24 juli 2015
De verkiezingsuitslag zal over negen dagen bekend worden gemaakt, maar OCHA East Africa meldt vandaag dat er bij een opkomst van ruim zeventig procent van de kiezers bijna zeventig procent van de stemmen voor Nkurunziza was. Agathon Rwasa kreeg bijna twintig procent. Mensenrechtenactivist Pierre Claver Mbonimpa erkent de overwinning van Nkurunziza niet. De Burundese Association for the Protection of Human Rights and Persons Detained (APRODH) meldt dat leden van kiescommissies valse stembiljetten kunnen hebben gebruikt. De Election Observation Mission van de EAC meldde gisteren al dat er geen sprake was van vrije verkiezingen. Op de verkiezingsdag zelf werd vanuit de VS al benoemd dat de verkiezingen niet geloofwaardig waren en dat de Burundese regering zichzelf in diskrediet brengt. Maatschappelijke organisaties in Burundi erkennen Nkurunziza niet als president na afloop van zijn huidige tweede termijn, wat medio of eind augustus tot onrust zal leiden.
Gisteren heeft Rwasa een oproep gedaan aan Nkurunziza om een nationale eenheidsregering te vormen, om nieuwe conflicten te voorkomen. Nkurunziza’s woordvoerder meldde publiekelijk dat een eenheidsregering geen probleem is voor hem.
De VS voorziet in enorme bedragen voor training en materialen voor uniformberoepen. De VS neemt bij monde van de ambassadeur in Burundi twee maanden de tijd om de relatie met Burundi te heroverwegen. Hulp voor gezondheidszorg en andere vredige sectoren zal niet worden beperkt, geeft zij aan. Federica Mogherini van de EU benoemt sancties tegen personen die schuldig zijn aan geweld en repressie. Voor zes overheidsofficials zou een reisverbod gaan gelden en het tegoed worden bevroren. Tegelijkertijd prijst de secretaris-generaal van de VN het vredige verloop van de verkiezingen, roept partijen op om kalm te blijven en een politieke dialoog te starten. Hij nodigt human right watchers en militaire experts van de AU uit om bij te dragen aan een vredige oplossing van de serieuze politieke crisis in Burundi. Ook de EU roept op tot dialoog.
Dergelijke berichten lijken voorspelbaar en enigszins nietszeggend. We plaatsen ze eens in een ander licht. Er zijn veel staten in de wereld die niet voldoen aan het westerse ideaal. Omgekeerd voldoet de vrije democratie, wat dat ook mag zijn (zie het nieuws van 21 juli 2015 op deze site), niet aan het wensbeeld van een groot aantal landen of hun leiders. Maar vrijwel alle landen die internationaal zijn erkend en onafhankelijk zijn, zijn lid van de in 1945 opgerichte VN en zij werken intergouvernementeel samen op het gebied van het internationale recht, mondiale veiligheid, behoud van mensenrechten, ontwikkeling van de wereldeconomie en het onderzoek naar maatschappelijke en culturele ontwikkelingen. Congo tekende in 1960, Burundi, Rwanda, Oeganda en o.a. Nigeria in 1962. In 1958 schreef de Nigeriaan Chinua Achebe een leerzame roman, Things fall apart, bedoeld om uit te leggen dat westerse intellectuelen geen goed begrip hadden van Afrika. Het ging er niet alleen om dat door de kolonisatie het evenwicht in Afrikaanse culturen, met eigen systemen voor besluitvorming, verdeling, gezag en rechtspraak, was uiteen gevallen. Het ging er stellig juist ook om, aan te tonen dat Afrikaanse culturen niet per definitie primitief waren en bestonden uit intelligente systemen met eigen functionerende rechtvaardigheidsnormen, met positieve en negatieve aspecten. Hiermee vocht Achebe schrijvers als Joyce Cary (roman Mister Johnson) en Joseph Conrad (roman Heart of Darkness) aan, die hij beschouwde als racisten die een beeld hadden van Afrikanen als van animalistische mensen met een primitieve geest. Achebe sprak van een raciaal cliché. De postkoloniale genocide in het Grote Merengebied moest toen nog beginnen.
