25 december 2015
We krijgen veel berichten met kerstwensen vanuit Burundi. Iedereen wil het leven en dus ook Kerstmis zo gewoon en gezellig mogelijk vieren. Maar via de site van IWACU lezen we toch weinig enthousiasme over de kerstviering dit jaar. Mensen voelen zich onveilig en blijven binnen. Verkopers van kleine kunststof kerstboompjes verdienen niets, ook omdat mensen geen geld meer hebben. Het bericht over een twee dagen geleden door een granaat gedood kind draagt ook niet bij aan een kerstgevoel. De commentaren hierop zijn heftig: ‘Jullie zullen 20 jaar geen vrede kennen omdat ze bij jullie met wapens spelen als met nootjes, terwijl Burundi zelf niet eens wapens maakt. Tegen wie bewapen je je? Heb je je verkocht aan de blanken?’
We nemen vandaag de tijd om te kijken naar de discussie in Nederland over artikel 96 van het Verdrag van Cotonou. Hieronder plaatsen we de brief van de minister Koenders en Ploumen van 24 november 2015 aan de Tweede Kamer.
Betreft: Uitnodiging van de EU aan Burundi om consultaties te starten onder artikel 96 van het Verdrag van Cotonou.
Hierbij biedt het kabinet u, een brief aan over de uitnodiging die de Europese Unie (EU) op 27 oktober aan de Burundese autoriteiten heeft gestuurd om consultaties te starten onder artikel 96 van het Verdrag van Cotonou. Het besluit om deze consultaties te starten is het gevolg van de verdere verslechtering van de situatie in Burundi en de onbevredigende uitkomst van de reguliere politieke dialoog die de EU voerde met Burundi. De EU is van mening, dat met de aanhoudende mensenrechtenschendingen de essentiële elementen van het Verdrag van Cotonou, zoals neergelegd in artikel 9 van het verdrag, geschonden zijn. Op 1 oktober nam de EU al gerichte sancties aan tegen vier individuen vanwege hun betrokkenheid bij geweld en hun actieve ondermijning van pogingen om te komen tot een vreedzame oplossing van de crisis. Ook schortte de EU en een groot aantal lidstaten, waaronder Nederland, directe hulp aan de Burundese overheid op.
Zoals toegezegd tijdens het vragenuur van 10 november zal het kabinet uw Kamer, zodra er meer duidelijkheid over het verdere verloop van de artikel 96 consultaties bestaat, met een aparte brief op de hoogte stellen van de situatie in Burundi en de inzet van Nederland in samenwerking met internationale partners, om verder geweld in het land te voorkomen.
In een recent gesprek met de Burundese minister van Buitenlandse Zaken uitte minister Koenders zijn zorgen over de situatie en gaf tegelijkertijd aan dat het belangrijk is om in gesprek te blijven. Er moet gezocht worden naar gemeenschappelijkheden, op basis waarvan openingen voor dialoog gevonden kunnen worden. Burundi ziet Nederland als een goede partner en wil graag dat Nederland ook in de toekomst betrokken blijft. Minister Ploumen sprak vorige week in New York over Burundi. De VN deelt de zorg over de situatie in het land en het perspectief voor oplossingen. De recent aangetreden speciaal adviseur van de Secretaris Generaal van de Verenigde Naties voor Conflictpreventie, Jamal Benomar heeft de opdracht zich in eerste instantie te richten op de situatie in Burundi. Hij hoopt op korte termijn met Burundese regering en oppositie stappen te kunnen maken richting een meer inclusieve en resultaatgerichte interne dialoog.
Het Verdrag van Cotonou schept een kader voor de samenwerking van de EU met de landen van Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan (ACS-landen). De EU en de lidstaten zijn partij bij het verdrag en de bilaterale relatie tussen Burundi en de EU valt hieronder. De dialoogprocedure als genoemd in artikel 96 van het verdrag kan worden ingeroepen ingeval van urgentie, of wanneer alle mogelijkheden voor reguliere dialoog, zoals via artikel 8 van het verdrag, zijn uitgeput en de EU van mening is dat de essentiële elementen van het Verdrag van Cotonou, te weten respect voor mensenrechten, democratische principes en rechtsstaat, ernstig in het geding zijn.
