Omgaan met globaal geld

29 april 2016

Vanmorgen zijn de adviseur van de vice-president, Generaal Kararuza, en zijn echtgenote vermoord, terwijl zij hun dochtertje naar school brachten. Het kind is in leven. Een veiligheidsbeambte is eveneens gedood. Ook deze moorden kunnen weer een aanzet zijn tot verder geweld. Het is vandaag precies 44 jaar geleden dat de moordpartijen van 1972 begonnen en iedereen weet dat. Ook is er een confrontatie geweest van het leger met rebellen uit Tanzania in Ruyigi.

Whatsapp is tegenwoordig gecodeerd, dus zolang internet het doet is er tamelijk veilig contact te onderhouden. Dit is relevant; mensen leven met de angst voor morgen en willen zich informeren. Dit is het echte leven en geen musical. Maar er dringt – behalve in politieke en strategische kringen – weinig goed zichtbare informatie door in het Noorden. Ook over overstromingen aardverschuivingen in Makamba en Rumonge in de voorbije maanden wordt hier niets gemeld. Mensen zijn daar in hun slaap overvallen en op hun matras verdronken.

De meest recente (16 april 2016) Humanitarian Outlook for the Horn of Africa and the Great Lakes Region (April – June 2016) van OCHA laat zich helaas niet zomaar vertalen in gerichte acties:
‘Recommendations
•Redouble efforts to negotiate humanitarian access and respond to needs in areas of restricted access
•Increase advocacy on protection of civilians
•Prepare for a deterioration of situations in Burundi, South Sudan and Somalia
•Mitigate the effects of Nino
•Engage in coordinated and high level resource mobilization efforts
•Concretely engage the World Bank, the African Development Bank and the European Union, who have recently launched initiatives to tackle protracted and complex humanitarian issues in the region
•Increase coordinated engagement with the private sector
•Strengthen collective action in the search of durable solutions
•A fundamental shift in the approach to protracted displacement is needed’

Nu komt er dan een bericht dat het VN Emergency Response Fund (CERF) honderd miljoen dollar vrijmaakt om miljoenen ontheemde en kwetsbare mensen in negen verwaarloosde crises met geldtekort bij te staan. ‘The funds will enable life-saving help for millions of people forced from their homes in Central and Eastern Africa, those affected by conflict and food insecurity in Libya and Mali, and the most vulnerable and at risk of malnutrition in the Democratic People’s Republic of Korea.’ Ban Ki-moon noemt het ‘a lifeline for the world’s most vulnerable people. It is a concrete demonstration of our shared commitment to leave no one behind.’ Het VN-bericht laat het volgende weten:
‘Some $64 million from the CERF allocation will allow humanitarian partners to respond to the displacement crises in Central and Eastern Africa caused by conflict and violence in South Sudan, Burundi and the Democratic Republic of the Congo. Urgently needed funds will help an estimated 1.7 million refugees, internally displaced people and host communities in Burundi ($13 million), Ethiopia ($11 million), Kenya ($4 million), Sudan ($7 million), Tanzania ($11 million), and Uganda ($18 million). A further $28 million will help relief agencies address the humanitarian needs of up to 350,000 people affected by conflict and food insecurity in Libya ($12 million); and in Mali ($16 million), where an estimated 300,000 people will be assisted, especially in the North. An allocation of $8 million will support urgent life-saving humanitarian assistance for more than 2.2 million vulnerable people in DPR Korea, including 1.8 million children who need urgent nutrition assistance.
With so many crises competing for attention around the world many people in need are forgotten. These CERF grants will help sustain life-saving assistance and protection in emergencies where the needs of the most vulnerable communities are alarmingly high but the resources enabling us to respond remain low,” said the Emergency Relief Coordinator, Stephen O’Brien. “I thank our donors for their support to CERF so far in 2016. A strong and well-resourced CERF will help us focus on addressing the most critical needs.”
CERF is one of the fastest and most effective ways to support rapid humanitarian response. The Fund pools donor contributions into a single fund so money is available to start or continue urgent relief work anywhere in the world at the onset of emergencies and for crises that have not attracted sufficient funding. Since 2006, 125 UN Member States and observers, private-sector donors and regional governments have supported the Fund. To date, CERF has allocated almost $4.2 billion for humanitarian operations in 94 countries and territories.’
Het gaat hier niet om een ‘Moral economy of kinship’, wat veel ellende zou kunnen voorkomen, maar om noodverbanden. Nog even en de wereld kan dit niet meer opbrengen.

Ondertussen wordt er in Nederland gemord, dat ontwikkelingsorganisaties zich inhoudelijk moeten voegen naar het beleid van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking: ‘Om ruimte te hebben voor eigen beleid, creëert iedere minister eigen potjes voor thema’s die hij of zij belangrijk vindt.’ Trouw (25 april 2016) in een artikel waarin onderzoeker Lau Schulpen wordt aangehaald: ‘Sinds 2011 kort Nederland miljoenen op de financiering van ontwikkelingsorganisaties. Daarnaast houden bewindslieden vast aan de lijn die na de millenniumwisseling is ingezet: ze vullen steeds meer verschillende thematische subsidiepotjes. Organisaties die in aanmerking willen komen voor geld uit zo’n potje, moeten zich voegen naar de eisen die het ministerie eraan hangt…. Iedere minister zit deels vast aan het beleid van zijn of haar voorganger”, zegt Schulpen. Die heeft geld gestopt in programma’s die doorlopen wanneer een kabinet wisselt. Om toch ruimte te hebben voor eigen beleid, creëert iedere minister eigen potjes voor thema’s die hij of zij belangrijk vindt.’
….’Zo hecht minister Ploumen aan de emancipatie van vrouwen. Zij stelde een subsidie beschikbaar voor projecten die zaken als moedersterfte of ongewenste zwangerschappen bestrijden. 264 organisaties tekenden in. Zij moesten onderling concurreren om de gunst van het ministerie en slechts negen organisaties zagen hun moeite beloond. De andere 255 visten achter het net.
Toegegeven, dit is een extreem voorbeeld, zegt Schulpen. Meestal gaat het om minder aanvragen. Blijft de vraag, vindt hij, of dit nou de manier is om geld te verdelen. “Concurrentie staat voorop, terwijl het moet gaan om samenwerking. De minister wil toch een sterk maatschappelijk middenveld?” En is het efficiënt, vraagt hij zich af. Al die organisaties steken tijd en moeite in hun voorstellen, het ministerie heeft ze alle 264 moeten beoordelen. “En dan is dit nog maar één potje.” En heeft het ministerie de wijsheid in pacht, of is ontwikkelingswerk gebaat bij organisaties die meer naar eigen inzicht handelen?
Daarnaast zwalkt het beleid nogal. Omdat elke minister zijn stempel drukt, is het themalijstje van Ploumen niet te vergelijken met dat van haar voorgangers Eveline Herfkens of Agnes van Ardenne aan het begin van deze eeuw.’
Burundesen zeggen graag dat ontwikkelingsorganisaties er vooral zijn voor hun medewerkers. Minder geld betekent ontslagen, lokaal en globaal.

Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen van openbare media en van bekenden uit Nederland, België en Burundi. De foto is overgenomen van theglobalobservatory.org.