21 juli 2015
Het is 6 uur.
Vandaag is de dag van de verkiezing van de Burundese president. De stembureaus zullen zo open gaan. Wordt het het keerpunt voor Burundi na een onaangename periode waarin onnodig bloed vloeide, of de aanloop naar erger? Eeuwige roem in Afrika zou zijn om na twee regeerperiodes af te treden, ook al heb je als president niets voor je volk gedaan. Hoeveel presidenten zijn er niet doodgeschoten, meteen na hun aantreden of na een, twee of ongrondwettelijk meer mandaten? Op tijd de grondwet veranderen is voor een president in Afrika ook geen garantie op een uiteindelijk natuurlijke dood.
In Afrika is na de kolonisatie een bizarre situatie ontstaan. Is het daarom dat er over mooi Afrika wordt gezegd ‘you love it or you hate it’? Congo, Rwanda, Burundi, Oeganda, Zimbabwe, en vele andere… Toch houden westerlingen van Rwanda, waar Paul Kagame ontwikkeling lijkt te brengen. Hij weet investeerders aan te trekken, weet echte wegen aan te leggen, op een hoger niveau voor de bevolking in te steken. Maar wie in Rwanda rondloopt ziet dat het voor velen helemaal geen ontwikkeling is, dat de bevolking angstig is, de nieuw opgelegde taal (Engels) helemaal niet beheerst en twee generaties nodig zal hebben om er iets aan te hebben. De mensen die er nu wonen hebben ook rechten, zou je toch denken. Kagame was bovendien de man die vuile handen maakte wat betreft de etnische conflicten. Congo (Congo-Kinshasa, niet te verwarren met Congo-Brazzaville, dat ook wel Republiek Congo heet) verdient de naam DR Congo (Democratische Republiek Congo) natuurlijk niet. Het is windowdressing. President Joseph Kabila van DR Congo, (stief)zoon van de vermoorde vroegere president Jean Laurent Kabila, is dat nu een sterke of een zwakke man? Hij veranderde de grondwet al heel snel na zijn aantreden zodanig, dat normale verkiezingen in 2016 bijna onmogelijk zouden zijn (de wet vermeldt nu dat verkiezingen pas na een feitelijk onmogelijke volkstelling kunnen plaatsvinden). Maar kijk naar het vuile land en het Lac Kivu vol methaangas en koolstofdioxide – zonder uitzicht op het terugdringen van de risico’s hiervan en zonder exploitatieplannen zoals Rwanda wel heeft – en je kunt toch moeilijk zeggen dat hier een sterke man regeert. Brengt Nigeria hoop? Burkina Faso?
Hoe je het ook wendt of keert, tot ongeveer 2013/2014 leek Burundi in de grote regio de grootste kans te hebben een duurzame vredige samenleving te worden. Niet door toedoen van de president en zijn capriolen, maar door de aard van het volk dat zich tot elkaar leerde te verhouden. Daar kan je twee dingen tegenin brengen, namelijk dat het gedrag wellicht alleen de buitenkant betreft (is dat zo erg? hoe doen westerlingen die van minder diep komen dat dan??) en dat het grootste deel van de bevolking (in de heuvels) zo dom en afhankelijk is gehouden of gemaakt, dat het anno 2015 onmenselijk zou moeten worden genoemd. Een president die bewust aan mensen voedsel, adequate kennis en ontwikkeling onthoudt, getuigt van foute macht.
Het is leerzaam om te lezen hoe Déo Niyonkuru, directeur van ADISCO (Appui au Développement Intégral et la Solidarité sur les Collines ofwel Steun voor de Integrale Ontwikkeling en de Solidariteit op de Heuvels), hiernaar kijkt. Hij wil zich niet uitspreken voor de regeringspartij of voor de oppositie. Uit een interview van Teddy Mazina met hem in Mondiaal Nieuws van juni 2015 nemen we enkele opmerkingen over: ‘Vermits ik voor USAID betrokken ben bij een programma voor de verzoening van politieke partijen, kan ik moeilijk harde uitspraken doen over welk kamp al of niet gelijk heeft. Want dan zou ik die rol niet meer kunnen opnemen. Dat gezegd zijnde, de situatie is inderdaad dramatisch met als enige lichtpuntje dat de spanningen tot nu toe niet etnisch zijn.’… ‘Het gaat … puur om de macht en wat daarmee samengaat. Er is geen ideeëndebat. Wij moeten mensen opleiden om de echte vragen te leren stellen, en niet langer voor iemand te stemmen omdat hij tot je etnie of uit je regio komt. In de verkiezingen van 2010 hebben we als civiele samenleving de politieke partijen ondervraagd over hun ontwikkelingsbeleid, al moet ik eraan toevoegen dat twee belangrijke partijen, de UPRONA en de CNDD, toen niet zijn gekomen. Wat vervolgens in de verkiezingen wel opviel, is dat de partijen makkelijk onze boodschap overnamen. Je kreeg de indruk dat de politici daar niet echt over na denken, en dat ze op de duur eender wat beloven. Dat zie je nu ook in de aanloop naar deze verkiezingen. Nkurunziza dankt veel van zijn populariteit aan het feit dat hij gratis onderwijs (van lage kwaliteit, KzG) en zorg (zeer partieel, KzG) heeft ingesteld – ook al zijn daar de middelen niet voor – de andere partijen gaan nu nog meer bieden. Subsidieert de regering de meststoffen voor veertig procent, dan bieden wij zeventig procent. Dat is gevaarlijk. Stem voor mij en ik zal het Tanganikameer verleggen.’ Op de vraag of democratie wel werkt in deze omstandigheden, antwoordt Niyonkuru: ‘Echte democratie laat een beter bestuur en ontwikkeling toe. Maar in die democratie is openheid en kritiek essentieel. Je moet kritiek kunnen geven op wat verkeerd loopt en juist die mogelijkheid staat nu onder immense druk.’ Dat Niyonkuru doorgaat met kennis overdragen en mensen bewust maken, maakt hem tot een noodzakelijke identificator met een bottom-up benadering die bij een falend top-down beleid aanspreekt. Hij kreeg er in België een prijs voor, wat de aanleiding vormde voor het interview. Zie ook ons nieuws van 14 juni 2015 op deze site.
We kunnen niet een heel werelddeel onze denklijn opleggen over politieke waarden. Menswaardigheid zou desondanks universeel moeten zijn. Is het waar dat een bevolking de regering krijgt die het ‘verdient’? Dat wagen we te betwijfelen. Net als Niyonkuru kunnen wij als stichting iets doen. Kennis is macht, een ander soort macht dan de president heeft. Macht kan ook zijn dat met minder bloedvergieten en in hele kleine stapjes een ontwikkeling wordt bereikt. Met onze kleinschalige hulp doen we niemand kwaad en krijgen kleine groepen mensen de kans op een iets beter leven. Ontwikkeling is geen vies woord zoals vroeger, toen er ongelijkwaardigheid tussen mensen mee werkt uitgedrukt, toen het leek gebaseerd op een negatieve benadering van menselijke waarden in een ander land. Wanneer je het woord ontwikkelen betrekt op de individuele mogelijkheden van mensen, is het een positief begrip. Het gaat over kansen bieden, die er anders niet zouden zijn. Waar achterstand bestaat omdat er in een wereld vol rijkdom voor veel mensen structureel niet eens een minimum aan eten aanwezig is (ruim 50 procent ondervoeding in Burundi), mag je helpen ontwikkelen en kansen bieden, en dat willen we doen. Dat houdt geen president tegen.
Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen van openbare media.