De artikel 96 procedure werd in gang gezet door de mededeling van de Commissie aan de Raad over het opstarten van overleg met Burundi krachtens artikel 96 van de partnerschapsovereenkomst van Cotonou (COM document (2015)500). Deze Kamerbrief dient ter vervanging van het BNC-fiche. De grondhouding ten aanzien van de bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit is positief. De mededeling heeft geen financiële gevolgen.
Wat de EU betreft is het doel van de artikel 96 consultaties om concrete afspraken te maken met Burundi ten aanzien van democratisering, veiligheid, verbetering van de mensenrechtensituatie en het aanpakken van straffeloosheid. Het voldoende nakomen van deze afspraken zou moeten leiden tot normalisering van de relaties tussen de EU en Burundi.
Beoogd verloop artikel 96 consultaties Burundi Burundi heeft tot 30 november de tijd om wel of niet in te gaan op de uitnodiging van de EU. In eerste instantie heeft Burundi op 11 november gesteld de voorkeur te geven aan verdere voortzetting van de reguliere artikel 8 dialoog. De EU heeft hierop op 17 november geantwoord, met een brief van HV Mogherini en Commissaris Mimica dat, aangezien er sprake is van een schending van de essentiële elementen van de samenwerkingsrelatie, alleen de artikel 96 dialoog nu nog mogelijk is.
Indien Burundi akkoord gaat, zullen de consultaties tussen Burundi en de EU worden geopend, met een eerste bijeenkomst in Brussel. Daarna hebben beide partijen uiterlijk 120 dagen om overeenstemming te bereiken over stappen die gezet gaan worden om de betrekkingen te normaliseren. Na deze 120 dagen zal (behoudens gevallen van urgentie) de afweging worden gemaakt, aan de hand van concrete benchmarks, of er sprake is van voldoende samenwerking en verbetering van de situatie. Indien dat het geval is, dan kunnen de gesprekken voortgezet worden en zullen mogelijk delen van de EU hulp, die nu zijn opgeschort, hervat worden. Indien er geen enkele voortgang is, kan besloten worden de consultaties af te breken en de hulp via de overheid definitief stop te zetten. Directe hulp aan de bevolking zoals humanitaire hulp en hulp via ngo’s valt niet onder deze maatregelen.
Inzet Nederland: Het is voor Nederland belangrijk dat de artikel 96 dialoog maximaal aangewend wordt voor het vinden van een oplossing voor geconstateerde problemen die voor zowel de EU als Burundi acceptabel is. Het gaat er wat betreft Nederland vooral om dat Burundi stappen zet op het gebied van mensenrechten, waaronder vrije media, herstel van representatief staatsgezag en verbetering van veiligheid van burgers. Deze criteria dienen eveneens als voorwaarden voor hervatting van de Nederlandse bilaterale hulp. Indien Burundi zich niet houdt aan de gemaakte afspraken binnen de afgesproken termijn dan kunnen additionele maatregelen, zoals het definitief stopzetten van bepaalde hulpprogramma’s, niet uitblijven. Het is voorts voor Nederland van groot belang dat de artikel 96 consultaties complementair zijn aan de door de regio geleide inter-Burundese consultaties en aan de inzet van de VN. Dit betekent onder meer dat de criteria die gesteld worden samenvallen met eerdere besluiten en aanbevelingen van de East African Community en de Afrikaanse Unie ten aanzien van Burundi. Ten slotte zal herstel van respect voor de belangrijkste principes van de Arusha-akkoorden uit 2001 voor de EU tijdens de dialoog leidend moeten zijn.
Indien Burundi de dialoog accepteert is het mogelijk dat HV Mogherini Nederland, als aankomend EU voorzitter, zal vragen een rol te spelen bij de opening van de consultaties. Gezien de lange duur van de consultaties is het eveneens waarschijnlijk dat de dialoog tijdens het Nederlandse EU voorzitterschap nog gaande is. Het kabinet zal desgevraagd deze rol uiteraard serieus invulling geven, met het oog op het verbeteren van de situatie in Burundi en het afwenden van verdere escalatie van geweld in het land.
Vervolgens nemen we de brief over van de ministers aan de Tweede Kamer naar aanleiding van Kamervragen.
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden.
Vragen van de leden Van Laar en Servaes (beiden PvdA) aan de Ministers voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Buitenlandse Zaken over de schrijnende situatie in Burundi (ingezonden 26 november 2015).
