Ondergronds

1 januari 2016

We wensen de Burundesen een heel goed jaar toe, met een verbetering van hun leefsituatie in alle opzichten. De mogelijkheid tot terugkeer uit vluchtelingenkampen, de kans een bestaan op te bouwen. We wensen ook al onze vrijwilligers en donateurs een mooi 2016 toe. We hebben hun hulp nodig om aandacht aan Burundi te blijven geven en waar mogelijk gericht mee te helpen aan het overdragen van kennis.

Er zijn weinig berichten te vinden over de gesprekken in Oeganda, die 28 december zouden zijn begonnen.
Maar toch vinden we het volgende: ‘Au regard de la situation dramatique au Burundi, l’Union européenne invite toutes les parties à s’accorder sur « la poursuite du processus ainsi qu’à réaliser les prochaines étapes du dialogue à Arusha en Tanzanie. » L’Union européenne plébiscite donc officiellement la ville tanzanienne qui a abrité l’accord historique signé par les différentes parties burundaises pour mettre fin à la guerre.’

In een communiqué van 30 december 2015 meldt de EU blij te zijn dat de gesprekken op 28 december in Kampala/Entebbe in Oeganda zijn hervat en noemt het een belangrijke stap. President Museveni van Oeganda zou goed werk verrichten met de bemiddeling die door de OAC en de AU wordt gesteund. De regering van Burundi zou aanwezig zijn, evenals politieke partijen en burgervertegenwoordigers. Alleen een politieke oplossing kan het geweld stoppen, wordt gesteld. De EU blijft de inspanningen van de AU en de OAC steunen, met als doel de bevolking te beschermen en verdere escalatie van geweld te voorkomen.

Over een persconferentie van de Burundese president op 30 december jl in Gitega lezen we het volgende: ‘Nous ne dialoguerons pas avec les hors la loi!’ Volgens de president worden de deelnemers aan de onderhandelingen in Entebbe gezocht door de Burundese justitie. Hij hoopt dat de UN hen zal arresteren en zal overdragen aan justitie in Burundi. De president liet in het midden of de regering op 6 januari a.s. aanwezig zal zijn bij de besprekingen in Entebbe. De visie dat hij de grondwet en het Akkoord van Arusha heeft geschonden, noemt hij ‘meten met twee maten’. Andere naties zouden het land schade toebrengen met hun uitingen. Andere landen stellen zich op als onderwijzers, zei hij. Aan een journalist die vroeg waarom iemand die uit Rwanda komt door de politie wordt gezien als verdachte, antwoordde hij dat dit het werk van de veiligheidspolitie is. Wie in het buitenland is, moet zich aan de regels van het gastland houden. Het is niet de bedoeling dat iemand ten onrechte wordt opgepakt. Burundi verdedigt zijn soevereiniteit met hand en tand tegenover indringers, zei hij verder, toen het ging over de mogelijke komst van troepen van de AU. Over uitspraken van president Kagame van buurland Rwanda gaf hij aan, geen discussie op te zetten, en te garanderen dat tijdens zijn regeerperiode de relatie met Rwanda goed zal blijven. Verder benoemde hij dat het land Burundi niet arm is, maar dat iedereen die aan het werk gaat zal kunnen verdienen. ‘Iemand hoeft niet per se werk te vinden op het gebied waarvoor hij een diploma heeft. Pak werk aan dat zich voordoet, en je verdient iets’. Voor mensen die bij eerdere manifestaties zijn gearresteerd kan hij weinig doen; dat is de taak van de onafhankelijke justitie. Bij gesloten radiostations is sprake van een justitiedossier, zodat heropening afhangt van de rechtbank.

