16 juni 2015
‘Only the people of Burundi can bring peace’, geeft een Burundese vrouw aan. Anderen stellen juist dat de internationale gemeenschap in actie moet komen. Je kunt het probleem dat is ontstaan van vele kanten bekijken en er zijn op papier vele mogelijkheden om verbeteringen tot stand te brengen. Maar wat is verbetering, wat is ontwikkeling, wat is duurzame vrede en hoe bestrijd je armoede in een roerige niet-westerse setting. De president van Zimbabwe, die zelf in zijn zevende regeringstermijn zit, steunt gewoon de actuele kandidaatstelling van Pedero, zoals Nkurunziza in Burundi wordt genoemd.
Burundi had al honger, armoede, weinig grondstoffen, weinig banen en weinig kansen. En nu opnieuw onrust en angst. De banken hebben geen deviezen meer. Het nuttig effect van vredesmissies is in het algemeen op zijn minst omstreden. Het moment waarop mensenrechten zodanig worden geschonden dat ingrijpen van buitenaf als noodzakelijk wordt gezien is niet helder aan te geven en ingrijpen zal er ook niet van komen. Op 12 juni jl. pleitte levensbeschouwer Ton de Kok in een opiniestukje in de Volkskrant voor een hek om conflictgebieden (en afwachten tot de rust weerkeert), zodat er geen internationale hulp meer kan komen, zodat er in Nederland niemand kan worden aangeklaagd voor bij vredesmissies gesneuvelde Nederlanders of buitenlanders. Het ging weliswaar vooral over conflictgebieden van moslims en Arabieren, maar de pointe was dat we naar zijn inzicht de ‘christelijk-democratische missiedrift’ ten onrechte maar niet weten in te tomen. Een van de reacties hierop was: ‘Mensen zoals u begraven ieder onrecht in de wereld onder een brij van non argumenten zodat het probleem en een eventuele oplossing niet meer zichtbaar is!’ Iemand anders legde de vergelijking met de internationale hulp waarmee uiteindelijk in en na de Tweede Wereldoorlog in Europa juist wel veiligheid en wederopbouw tot stand werden gebracht. En nee, het ging daarbij toen niet alleen over ‘eenvoudige’ strijd tussen landen, maar ook tussen rassen.
Hoe dan ook weten we al lang dat democratie niet in de Afrikaanse setting kan worden ‘geïmplanteerd’. Een democratie kan hooguit groeien, maar het is de vraag wat in welke setting de beste samenlevingsvorm is. Democratie als staatsvorm biedt ook elders trouwens maar een betrekkelijke gelijkheid en controlemogelijkheid. Betrok de Nederlandse regeringscoalitie nog maar heel pas geleden niet de achterkamertjes om de dialoog over de herziening van ons belastingstelsel zo weinig mogelijk te laten beïnvloeden? Een opmerkelijke verhouding tussen regering en oppositie, noemt Bert Wagendorp dit vandaag. Of, zijn democratieën zonder corruptie?
Hoe dan wel verder? De meest gehoorde visie op de actuele situatie in Burundi is nu dat de Burundesen het inderdaad zelf moeten oplossen, dus zij sukkelen verder. Een basaal gevoel van vertrouwen is natuurlijk ver te zoeken. Gisteren werden in Bujumbura ineens weer schoten gehoord, niet duidelijk waar vandaan. Bestuurlijke of dwingendere invloed vanuit het Westen lijkt zinloos. Ondertussen weten we niet of er geo-politieke invloeden van veel dichterbij spelen waar de Burundese burger niets tegen kan doen. Er zijn wel degelijk groeperingen of landen die invloed hebben op Burundi.