Antwoord van Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) en Minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) (ontvangen 21 december 2015)
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving dat de overheid van Burundi tien maatschappelijk organisaties schorst, ofwel een tijdelijk verbod op activiteiten oplegt?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u bekend met de uitspraak van een woordvoerder van het Ministerie van Binnenlandse Zaken van Burundi aangaande het juridisch vervolgen van tien verschillende maatschappelijke organisaties wegens het plegen van vermeende strafbare feiten tijdens de protesten van het afgelopen half jaar?
Antwoord 2
De Nederlandse Grote Merengezant heeft van 24 tot 26 november een bezoek gebracht aan Bujumbura. Tijdens dit bezoek hebben de Burundese Ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie bevestigd dat de genoemde organisaties worden verdacht van betrokkenheid bij de couppoging van 13 mei van dit jaar en dat er een gerechtelijk onderzoek tegen hen is ingesteld. De gezant heeft namens Nederland de onvrede over de maatregelen tegen deze organisaties overgebracht. Ook bracht Minister Koenders deze kwestie specifiek op tijdens zijn gesprekken de afgelopen weken met diverse Burundese gesprekspartners en tijdens de artikel 96 consultaties met Burundi op 8 december in Brussel, die Nederland namens de EU voorzat, op verzoek van Hoge Vertegenwoordiger Mogherini.
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat de validiteit van de beschuldigingen (aangehaald in vraag 2) en daarmee het juridische proces tegen 10 maatschappelijke organisaties die onder andere actief zijn op het gebied van corruptiebestrijding, mensen- en meer specifiek kinderrechten, in de huidige context van Burundi zeer ongeloofwaardig is?
Antwoord 3
Zie antwoord op vraag 2.
Vraag 4
Heeft Nederland banden met één of meerdere van de betreffende organisa-ties? Zo ja, welke stappen onderneemt u om deze organisaties bij te staan? Hoeveel organisaties ontvangen momenteel Nederlandse steun en wat is de aard van deze organisaties?
Antwoord 4
De ambassade en Nederlandse NGO’s die actief zijn in Burundi onderhouden intensief contact met meerdere van de genoemde organisaties. Drie van de tien ontvangen op dit moment financiering van Nederland. Een van deze drie organisaties richt zich onder meer op microfinanciering, de andere twee zijn vooral actief op het vlak van de mensenrechten en bestrijding van geweld tegen vrouwen. De beperking van bewegingsruimte van NGO’s maakt onderdeel uit van de artikel 96 consultaties tussen de EU en Burundi, die op 8 december in Brussel plaats zullen vinden. Voor verdere stappen te ondernemen wacht Nederland eerst het resultaat van deze dialoog af.
Vraag 5
Welke voorwaarden stelt u aan de Burundese overheid ten aanzien van hun beleid aangaande de rol van het maatschappelijk middenveld alvorens u de overheidssteun overweegt te hervatten?
Antwoord 5
Algemeen stelt Nederland, zoals geformuleerd in de Kamerbrief 29237–165 van 1 juli 2015, dat de hulp aan de overheid pas kan worden hervat als er sprake is van een herstel van een vreedzaam klimaat in het land, herstel van onafhankelijke media, ontwapening van politieke jongerengroeperingen en een goede basis voor de terugkeer van vluchtelingen. Ook moeten de Burundese partijen samen een uitweg uit de crisis vinden en via dialoog consensus bereiken. Uiteraard verwacht Nederland eveneens dat de Burundese regering het maatschappelijk middenveld voldoende ruimte geeft om te kunnen functioneren, zonder angst voor vervolging.
Vraag 6
Klopt het dat de Burundese overheid vier Burundese leden van het regionale orgaan de East African Legislative Assembly (EALA) heeft terug gefloten? Kunt u deze zet duiden?
Antwoord 6
De voorzitter van het Burundese parlement heeft inderdaad geprobeerd vier van de negen Burundese regionale parlementsleden die zitting hebben in de EALA terug te roepen. Dit moet gezien worden in de context van de pogingen van de getrouwen van Nkurunziza om alle tegenstanders van de derde presidentiële termijn voor Nkurunziza, dus ook de tegenstanders binnen de eigen partij, hard aan te pakken. De EALA stelt dat het terugroepen van deze parlementsleden ingaat tegen het regelement van orde van de EALA en weigert daarom op het verzoek van de Burundese parlementsvoorzitter in te gaan.