Al medio juni 2015 schreef journaliste Jojanneke Spoor: ‘Het vrije woord is het eerste slachtoffer van de crisis in Burundi. (…) De onafhankelijke pers is op sterven na dood en individuen die zich uitspreken tegen de president, zijn hun leven niet zeker. Uit vrees voor geweld sloot ook de krant waar ik voor werk tijdelijk haar deuren. (…) In het vacuüm dat de media achterlieten, gingen geruchten een eigen leven leiden. De alomtegenwoordige angst werd tot buitensporige proporties uitvergroot. Verschillende mensen vertelden me dat de overheid geen getuigen wil, omdat ze van plan zijn met geweld hun grip op de macht te bestendigen. Zonder media kunnen ze ongestoord hun gang gaan. (…) Wat volgde is inderdaad vol van geweld. Politieagenten schieten met scherp op demonstranten. (…) Militairen die deelnamen aan de couppoging en daarbij gewond raakten, zijn voor het oog van medisch personeel in het ziekenhuis vermoord. Oppositieleider Zedi Feruzi werd voor zijn huis neergeschoten, vele anderen zijn ondergedoken. (…) De demonstranten die vreedzaam begonnen, reageren met het opwerpen van barricades en gooien met stenen naar de politie. Eén agent werd – nadat ze haar geweer leegschoot op een demonstrant – door een woedende menigte mishandeld. Een lid van de jeugdmilitie van de president werd levend in brand gestoken. Het geweld dat de demonstranten gebruiken is zorgelijk, maar staat niet in verhouding met dat van de politie en de inlichtingendienst. (…) Ondanks de reële angst besloot mijn baas Antoine Kaburahe, de directeur van Burundi’s enige onafhankelijke krant Iwacu, dat hij wilde bijdragen aan het democratisch proces door te doen waar hij goed in is: mensen informeren en een tegengeluid laten horen, naast de propagandamachine van de overheid. Hij heropende het kantoor en bood zijn journalisten de keuze tussen werken en schuilen. Bijna zonder uitzondering kozen ze ervoor weer aan de slag te gaan. Ineens werd dit kleine landje waar niemand naar omkeek, wereldnieuws. Zelf besloot ik, met pijn in mijn hart, om samen met mijn twee kleine kinderen tijdelijk naar buurland Rwanda te verhuizen. Maar wat wilde ik graag blijven. Niet alleen omdat ik van het land en de mensen die ik achterliet houd, maar ook omdat het voor een journalist een razend interessante periode is. Ineens werd dit kleine landje waar niemand naar omkeek, wereldnieuws. De Nederlandse krant die een week eerder nog een artikel van mijn hand afwees, belde nu mij en plaatste het stuk dat ik typte op de voorpagina. Na slapeloze nachten, gevuld met granaten en geweervuur, probeerde ik nog voor het ontbijt het nieuws te duiden op Radio 1. De dagen vulden zich met twitter, radio en telefoontjes naar vrienden en collega’s. Nooit eerder was ik zo direct betrokken bij het wereldnieuws. Ik vond het heerlijk om iets concreets te kunnen doen, maar ik ging ook twijfelen. Was ik nog wel onpartijdig? Het is lastig om geen kant te kiezen als je vrienden en collega’s niet meer slapen, uit vrees ontvoerd of vermoord te worden. (…) Ook buitenlandse journalisten moeten voorzichtig zijn. Een Franse journalist werd met de dood bedreigd toen hij in Bujumbura verslag wilde doen van de demonstraties. ‘Ga weg hier, anders schieten we jullie dood, net als de demonstranten’, werd hem door een agent naar het hoofd geslingerd. Hij en vele andere journalisten werden ‘voor hun eigen veiligheid’ tegengehouden en konden alleen hóren dat er elders in de wijk geschoten werd, vermoedelijk door diezelfde politie. (…) De president heeft de (internationale) media gewaarschuwd om geen informatie te verspreiden die tot verdeeldheid en haat kan leiden of Burundi in diskrediet brengt. Van een journalist, die ervan werd verdacht de demonstranten op te stoken, is de accreditatie ingetrokken. Hij en zijn collega’s hebben het land verlaten. Journalistiek in Burundi is nu grotendeels ondergronds. Er wordt anoniem gepubliceerd, terwijl prominente journalisten steeds vaker het land ontvluchten. Ook op Twitter werd het (…) verdacht stil. Één voor één duiken de social media-activisten weer op. Nu vanaf een veilige afstand in buurlanden of elders in de wereld. Ik voel me als een journalist in ballingschap. Ook ik houd de situatie vanaf een afstandje in de gaten. Omdat ik niet meer ter plaatse ben, moet ik toezien hoe de berichtgeving in Nederland weer is overgenomen door de persbureaus en de reguliere correspondenten die het conflict neigen terug te brengen tot een etnische kwestie. Gezien de geschiedenis begrijp ik de fascinatie met een eventueel Hutu-Tutsi conflict. Het is bovendien ook lekker overzichtelijk. De realiteit is alleen een andere. En veel complexer. (…) De Engelstalige redactie waaraan ik leiding gaf is op non-actief gesteld en het is nog maar de vraag hoe lang mijn Franstalige collega’s het volhouden. De economie van Burundi is ingestort en Iwacu’s advertentie-inkomsten zijn nihil. Er is nog geld voor een maandje, misschien twee. Daarna zullen geruchten het weer overnemen.’

Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen van openbare media en van bekenden uit Burundi. De foto is overgenomen van Reuters.