Ontwikkelingshulp dan? Het Westen buigt zich al jaren over de vraag wat ‘ontwikkeling’ is en wat de juiste vorm is voor ontwikkelingshulp. Even terzijde zij opgemerkt dat sommigen menen dat het Westen met de ontwikkelingshulp van de negentiende eeuw, lees koloniale gedragingen, samenlevingen uit een eigen evenwicht heeft gehaald en verdeeld en tenslotte uit onmacht vreemde grenzen heeft getrokken. De daden van suprematie van het Westen maken schuldig, stellen zij. Als je vanuit deze of een andere visie dan wilt helpen, hoe dan? Kijk naar boeken als o.a. De crisiskaravaan van Linda Polman, Dag Afrika van Marcia Luyten en De hulp voorbij? van Rob Visser e.a., waarin naast de nadelen van geld en ideeën brengen in toenemende mate de rol van de BRICS-landen naar voren komt, die het vraagstuk nog ingewikkelder maakt. Of juist niet? De BRICS-landen ofwel De Grote Vijf zijn Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika, die als vroegere ontwikkelingslanden een eigen beleid voeren en economisch opklimmen naar hoge posities. Zij hebben tegenwoordig een eigen invloed op lage-inkomenslanden (LIC), die niet te vergelijken is met het effect van de klassieke ontwikkelingshulp. Meer dan het verrichten van activiteiten (bv. het bouwen van belangrijke infrastructuren) als ondersteuning of als betaalde diensten is van belang dat zij de keuzes van deze activiteiten zien als een uitkomst van onderhandelingen over andere zaken, zoals een politiek-bestuurlijke verstandhouding of het leveren van grondstoffen. Dit geeft een totaal ander internationaal evenwicht. Simplistisch gesteld gaat het om een vorm van ruilhandel van goederen, diensten en macht, bij wijze van spreken als van voordat de economie een rol speelde in de wereld, een vorm die het Burundi van voor de kolonisatie ook gekend heeft. En wonderlijk genoeg voor het Westen leidt dit tot een sterke verbetering van de economische positie van een aantal gedoodverfde ontwikkelings- of derde wereldlanden. In deze context is de term ‘vierde wereldlanden’ ontstaan voor LIC-landen.
Verschillende LIC-landen zijn midden-inkomenslanden (MIC) geworden, waar verschillen tussen arm en rijk nog altijd groot kunnen zijn en honger nog altijd een rol kan spelen. De gedachte over MIC-landen is nu dat zij dat dan nu zelf moeten oplossen. Maar LIC-landen zouden volgens westerse deskundigen misschien nog wel geholpen moeten worden. Handelspartner worden van een LIC-land zou tegenwoordig de beste hulp zijn, maar daarbij wordt vaak het verwijt uitgesproken dat het ontwikkelgeld alsnog naar de westerse handelspartij gaat. In ieder geval is het niet langer waardenvrij om over ontwikkelingshulp te spreken. Iemand als de Nederlandse Jan Pronk, voormalig meervoudig minister van ontwikkelingssamenwerking en voormalig adjunct secretaris-generaal bij UNCTAD (Conferentie van handel en ontwikkeling van de VN), heeft het daarom over ‘achtergehouden landen’ die recht hebben op hulp. De wereld als geheel heeft invloed op achtergebleven landen. Sommige landen dragen, wellicht onbewust, bij aan het achterhouden van die landen. We nemen een voorbeeld dicht bij huis: Nederland is een land met een hoge productie en benut daarbij eigen grond en kennis, maar relatief veel te veel energie en materiaal. Nederland gebruikt vijf- tot zesmaal de beschikbare biocapaciteit van het eigen landoppervlak en trekt daarmee een hoge wissel op landgebruik, natuur en hulpbronnen van elders, volgens de bijdrage van Johan van der Gronden in De hulp voorbij?, getiteld De weg kwijt. Hij stelt dat we al tientallen jaren veel meer aan de mondiale meent onttrekken, dan we er in de vorm van hulp naartoe brengen, waarbij ‘meent’ staat voor ‘gemeenschappelijke weidegrond’, ofwel het wereldoppervlak, ofwel gezamenlijk te gebruiken bezit. Een ander aspect zien we bv. in de belastingvoordelen voor (belastingroof door) rijke landen in de samenwerking met LIC-landen.
