27 juni 2015
Vorige week kwam er opnieuw kritiek van lezers van de Volkskrant op het statement van De Kok dat een hek om conflictgebieden het beste is. Net zoals een eventuele (en waarschijnlijke) overwinning van Nkurunziza als een pyrrusoverwinning zal worden gezien, waarbij de overwinning als gevolg van de vele moeite (gevechten, onderdrukking enzovoorts) die het heeft gekost in feite een nederlaag is voor hemzelf, is het afzien van bemoeienissen met conflictgebieden en dus met Burundi een onechte overwinning met enorme nadelen voor de mensheid op zich. Interessanter, nuttiger en humaner dan mensen aan hun niet gekozen lot over te laten is het om minstens de politieke situaties in dergelijke gebieden te willen begrijpen.
Na de bespreking van Tobolka’s bevindingen en gedachten over Burundi op (16 juni jl.) besteden we op onze site kort aandacht aan twee andere of aanvullende visies, die Tobolka in zijn uitleg niet heeft meegenomen. Deze visies kunnen helpen om de huidige situatie enigszins te begrijpen. Het gaat om een algemeen concept over culturele verschillen van de Nederlandse organisatiepsycholoog Hofstede en een op Burundi toegespitst betoog van de politieke econoom Freemantle. Simon Freemantle is econoom bij de Standard Bank, een van de grootste financiële instellingen van Zuid-Afrika
Hofstede beschrijft zijn theorie over culturele dimensies in verschillende boeken en artikelen, en past deze toe op relaties, interacties en organisaties. Het is uitdagend om de positionering van De Kok in dit kader te verklaren, maar evenzo zou dat verspilling van energie zijn als we ons willen richten op andere culturen. Dus we zetten een hek om De Kok en kijken naar Hofstede’s interessante benadering van de mensheid. Hij gaat uit van zes dimensies die een samenleving kenmerken. Deze kenmerken maken het soms begrijpelijk dat het ene volk zo anders is en redeneert dan het andere volk. Het gaat om de mate waarin minder machtige leden binnen een samenleving accepteren dat de macht ongelijk verdeeld is, de mate van individualiteit, de mate waarin mensen onzekerheden vermijden, de mate van competitie en macht (tegenover relationeel denken en kwaliteit van leven), korte- of lange-termijn denken (waarbij bij korte-termijn denken alleen het verleden en heden tellen en er bijvoorbeeld niet wordt gespaard) en beheersing (het al dan niet hebben van regels en sociale controle of er meer vrijheid bestaat om van het leven te genieten). Wanneer we Burundi met westerse ogen langs deze lat leggen, is het om te huilen, zeker omdat de machtsafstand nu wel tegenstand krijgt, maar wordt neergeslagen. De moedig verworven en gekoesterde vrede lijkt over te gaan in een fase van opnieuw oorlog en bleek het zoveelste interbellum te zijn.
Freemantle kijkt over het algemeen naar politieke volwassenheid van samenlevingen en brengt economische kansen of bedreigingen hiermee in verband. Hij beschrijft de kansen op een Afrikaanse Lente met behulp van telefoonverkeer en andere sociale media. Maar daarvoor moeten meer mensen een internetverbinding hebben en beter opgeleid zijn dan in Burundi het geval is. De machtsafstand tussen de leider (en zijn CNDD-FDD) en het volk in de heuvels is enorm, is afgedwongen en kan bloederig zijn. Maar het grote aantal jonge mensen in Afrika, ook in Burundi, en de uitbreiding van de steden, ook van Bujumbura, zouden er uiteindelijk toe leiden dat de machtsongelijkheid niet meer wordt geaccepteerd. De nauwelijks aanwezige economie, en de repressie en angst waar in Burundi sprake van is, zijn echter geen goede tekenen. Freemantle schrijft: ‘Broadly speaking, the immediate choice for governments (in Africa, KzG) is an increasingly binary one: allow greater and more legitimate democratic opportunity – in so doing partially placating the thrust of dissent; or ensure, as the Chinese government has been successful in doing over the course of the past two decades in particular, that, in the absence of political freedom, policies are at least aligned to allow new wealth to be better and more swiftly distributed across the population. For slow-growing and natural resource-poor economies such as Burundi, the Chinese model of reform is virtually implausible, rendering the former (that of greater democratic participation) the only viable track to ensure stability and a measure of progress. Ultimately the trends outlined above have the potential to deliver tremendous gains, but only if government’s respond appropriately. If not, the momentum the continent has recently achieved threatens to be inverted, and protest will draw energy from progress.’
Uit het Africa attractiveness van Ernst en Young blijkt dat tussen 1960 (de Afrikaanse onafhankelijkheid) en 1990 bijna geen Afrikaanse leiders door geweld zijn verdrongen. Het continent werd geassocieerd met chaos en conflict: bloedige coups, dictators, brutale burgeroorlogen voor grondstoffen waarin kindsoldaten vaak een rol speelden. Maar dit beeld is aan het veranderen. De meeste Afrikaanse landen zijn overgeschakeld of zijn bezig met de overschakeling naar een vorm van participerende democratie. Verkiezingen zouden een normale gang van zaken aan het worden zijn in Sub-Sahara Afrika terwijl coups steeds minder voorkomen. In Burundi lijkt het allemaal toch net even anders te zijn.
Ook de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, is er bij monde van het hoofd Donald Kaberuka, van overtuigd dat Afrika een kantelmoment heeft bereikt. ‘China, India, Brazilië en Rusland komen steeds meer naar Afrika om zaken te doen. Ze beschouwen het continent niet meer als een bron van problemen, maar als een bron van mogelijkheden op het gebied van infrastructuur, financiële diensten en landbouw.’ Let wel, dit statement betekent niet dat er geen problemen zijn, het betekent alleen dat je er als andere mogendheid een verhouding mee kunt aangaan die je winst oplevert.
Burundi is arm, bang en slecht opgeleid. De groep hoger opgeleide mensen die meer gelijkheid eist is te klein. Het gebruik van communicatiemiddelen wordt met machtsvertoon of erger ingeperkt. Het land bouwt niet aan de toekomst, hoe graag het ook wil. De leider brengt geen economische ontwikkeling, geen vrede en geen vrijheid. De kracht van een volk dat zich in tien jaar naar een moedige vrede werkte ondanks die leider, is in een machtscoup door de president en zijn partij gebroken.
Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen van openbare media en van bekenden uit Burundi.