Kijk de andere kant op

22 december 2015

In Belgische en Franse media wordt bericht over het actuele geweld in Burundi. Menserechtenorganisatie Amnesty International publiceerde een onderzoek naar een moordpartij in een voornamelijk door Tutsi’s bewoonde wijk, op 11 december jl. Gedood werden onder anderen een gehandicapte man, een tiener die eieren verkocht, een werkster, een leraar en een man die mobieltjes verhandelde. Allemaal ‘vijanden van de staat’, volgens een legerwoordvoerder die wordt aangehaald. Tijdens het genocidale geweld tussen Hutu’s en Tutsi’s in Burundi van 1993 tot 2005 werd dezelfde terminologie gebezigd voor het afslachten van naar schatting driehonderdduizend mensen. In de media wordt het daarom een slecht voorteken genoemd dat dit nu vanuit het leger weer zo wordt benoemd, al wil Ruud Bosgraaf als woordvoerder van Amnesty International het woord genocide nog niet in de mond nemen. Citaat: ‘Maar als je die recente buitenrechtelijke executies op straat ziet en het feit dat de staat de haat opstookt, begin je wel een beetje in de richting van genocide te denken. Probleem is dat wij in Europa de urgentie niet willen zien van wat daar dreigt. Net als ten tijde van Rwanda toen hier de oorlog in Joegoslavië alle aandacht vroeg. Nu is er iets dergelijks aan de hand met de vluchtelingen en Syrië. Geen aandacht dus voor Burundi.’ Bijna iedereen kijkt de andere kant op, wordt er in België geschreven. Maar niemand kan straks zeggen: ‘we wisten niet wat er in Burundi gaande was’. Hutu’s en Tutsi’s staan weer tegenover elkaar in hartje Afrika. Sinds acht maanden escaleert het geweld in Burundi waar inmiddels alweer honderden doden zijn gevallen. Nog steeds spookt door vele hoofden wat er in de jaren negentig gebeurde in buurland Rwanda. In een vergelijkbare sfeer van haat tussen Hutu’s en Tutsi’s werden destijds in korte tijd bijna een miljoen Tutsi’s en gematigde Hutu’s vermoord.

De omstreden derde ambtstermijn van president Nkurunziza van Burundi is aanleiding voor de actuele escalatie van geweld. Daartegen werd geprotesteerd door gematigde Hutu’s en Tutsi’s. De laatste hadden in 2006 hun gewapende strijd opgegeven, onder meer in ruil voor een behoorlijke grondwet. Om de ambtstermijn van Nkurunziza te kunnen verlengen en de aandacht af te leiden van de grote economische problemen van het straatarme Burundi stoken handlangers van de president de aloude etnische spanningen op. Volgens de journaliste Yvette Murekasabe – die deze zomer na bedreigingen vanwege kritische radio-uitzendingen moest vluchten naar Frankrijk – broeit er iets onbeschrijflijks in Burundi waar bendes jongeren de hoofdstad Bujumbura onveilig maken. Tutsi’s en gematigde Hutu’s zijn vaak het slachtoffer. ‘Ooit waren die milities ongewapende jeugdafdelingen van de regeringspartij. Ze worden al lange tijd getraind en in reserve gehouden. Die jongeren zijn geen opstandelingen want ze horen bij de macht. De milities bestaan volledig uit Hutu’s en ze worden getraind voor een bepaald doel’, aldus Murekasabe op de Franse radio.

Wat een grote groep werkloze, gemanipuleerde en met kapmessen toegeruste Hutu-jongeren kan aanrichten, zag de wereld te laat in Rwanda. Ook andere mensenrechtenorganisaties waarschuwen voor de sfeer van haat in Burundi die gemakkelijk kan oplaaien tot een opmaat naar een volgend drama. Een besluit van de Afrikaanse Unie (AU) om deze keer een preventieve vredesmacht van vijfduizend man te sturen is door Nkurunziza boos verworpen. Maandag kwam het parlement van Burundi daarover bijeen, maar vooral om te applaudiseren voor de president.

Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen van openbare media. De foto is overgenomen van HLN.be.