18 juni 2014
In Burundi wordt meer gepraat dan geschreven. Nieuwtjes en gedachten worden aan elkaar verteld. Dat is niet zo vreemd als je bedenkt dat het Kirundi als taal vroeger nooit werd geschreven en het land vooral een orale traditie heeft. Er zijn veel vaste vertellingen, raadsels, liedjes en fabels waarin min of meer morele zaken aan de orde komen, ook al worden ze op een speelse manier gepresenteerd. Hierin kunnen personages en dierfiguren optreden als menselijke archetypes. Heel bekend zijn de dwarse humoristische nar Samandari en de anticonformistische Inarunyonga. Hun verhalen zijn al oud, maar worden tot plezier van de vormelijke Burundesen nog vaak herhaald.
Een voorbeeld: De koning heeft een systeem van rechtspraak ingevoerd. Samandari vraagt de koning om zijn spinazie te koken en gaat zelf wat anders doen. De spinazie wordt gekookt, waardoor het slinkt. Als Samandari terugkomt verwijt hij de koning dat er nog maar weinig van over is. De koning kan niet bewijzen dat hij er niet van heeft gesnoept; hij heeft geen getuigen. Samandari weet de koning zover te krijgen dat hij hem een paar koeien wil geven om zijn schuld af te kopen, maar weigert dan de koeien aan te nemen. Samandari legt daarna aan de koning uit, dat je je onschuld niet kunt bewijzen als je geen getuigen hebt en dat rechters je niet kunnen helpen als je zelf geen verweer hebt. Het verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen wordt door een rechtssysteem niet als vanzelf opgelost. Het blijft opletten.