5 oktober 2015
‘Materialistische cultuur maakt mensen ziek’ schreef de Volkskrant op 28 augustus jl. Het ging over welke beslissingen mensen in een bepaalde situatie nemen. We noteren meteen een andere bekende uitspraak: ‘Het probleem van arme mensen is dat ze geen geld hebben’. In de Correspondent zijn regelmatig heldere artikelen over armoede te vinden, waarin wordt uitgelegd dat mensen zonder geld vaak gedwongen zijn om beslissingen te nemen, die rijken niet nemen, maar die rijken in een armoedige setting ook zouden nemen. Arme mensen hebben geen gebrek aan motivatie of verstand, maar aan omstandigheden. Een citaat: ‘Hier draagt niemand een bril. Hier heeft niemand een klok. Hier veegt niemand zijn billen af met wc-papier. Is dat armoede? Een heel jaar lang genoeg te eten hebben, dat vinden ze al luxe. Genoeg geld hebben voor basisbenodigdheden als kook-olie, zeep en tweedehands kleding. Kinderen naar school kunnen sturen en zo nodig medicijnen kunnen kopen. Zich de koning te rijk voelen als de oogst een jaartje meevalt.’
Ook schrijft de Correspondent: De afgelopen vijfentwintig jaar is het deel van de wereldbevolking dat in extreme armoede leeft meer dan gehalveerd. Dat was een van de belangrijkste doelen die de lidstaten van de VN zich in de Millenniumverklaring in het jaar 2000 stelden. Maar die vermindering van de armoede was ongelijkmatig over de aardbol verdeeld. China boekte de grootste winst. In Afrika ten zuiden van de Sahara zakte het aandeel armoedzaaiers van zesenvijftig naar eenenveertig procent. In absolute aantallen steeg het aantal Afrikaanse armen van tegen de driehonderd naar ruim vierhonderd miljoen. De armsten in Afrika zijn armer dan de armsten in andere delen van de wereld.
In ons eigen land worden symposia georganiseerd over hedendaagse armoede. Daar worden uitspraken gedaan als ‘Empowerment blijkt heel erg belangrijk. Een positieve houding levert veel succes op. Iemand met een laag niveau maar een positieve houding blijkt meer te kunnen bereiken dan iemand met een hoog IQ en een negatieve houding.’
Een Oegandese ondernemer schreef ‘A good African story’. Hij wil dat ondernemers in Afrika niet al hun kennis uit boeken van westerlingen halen, maar hun eigen praktijksuccessen gaan doorgeven. Hij verkoopt met zijn bedrijf Oegandese koffiebonen inmiddels rechtstreeks aan supermarktketens in Groot-Brittannië en Zuid-Afrika. Het boek gaat over onverharde wegen, invoerbelastingen, visa en de zoektocht naar kapitaal. Ondernemen in een ontwikkelingsland is moeilijk, maar mogelijk. Het is nuttig om inzicht te krijgen in hoe de wereld in arme landen eigenlijk werkt. Er zijn ook andere boeken, die aangeven hoe onveiligheid alles kapot kan maken wat de mensen hadden opgebouwd, zodat zij nooit uit de armoede geraken. De lessen die kunnen worden geleerd uit dit soort boeken en artikelen gaan over de manier waarop een grotere zelfredzaamheid mogelijk kan worden. Dat desondanks de Millenniumdoelen eigenlijk niet echt zijn gehaald in Afrika, kan wellicht worden verklaard uit de manier waarop ontwikkelingssamenwerking werkt of niet werkt of bezuinigt, uit de manier waarop door overheden of grote NGO’s het beperkte geld wordt besteed, uit gebrek aan duurzame veiligheid, uit vooroordelen over en weer en nog veel meer. Moeten dan toch eerst de politie- en legerfunctionarissen worden getraind om de veiligheid te vergroten? Hoe kan dat naar eer en geweten lukken bij een machtige dictatoriale leiding? Nederland en andere landen hebben hun hulp in dit kader in Burundi gestaakt. Schrijver Fukuyama benoemde dat er zowel door buitenland als binnenland minder aan democratie en mensenrechten wordt gehecht, als het belang economisch is. Hoe dit te duiden? Als je geboorterecht geen vrijheid en welvaart is, hoe beïnvloed je dan je mogelijkheden of de mogelijkheden van je land?
Nederland kiest er bij ontwikkelingssamenwerking voor om in toenemende mate Nederlandse investeerders in arme landen te stimuleren. Volgens sommigen gaat dit te ver als die investeerders de donaties gebruiken in plaats van ze echt te besteden aan de mensen in dat arme land. NGO’s helpen met het opbouwen van de landbouw in Afrika en elders, maar zijn soms onvoldoende tevreden over de resultaten. De Universiteit Twente helpt boeren en doet onderzoek.
De feitelijke actuele situatie in Burundi – mogelijk mede beïnvloed door andere landen in het Grote Merengebied en hun politieke belangen en het gedrag van leiders daar – is dat de regering zijn eigen wensen neerzet, democratie niet aan de orde is en andere evenwichten onder de bevolking evenmin nog aanwezig zijn. Niemand weet meer wat de ander wil, iedereen ziet gevaar en dat gevaar is er echt. De armoede neemt toe. Veiligheid is ver te zoeken en er worden geen trainingen meer verzorgd van buitenaf, om de politie en het leger te scholen in rechtvaardig gedrag. Daar is weinig psychologie of gedragskunde aan, dat is keiharde politiek. Hier is geen psychologie van de armoede meer. De armoede ontstaat niet doordat ‘de’ mensen verkeerde keuzes maken, maar doordat ze worden geleefd, of gedood. De mensen zijn niet de staat of de staatsvorm of het leger. Arme mensen hebben primair gebrek aan geld en het is al vaker aangetoond dat arme mensen die een budget krijgen, daar heel verstandig mee omgaan, jarenlang, en dat inzetten voor scholing en nuttige dingen en goed voor zichzelf gaan zorgen. Daarom zoeken we vanuit KzG dus nog steeds naar verder budget om het zeepproject te starten en houden we het viskweekproject draaiende. Daarom willen we bevorderen dat Burundese producten kunnen worden gemaakt voor Nederlandse kopers. En daarom gaan we verder met het uitwisselen van kennis aan mensen die daarom vragen en bouwen we kennisnetwerken op over diverse onderwerpen. Kleinschalig, omdat dit is wat we kunnen realiseren. Zelfredzaamheid binnen kleine groepen mensen draagt bij aan hun kwaliteit van leven en dat is wat ons betreft psychologie genoeg.
Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen van openbare media en van bekenden uit Burundi en Nederland.