In 1997 schreef Aart Brouwer in De Groene Amsterdammer waarin hij uitlegt dat het ‘geweten’ van Afrika was verschoven van Nigeria naar Zuid-Afrika (‘van olie naar mijnbouw’), en dat de modernere echt onafhankelijke Afrikaanse staten meer oostelijk lagen in een brede strook tussen Ethiopië en Zuid-Afrika. ‘Al deze landen zijn openlijke of stilzwijgende bondgenoten van de Verenigde Staten, ze werken samen met de Wereldbank en het IMF en beschouwen de westerse vorm van democratie als achterhaald of niet van toepassing op hun samenlevingen. In wezen volgen ze het Aziatische ‘succesmodel’ van exportgeleide groei en marktgerichte hervormingen onder een autoritair bewind.’… ‘Meer dan ooit tevoren regeert het primaat van de economie. De politieke en militaire strijd op het continent draait voortaan om de minerale grondstoffen. Voor de Afrikaanse leiders is dat een kwestie van overleven: de export van mineralen vervangt de export van landbouwproducten, waarvan de prijzen op de wereldmarkt de laatste twintig jaar gekelderd zijn.’ De dan aanstormende leiders Kabila, Museveni en Kagame zouden geen afstand willen doen van hun materiële belangen en de aloude politiek van tribale bevoordeling aanhangen. Maar erger, het kort tevoren uitgebrachte rapport Wat Kabila te verbergen heeft van twee mensenrechtenorganisaties, Human Rights en de Internationale Federatie van Mensenrechtenliga’s (FIDH), bevestigt de verdenking van volkenmoord tegen Kabila en Kagame. Het rapport beschrijft het optreden van Kabila’s troepen en zijn Rwandese bondgenoten tegen Hutu-vluchtelingen en andere minderheden. Het stelt niet alleen dat tijdens en na Kabila’s opmars naar schatting tweehonderdduizend Hutu’s zijn afgeslacht, het schetst ook hoe en waarom deze moordpartij heeft kunnen plaatsvinden. Uit het rapport komt Kabila naar voren als een stroman van Kagame en Museveni. Zijn geslaagde campagne tegen Mobutu was grotendeels te danken aan de steun van Rwandese troepen en hun bondgenoten, de Rwandees sprekende Banyamulenge in toenmalig Oost-Zaïre. Tijdens die campagne heeft Kagame zijn troepen zoveel mogelijk Hutu’s laten uitroeien om te voorkomen dat ze ooit nog een bedreiging zouden kunnen vormen voor zijn Tutsi-bewind. Hij kreeg daarbij de diplomatieke en militaire steun van de Verenigde Staten; het rapport citeert Amerikaanse bronnen die beweren dat Kagames troepen werden opgeleid door Amerikaanse instructeurs. ‘De nieuwe coalitie is misschien niet zo onafhankelijk als zij doet voorkomen en een wedergeboorte onder autoritaire heersers, belast door een volkenmoord met Amerikaanse steun, is een weinig aanlokkelijk perspectief.’ De internationale vredesmacht UNAMIR die in de regio gestationeerd was, greep niet in. Dit is de VN en vooral de leden van de Veiligheidsraad op veel kritiek komen te staan. Kabila heeft dan inmiddels, naar het voorbeeld van Museveni en Kagame, besloten om alle politieke partijen voor onbepaalde tijd te verbieden. In het voetspoor van Kagame en Kabila verkondigen Afrikaanse intellectuelen, volgens de bron van Brouwer, dat westerse vormen van democratie niet van toepassing zijn op Afrika omdat partijvorming en een vrije pers de etnische tegenstellingen aanwakkeren en nieuwe genocides uitlokken. Alleen een sterk leiderschap kan een einde maken aan de ‘Afrikaanse ziekte’, zouden zij menen. Brouwer brengt in herinnering dat het verschijnsel genocide diepgaand is onderzocht, met steeds één dwingende conclusie: volkenmoord wordt waarschijnlijker naarmate leiders over meer macht beschikken. ‘Hoe meer oppositie, politieke diversiteit en persvrijheid zijn toegestaan, des te geringer is de kans op ontsporing. Juist in Oost- en Midden-Afrika – waar angst, etnische haat en wraakgevoelens momenteel vlak onder het oppervlak van het dagelijks leven liggen – blijft een beleid van democratisering en spreiding van de politieke macht dringend gewenst. NGO’s en donoren moeten hierop blijven aandringen, desnoods tegen de wil van de nieuwe coalitie (Rwanda, Oeganda en Congo, KzG) in’, aldus besluit Brouwer in 1997.
In beide publicaties, de een voor en de andere na de volkenmoorden geschreven, gaat het om de intelligente eigenheid van Afrikaanse volken, die is aangetast. De eerste vanuit het perspectief van trots, de tweede vanuit het afwijzen van westerse meerpartijen democratie om een drogreden, namelijk het voorkomen van verdere volkenmoord die door de leider zelf is uitgelokt. Nu past een Burundese president met zijn partij ditzelfde spelletje toe, als kolonisator in eigen land. Het niet aanvaarden van kritiek en oordeel over eigen handelen staat niet meer in het licht van trots op het eigen volk en ook niet in het licht van afwijzen van het westerse. Het is ontsporing, dictatoriale macht, niets anders dan het miskennen van menselijke waarden in het algemeen, zonder cultuurhistorische connotatie, uit eigenbelang. Verpakt in een nietszeggende uitleg of zelfs niet verpakt. Ontsporing zonder of nog erger met steun van andere mogendheden. Het is dus de vraag wanneer de VN met een echte strategie gaat komen om lidstaten omwille van het handhaven van algemene menselijke waarden zo nodig – individueel of collectief – tot de orde te roepen. Wanneer de VN verwordt tot een spiegel van de globale elkaar soms lamleggende machtsverhoudingen, zijn we sinds 1945 niet veel opgeschoten.
We spreken mensen die Burundi hadden verlaten in de afgelopen weken of maanden, maar vanwege de relatieve rust een dezer dagen weer hun terugreis plannen.
Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen van openbare media en van bekenden uit Burundi, Rwanda en Congo.