Vraag 7
Bent u bekend met de berichtgeving over de uitgeroepen sancties van de VS tegen vier Burundese (voormalige, hoge) ambtenaren? Kunt u aangeven wat dit concreet gaat betekenen en voorziet u verder ingrijpen van de VS (los van de VN)?
Antwoord 7
De VS heeft, net als de EU, individuele sancties ingesteld tegen Burundese individuen. Concreet betekent dit dat de vier genoemde individuen niet als privépersoon naar de VS kunnen reizen en dat hun banktegoeden in de VS bevroren zijn. Het is denkbaar dat de VS in de toekomst meer personen aan de lijst zal toevoegen. Daarnaast zijn de diplomatieke initiatieven van de VS er op gericht dat er snel een regionaal geleide, inclusieve inter Burundese dialoog van start gaat. Nederland en de EU werken nauw samen met de VS om een eenduidige boodschap over te brengen en om verder geweld in Burundi te voorkomen.
Vraag 8
Op welke wijze verleent Nederland momenteel steun in de omringende landen zoals Tanzania, waar veel vluchtelingen onder erbarmelijke omstandigheden worden opgevangen en ziektes als cholera op de loer liggen?4
Antwoord 8
Nederland blijft gedurende deze crisis waar mogelijk de Burundese bevolking steunen. Sinds april is het aantal Burundese vluchtelingen in de regio opgelopen tot 220.000, waaronder 113.000 in Tanzania en 72.000 in Rwanda. Vanwege de extra noden die hierdoor zijn ontstaan heeft Nederland 300.000 euro vrijgemaakt uit de blokallocatie met het Nederlandse Rode Kruis voor de International Federation of Red Cross and Red Crescent Societies (IFRC) voor de Burundese vluchtelingen. Eerder dit jaar maakte Nederland al 390.000 euro extra vrij voor de IFRC ten behoeve van burundese vluchtelingen. Het VN appeal voor de Burundicrisis bedraagt 307 miljoen dollar. Tot op heden is hiervan 105 miljoen dollar gedekt. Nederland draagt hieraan bij via het Central Emergency Response Fund (CERF).
Op 8 december vond in Brussel de in de brief genoemde bijeenkomst plaats. Hierover meldde 11.11.11.be het volgende.
Vandaag, 8 december, starten de onderhandelingen tussen de Europese Unie en de Burundese overheid in het kader van artikel 96 van het Cotonou-Verdrag, ook wel ACP-EU-partnerschapsovereenkomst. Dit artikel wordt ingeschakeld in geval van niet-naleving van essentiële elementen van de overeenkomst, zoals de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat. Indien de gesprekken niet tot een akkoord leiden, kan het partnerschap tussen de EU en Burundi stopgezet worden.
Dit is niet niets. De Europese hulp bedraagt 20% van het budget van de Burundese overheid. Begin oktober trof de EU reeds sancties tegen vier hooggeplaatste personen, en ook de Verenigde Staten deden dit recent. België schortte een deel van zijn ontwikkelingssamenwerking met Burundi op, net als verschillende andere landen. De Verenigde Naties, en nu ook meer en meer de Afrikaanse Unie, veroordelen in strenge bewoordingen de aanslepende crisis.
Waarom deze consultaties?
Sinds eind april is het zeer onrustig in Burundi, en de kans op een verdere escalatie van de crisis is reëel. Betogingen in de hoofdstad, repressie, een mislukte staatsgreep, dagelijkse gewelddadige confrontaties in verschillende wijken, de aanwezigheid van gewapende groepen en radicalisering in het land maken van deze dialoog een essentieel element om uit deze zware politieke crisis te komen.
Volgens Ligue Iteka, een belangrijke Burundese mensenrechtenorganisatie, zijn er tussen januari en oktober minstens 507 personen gedood en werden 2203 willekeurige arrestaties verricht. De Verenigde Naties spreken van 240 doden sinds april. Exacte cijfers zijn echter moeilijk te vinden, aangezien het aantal slachtoffers nauwelijks gedocumenteerd wordt.
Daarnaast is de ruimte voor de civiele maatschappij zo goed als afwezig en worden fundamentele rechten zoals vrijheid van meningsuiting en vereniging sterk aangetast. De belangrijkste vrije media werden reeds in mei 2015 gesloten. Heel wat mensenrechtenactivisten en journalisten zijn het land ontvlucht wegens te gevaarlijk. De Burundese overheid vraagt voor hun uitlevering. Diegenen die nog in het land verblijven, alsook hun familie worden bedreigd en leven ondergedoken.