Ook interessant is de wijze waarop het budget voor ontwikkelingshulp of ontwikkelingshandel, of hoe dit geheel tegenwoordig ook wordt genoemd, per land wordt vastgesteld. En aan welke andere ministeries ontwikkelingshandel per land is verbonden. Voor wie over dergelijke beleidsgedachten meer wil weten is De hulp voorbij? een aanrader.
Ongeacht de visies of feitelijk aangereikte hulp, handel of samenwerking, gaat het in LIC-landen zoals Burundi vaak niet om politiek, maar om macht. Er is geen ‘links of rechts’, maar er zijn wel andere banden en connecties voor steun of hulp en mensen zorgen onderling via die banden vaker voor elkaar dan in het Westen het geval lijkt te zijn. Hiermee willen we niet zeggen dat er bij ons geen zorg voor anderen bestaat, maar wel dat het in Afrikaanse landen op interpersoonlijk niveau vaak vanzelfsprekender is. Daar kunnen wij van leren. In combinatie met het gegeven dat de globalisering niet meer te stoppen is en landen onderling van elkaar afhankelijk zijn zoals mensen in een kleine dorpsgemeenschap, hebben de BRICS-landen een formule neergezet die verder uitwerken waard is. Niet om een ander land te overtroeven, maar om er elk voordeel van te hebben. Geen uitspraken over de organisatievorm van de ander, maar wel gebruik maken van elkaar, ten gunste van gemeenschappelijke welvaart in een constant veranderende wereld. Elkaar af en toe iets gunnen. Meer welvaart in een LIC-land betekent betere mensenrechten, een beter leven, eten.
Over ontwikkelingswerk wordt gesteld dat elke euro moet worden verantwoord, wat op zich logisch is. Maar er zijn deskundigen die stellen dat dit zover is doorgeschoten dat er een controlemachines zijn ontstaan in plaats van hulporganisaties. De controle is daar de core business geworden. Deze deskundigen pleiten voor het voortbestaan van kleine hulporganisaties die dat minder drastisch doen. Daar is weer tegenin gebracht dat er wereldwijd teveel NGO’s zijn en dat die allemaal ongecoördineerd aan het werk zijn, dat dat verlies van geld en energie is. Kijkend naar Burundi heeft wat ons betreft Stichting Kennis zonder Grenzen bestaansrecht, omdat de doelstellingen ervan zich richten op het binnen het westerse blikveld brengen van het vergeten en achtergehouden land en het interpersoonlijk uitwisselen van kennis die gericht is op het realiseren van uiteindelijk meer zelfredzaamheid. We zien weinig collega’s op dit vlak in Burundi. Daarnaast zorgt de stichting voor een adequate controle en zo efficiënt mogelijk werken met een fair trade instelling, zonder dat die controle het stimulerende oogmerk van de activiteiten teniet doet.
Nu Burundi in iets meer stabiliteit lijkt te komen, willen we zo snel mogelijk weer aan het werk met de tijdelijk stilgelegde projecten zoals het kweken van vis en het meedenken over de fabricage van zeep. Maar we zullen de verkiezingen moeten afwachten om zeker te weten dat de relatieve rust blijvend is. Ook bereikte ons nog een onderzoeksvraag, waar we over in gesprek zijn. Zo’n onderzoek zullen we niet zelf uitvoeren. Daar zijn anderen beter in. Maar onze rol als matchmaker tussen partijen die kennis vragen en die kennis bezitten willen we benutten en het is goed dat Burundesen ons nog steeds weten te vinden.
Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen van openbare media en van bekenden uit Burundi en Nederland. In de tekst worden ook drie boeken en hun schrijvers genoemd, waaruit gegevens zijn gebruikt.