Impressie

5 maart 2023

Vanmiddag ontvingen we de volgende impressie uit Burundi:

Hoewel slechts 10% van de bevolking in de stad woont, is Bujumbura toch een miljoenenstad. Er is in de stad geleidelijk vooruitgang te zien, in tegenstelling tot het armoedige binnenland, maar de armoede blijft groot. In Bujumbura zijn er enkele naar Burundese begrippen luxere wijken, die alsnog niet bestraat zijn en alleen met een auto te bereiken over hobbels en kuilen. Dat levert veel lekke banden op.
Maar het aantal armoedige en overbevolkte wijken in de stad is groot. Dat zag ik eens te meer toen ik vanochtend met een collega uit het CNPK in de brandende zon naar het huisje van mijn oude vriend D. liep in het quartier Kamenge. Het was een voettocht van drie kwartier tussen honderden krotten door waar heel veel mensen wonen, staan, zitten en lopen, en waar de stank enorm is. Het ging door modderplassen, tussen kippen en katten door, over keien. Werkmensen droegen vale kapotte kleren en liepen blootsvoets of op kapotte slippers, maar voor de zondagse kerkdienst van verschillende geloven hadden veel bewoners zich in kleurige kleding gestoken, gewassen en gestreken. Dat stak af tegen de vuile entourage. Bij een van de kerkdiensten die we passeerden werd getrommeld en gezongen in een soort tuin, maar meestal is zo’n kerk een plat gebouw vol met mensen op plastic stoelen die luisteren naar een voorganger en zich koelte toe wapperen. Voor een buitenstaander is het verschil tussen een kerk en het gebouw van een sekte, ook vol mensen, niet te zien. De wijk Kamenge zit vol steegjes en hoeken en waterstroompjes met stinkend afval en is onoverzichtelijk. Groepen jongens dragen zware jerrycans met water. Na een paar keer de weg vragen zagen we de zoon van D., die ons al tegemoet was gekomen. Hij naam ons mee naar D.

En daar stond D., tot voor kort chauffeur bij het CNPK, mager en krom en leunend op een stok, zijn best te doen om niet om te vallen. Hij heeft in december een beroerte gehad en is halfzijdig verlamd, dus het was echt een hele inspanning voor hem op te staan. Uiteindelijk eenmaal binnen, waar het donker en heet was, zonder elektriciteit en zonder stromend water, met een matras voor D. op de grond, vertelde hij zijn verhaal. Hoe hij in december was gevallen en met zijn gebroken Nokia het CNPK had gebeld. Hoe hij naar het Roi Khaled ziekenhuis was gebracht, waar hij ruim twee weken werd opgenomen. Hoe vaak hij zijn medicijnen moet innemen (gelijk aan die in Nederland) en hoe hij daarnaast op advies van de buren driemaal daags een eetlepel modder inneemt met kruiden uit Azië (dat deed hij ter plekke, waardoor mijn begeleider bijna over zijn nek ging en naar buiten vluchtte). Hoe hij telkens valt en hoe hij nu tweemaal per week door een collega-chauffeur van het CNPK naar het Roi Khaled wordt gebracht voor revalidatie en hoe hij thuis oefeningen doet om zijn spieren te trainen. Bij de revalidatie ziet hij andere patiënten met nog veel ergere symptomen, vertelde hij. Hij relativeerde zijn situatie en neemt het hoe het is gekomen met kalmte en inspanning en moedige trots, want hij merkt al wat verbetering. Zijn vier kinderen zorgen goed voor hem. Slapen lukt niet, zijn hoofd zit vol gedachten, maar hij klaagt niet.

Pas toen we weggingen besefte ik dat een auto helemaal niet bij zijn huisje kan komen. Hij moet door smalle steegjes en over heuveltjes klimmen met zijn stok, door modder en tegen stenen botsend, om bij een plek te komen die een auto kan bereiken, om naar de revalidatie te gaan. Of hij moet worden gedragen, want een rolstoel komt ook de hobbels niet over en zou blijven steken in de modder.

Het leven is hier in Kamenge echt heel anders dan in Nederland en lijkt meer op het leven in de bekendere suburbs van Kaapstad of Monrovia.

Post navigation