Enkele dagen voor de start van de artikel 96-dialoog verplichtte de Burundese overheid reeds 10 middenveldorganisaties hun activiteiten op te schorten, en 17 organisaties zagen hun rekeningen geblokkeerd, waaronder verschillende partners van 11.11.11. Deze organisaties werken onder andere rond mensenrechten, strijd tegen corruptie en democratische principes.
Door 11.11.11.be is de procedure van de artikel 96 consultaties toegevoegd.
26 oktober: EU stuurt brief naar de Burundese overheid om hen uit te nodigen in dialoog te treden. De Burundese autoriteiten hebben 30 dagen de tijd om hierop te antwoorden.
Eind november: De Burundese overheid gaat in op de vraag tot dialoog rond artikel 96.
8 December: Eerste meeting in Brussel. De Burundese delegatie, die uit 20 personen – waaronder zes ministers en de procureur generaal – bestaat, staat onder leiding van Alain Nyamitwe, de Minister van Buitenlandse Zaken. Nederland, de huidige voorzitter, heeft de lead bij de EU. Dit wordt getrokken door de Minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, en de EU commissaris van ontwikkelingssamenwerking, Neven Mimica. Deze eerste consultatie zou vanavond reeds afgelopen moeten zijn, met een concreet stappenplan als resultaat.
December – Maart: Na vier maanden met verschillende evaluatiemomenten wordt beslist of de stappen gezet door de Burundese overheid voldoende zijn. Indien deze niet volstaan, kunnen sancties worden opgelegd tot het opschorten van de Europese ontwikkelingssamenwerking. Dit proces kan zeer lang duren. Zo duurden de artikel 96 consultaties voor Zimbabwe 12 jaar.
Onmiddellijk na het afsluiten van de onderhandelingen stuurde de EU al een persbericht uit. Hierin toont zij zich ontevreden over de onderhandelingen met de Burundese overheid.
De Europese Unie ‘neemt akte van de antwoorden’ van de Burundese regering, maar is van mening dat deze antwoorden van Bujumbura niet volstaan om klaarheid te scheppen over de door de EU gestelde vragen m.b.t. de aanslepende, en steeds gewelddadigere crisis, in het Centraal-Afrikaanse land.
Verdere gesprekken zullen achter gesloten deuren verlopen, en de Europese onderhandelaars zullen gepaste maatregelen voorstellen aan de beslissingsorganen van de EU.
Hierop is er in Brussel een manifestatie geweest tegen het regime in Burundi en werd het volgende gemeld.
De Europese Unie toont zich ontevreden over de onderhandelingen met de Burundese regering, en dreigt met “gepaste maatregelen”. Dat meldt de EU in een officiële mededeling.
De EU, aldus die mededeling, had van de Burundese regering controleerbare en “duidelijke toezeggingen” verwacht die duidelijk maken dat het land de “latente burgeroorlog” wil vermijden. Dat kan door een dialoog op te starten met de oppositie. Maar de gesprekken in Brussel verliepen niet zoals gehoopt.
“De Europese Unie neemt akte van de antwoorden van de Burundese regering en zijn engagement om klaarheid te scheppen over de vragen die we hebben gesteld”, aldus het communiqué. “Maar de EU meent dat de standpunten van Bujumbura niet voldoende zijn om het gebrek aan essentiële elementen in zijn partnership met Burundi te verhelpen”.
Bij gebrek aan toezeggingen kan Europa zijn ontwikkelingssamenwerking met het kleine Centraal-Afrikaanse land opschorten. Of dat ook effectief zal gebeuren, is nog niet duidelijk. De Europese onderhandelaars lieten wel verstaan dat de gesprekken in elk geval “gesloten zijn” en “dat er gepaste maatregelen zullen voorgesteld worden aan de beslissende organen van de EU”. Over die “gepaste maatregelen” worden geen verdere details verstrekt.
Europa is de grootste geldschieter van het Centraal-Afrikaanse land.
De Burundese president Pierre Nkurunziza kondigde in het voorjaar aan dat hij een derde ambtstermijn wil, wat indruist tegen de grondwet en tegen de akkoorden die werden gesloten om een einde te maken aan de burgeroorlog in het land. Sinds de aankondiging is het geweld in het land opgelaaid, en is er een poging tot staatsgreep geweest.
Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen van openbare media en van bekenden uit Burundi.