Moderne geschiedenis

7 mei 2016

Het tweedehands gekochte boek Life after Violence, A People’s Story of Burundi van Peter Uvin, uit de reeks African Arguments, blijkt uitgeschreven uit de bibliotheek van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, maar is pas van 2009 en slechts door zes mensen gelezen (aannemende dat er slechts één exemplaar was). Het boek is meer bekend bij betrokkenen, die Burundi al kennen. Uvin behandelt aspecten van de Burundese cultuur, conflict en maatschappij, na de genocide, in de periode die wij gewapende vrede noemden tussen 2005 en 2015. De wijze waarop Burundesen konden gedogen, accepteren, lachen zelfs, werd gezien als voorbeeld voor een toekomstige wereldvrede. Het is anders gelopen in Burundi, maar de veerkracht die de mensen hebben moet hoop geven. Zoals gezegd is het een tamelijk onbekend boek gebleven in Nederland. Meer aandacht krijgt een stripboek over Rwanda van Jeroen Janssen, Abadaringi. Hierover lezen we ‘Er zijn van die momenten dat je beseft dat je persoonlijke wereldje wel heel erg klein is. Uiteraard heb je gehoord over andere continenten, andere mensen in andere culturen. Vanzelfsprekend weet je dat er ergens ooit een oorlog woedde. Dat mensen op de vlucht sloegen. Maar echt weten, echt begrijpen, echt kennen, dat doe je niet. Voor die dingen heb je geen referentie. Je eigen kleine zelf kan niet voelen wat iemand anders, ver weg, voelt….. Met tonnen respect en emotie… Hoe het leven in Afrika na de oorlog verdergaat. Hoe een mens niet enkel overleeft, maar leeft, in omstandigheden die voor ons kleine landje onmenslijk lijken. Je ontdekt dat de zwart-wit tegenstellingen uit de krant niet zo uitgesproken zijn. Dat er daartussen een echt leven bestaat. Geen gemakkelijk, maar niettemin een leven. Even intens, leuk en hoopvol als het jouwe.’ Respectvol omgaan met de tegenstellingen die er lijken te zijn en zijn. Oppassen dat de mensen in een land, ondanks moeilijke en soms gevaarlijke politieke situaties, niet vergeten worden. Dat is wat een aantal Afrikaanse landen, zo ook Burundi, nodig hebben. ‘Met ons gaat het goed, ondanks de rest van ons leven’, lijkt de verwoording die in het Noorden niet altijd meteen wordt begrepen.

Maar dit geeft wel de actuele situatie weer, zoals we die steeds vaker nu opnieuw van Burundesen te horen krijgen. Het trauma, ‘de rest van ons leven’, is en blijft, maar het leven gaat door. Er zijn af en toe aanslagen en je moet opletten, maar de extreme angst bij elke stap die wordt gezet is verdwenen. Het is een nieuwe status quo bijna. Moeilijk om mee te leven, maar realiteit en gewoonte inmiddels weer. Net als in het stripboek hebben we het over ‘een verloren generatie’, een ‘ingrijpend verhaal’ en ‘moderne geschiedenis’. En we hopen dat de Burundesen ons niet een te rooskleurig beeld schetsen.

Janssen tekende al eerder een boek, lang geleden. Daarin worden we eraan herinnerd hoe Frankrijk wapens leverde en oorlogstrainingen verzorgde in het Rwanda van kort voor de genocide van 1994. De Rwandese president Habyarimana, Hutu en sinds 1973 aan de macht, stemde onder internationale druk in 1994 formeel in met het Arusha Accoord, omdat het land alleen noodhulp zou krijgen op voorwaarde van democratie en de dalende koffieprijzen en de overbevolking noodzaakten tot verandering. Tot dat moment werden de Tutsi’s nog steeds gediscrimineerd en onmenselijk behandeld en ook het RPF (the Rwandese Patriotic Front) van de Tutsi’s schuwde geen geweld. Op 6 april 1994 gaf Habyarimana zijn woord tijdens een bijeenkomst in Dar es Salaam en beloofde hij de macht met de Tutsi’s te delen. Na deze belofte werd zijn vliegtuig terug naar Kigali neergeschoten. De dood van de president vormde het sein waarop de Hutu’s hebben gewacht en zij begonnen een afschuwelijke en onmenselijke moordpartij die aan duizenden Tutsi’s het leven kostte. Ook de Burundese president Ntaryamira, gezeten in hetzelfde vliegtuig, kwam om. (In Burundi was de genocide het jaar ervoor al begonnen.) Nog altijd wordt gespeculeerd over de rol van niet-Afrikaanse landen en instanties bij dit drama.

