perspectieven en representatie voor die naoorlogse generatie zal het tij niet keren. Van de na de dood van Nkurunziza aangetreden president Evariste Ndayishimiye werd in binnen- en buitenland veel verwacht, maar de eerste maanden van zijn presidentschap hebben tot teleurstelling van de burgers en van de internationale gemeenschap zeker geen verandering gebracht en doen velen vrezen.

Verantwoording:
De informatie die is benut voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is afkomstig van openbare media. De foto is een detail uit Jimbere.

Post navigation