Eén oog dicht

14 juni 2015

Bericht vanuit Burundi: ‘We slapen met één oog dicht en het andere open om alert te blijven op mogelijke aanvallen en niet van ons bed te worden gelicht.’ Genoeg aanleiding om een oplossing te willen voor de ontstane situatie. Eén oplossing lijkt er niet te zijn, zoals slapen met één oog dicht ook niet kan. Een oogje toeknijpen zal ook niet helpen. Oplossingen zullen van verschillende kanten moeten komen.
‘De internationale gemeenschap moet ons dus dwingen tot dialoog en compromis. Het is de enige hoop’, zegt Déo Niyonkuru van de Burundese NGO ADISCO (Appui au Développement Intégral et la Solidarité sur les Collines). Deze organisatie richt zich op nationale solidariteit en op ontwikkeling. ADISCO ondersteunt ondernemerschap, helpt coöperaties oprichten, bereidt zorgverzekeringen voor ledengroepen voor. De stelling van Niyonkuru is van een bijna niet-Burundese duidelijkheid. Zijn organisatie werkt vooral voor mensen in het binnenland, waar de rol van de internationale gemeenschap minder wordt besproken dan in de hoofdstad. Een moedig statement geeft hij af, maar weinig leiders van de internationale gemeenschap hebben er weet van. Hoe staan de verschillende landen nu tegenover Burundi? Financiële steun voor de verkiezingen is teruggetrokken, hulp voor het opleiding van leger en politie stopgezet. Een onwettige staatsgreep werd bijna gedoogd om een onwettige verkiesbaarstelling te bestrijden. De VN heeft zich teruggetrokken. Rwanda, de VS en een klein aantal Europese landen hebben zich uitgesproken tegen de verkiesbaarstelling van Nkurunziza, Rusland is juist tegenstander van buitenlandse bemoeienis, maar de meeste landen beperkten zich tot het statement dat de verkiezingen moesten worden uitgesteld (dat is gebeurd, en nu?) of onthielden zich van alle commentaar.

De ene Burundees stelt dat het land op ontploffen staat, de andere dat het geleidelijk weer terug zal keren naar het complexe evenwicht waardoor het al zo lang werd gekenmerkt. En dat dit dan nog wel een jaar of tien of twintig zo zal blijven. De één noemt de situatie een socio-politieke crisis, de ander spreekt van geo-politieke stress binnen de Oost-Afrikaanse regio. De één geeft aan dat het leger een gevaar is voor de bevolking, de ander dat het leger veel professioneler is geworden en veel problemen heeft voorkomen in de afgelopen periode. Niyonkuru van ADISCO pleit voor doorgaan op de al lang geleden ingeslagen weg naar consensus. ‘Hoewel 90% van de bevolking in de landbouw werkt, zijn de meeste mensen ondervoed. In de hoofdstad Bujumbura valt dat niet meteen op, maar in de velden zien we kinderen die er erg aan toe lijken: vuil, in vieze lompen gehuld, doffe blik… De armoede neemt nog toe’. Ofwel: in alle discussie mag niet vergeten worden waar het in feite om gaat.

De lokale verkiezingen en de verkiezingen van het parlement zullen nu plaatsvinden op de oorspronkelijke dag dat de president zou worden gekozen, 26 juni. De presidentverkiezingen zijn met drie weken uitgesteld naar 15 juli, hoewel er zes weken waren gevraagd, maar dit zou nu de instemming hebben van de EAC (East African Community). Op 24 juli wordt tenslotte de senaat gekozen. Er worden nieuwe samenstellingen van de kiescommissies (o.a. CENI) gerealiseerd.

De Burundese begroting bestaat voor de helft uit ontwikkelingshulp, het leeuwendeel daarvan afkomstig van Europese landen, volgens de Belg Patrick Spirlet, ambassadeur van de EU in Burundi: ‘Deze regio is niet zonder risico, maar we zijn hier uit solidariteit én uit eigenbelang. Als de situatie hier achteruitgaat, zwengel je de migratie naar Europa verder aan en kan dit een rechteloze zone worden waar het terrorisme zich nestelt.’ Dit is waar de klassieke ontwikkelingshulp en de samenwerking van de 21ste eeuw, die draait om gedeelde belangen, elkaar raken, lezen we.
Economische belangen spelen in Burundi minder: het land heeft amper grondstoffen en een minuscule afzetmarkt. Opvallend is dat Burundi vooruitgang boekte in onderwijs en zorg, maar economisch stagneert. De landbouwproductie nam amper toe, de koffiesector – waar het land de meeste deviezen mee verdient – zag zijn productie zelfs zwaar teruglopen. Buitenlandse investeringen zijn schaars. Andere landen van de EAC zoals Rwanda, Oeganda en Tanzania doen het economisch beter.
Pierre Buyoya, voormalig premier en Tutsi-grootheid: ‘De crisis in Rwanda kwam tien jaar vroeger dan bij ons. De internationale gemeenschap voelde veel meer schuldgevoel en gaf Rwanda daarom veel meer hulp dan Burundi. En de Rwandezen hebben dat geld beter gebruikt dan wij.’
Een westerse ambassadeur met veel ervaring in de regio: ‘In post-conflictlanden zie je na het conflict meestal een inhaalbeweging van snelle economische groei. Die is er in Burundi niet geweest. Waarom? Corruptie, verkeerde investeringen, verkeerde mensen op de verkeerde plaats…’ Slecht bestuur dus, lezen we ook.

Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen van openbare media en van bekenden uit Burundi. De foto is overgenomen van Reuters.