Het verhaal van de genocide-periodes in deze regio, gebaseerd op Hutu’s en Tutsi’s als een soort niet etnisch zuiver bepaalde zuilen, is afschuwelijk en leidt vanuit het Noorden tot kritiek op mensen. Misschien kunnen we het toch beter begrijpen als we kijken naar de geschiedenis van ons eigen land, prettig beschreven door de Amerikaan Shorto in het boek Amsterdam, A History of the World’s Most Liberal City. Nederland kende ook een soort zuilen, maar die werkten samen in het ‘poldermodel’ om geen natte voeten te krijgen. Individueel belang, economisch liberalisme en sociale rechten liepen hand in hand in wat Shorto ‘communalisme’ noemt. Hij beschrijft dit oude begrip als een basis van vrijheid en democratie. In de Tweede Wereldoorlog, onder invloed van buitenaf, ging dit behoorlijk ten onder voor de Joodse gemeenschap ten gevolge van collaboratie. L. de Jong van het NIOD schreef hierover dat de weg van collaboratie heel glibberig kan zijn. En dat is wat we ook zien in het Grote Merengebied. Er was een evenwicht tussen de hogere en lagere groepen in de bevolking, maar door invloed van buiten raakte het systeem ontwricht. Die invloed was zeer langdurig aanwezig en de ontregeling die dat opleverde is er nog altijd.

Wat zou het prettig zijn wanneer de kijk op vrijheid en democratie in de hele wereld gelijk was. Aangezien dit niet zo is, kunnen we ons niet altijd verplaatsen in anderen in andere streken. Het lijkt moeilijk om ons voor te stellen dat het leven in Burundi nu weer iets meer zijn gewone loop neemt, al zijn er nog gevaren. Toch is dit wat Burundesen weer iets meer als vrijheid beginnen te ervaren. Met de gedachte dat ‘het’ overwaait, zoals Nederlanders hebben gedacht in het eerste jaar van de Tweede Wereldoorlog, nadat de Eerste Wereldoorlog niet teveel overlast had gebracht. Protesten zijn in het rijkere Noorden aan de orde van de dag, en vinden soms ook plaats in het Grote Merengebied, waarbij er tot een jaar geleden in Burundi meer ruimte aanwezig leek dan elders. Voor nieuwe protesten lijkt de vrijheid nog niet groot genoeg. Opmerkelijk is te benoemen dat er in Burundi geen spoor is van discriminatie op grond van religie, iets dat in grote delen van de wereld wel aanwezig was en is. Maar laten we niet teveel juichen om tien vogels in de lucht en geen in de hand. Natuurlijk mag niet vergeten worden dat de internationale gemeenschap zich keert tegen schendingen van mensenrechten, gelukkig. De manier waarop dit in Afrikaanse landen onder controle kan worden gebracht is echter niet altijd zo duidelijk (c.q. een groot vraagstuk). Misschien helpt het om meer naar de gelijkenis van het Noorden en het Zuiden te kijken, dan naar de verschillen, zoals in een simplistische benadering zoals hierboven.

Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen uit de in de tekst genoemde boeken, van openbare media en van bekenden uit Nederland en Burundi. De foto is overgenomen van mtholyoke.edu.