10 augustus 2015
Bij de aanslag op Pierre Claver Mbonimpa, die als activist de steun kent van verschillende landen in het westen, stelt de Burundese overheid aan de kaak. Medio juli 2015 publiceerde Trouw een artikel van Ilona Eveleens, waarin een interview met Mbonimpa aan de orde komt, waar toen nog geen aanslag op was gepleegd. Hieruit nemen we enkele passages over. Een van de stellingnames van Mbonimpa, waar toen nog geen aanslag op was gepleegd, was dat er niet zo’n weerstand tegen de kandidatuur van Nkurunziza geweest zou zijn als hij zijn beloften was nagekomen. De 66-jarige activist liet zich nog altijd niet bang maken en bleef ondanks bedreigingen en arrestaties zeggen wat hij dacht. Hij herinnerde zich de bereidheid van de internationale gemeenschap tien jaar geleden om Burundi te helpen. Er kwam van alle kanten steun voor de economische opbouw. Het geld verdween in de zakken van de leiders, de bevolking werd er nauwelijks beter van. De president liet de buitenwereld trots nieuwe schoolgebouwen zien. Maar wat heb je er aan als er geen banken, boeken of leraren zijn? Mbonimpa had zelf tijdens de burgeroorlog twee jaar vastgezeten. Net als de andere gevangenen werd hij slecht behandeld en ook gemarteld. Na zijn vrijlating zette hij zich in voor de rechten van gevangenen en in 2000 richtte hij APRODH op, een organisatie voor de verdediging van mensenrechten. ‘Onder Nkurunziza ging het aanvankelijk beter. Gevangenen die zelden werden gelucht, konden regelmatig naar buiten. Er werd minder gemarteld en familie en advocaten mochten weer op bezoek komen. Maar daar kwam de klad in, ervoer Mbonimpa zelf. Vorig jaar werd hij gevangengezet toen hij de regering beschuldigde van buitenrechtelijke executies (zie het nieuws op onze site van 22 juni 2014 en 26 juni 2014). Dit jaar verdween hij opnieuw achter de tralies toen hij de training van Nkurunziza’s jongerenmilitie Imbonerakure hekelde. Na demonstraties in Bujumbura en een telefoontje van de Amerikaanse president Barack Obama naar zijn Burundese collega, werd hij vrijgelaten. Bij het interview voor Trouw hing zijn groene gevangenisshirt aan de archiefkast klaar voor de volgende keer.
Na de aanslag schreef Eveleens op 5 augustus in Trouw dat Human Rights Watch (HRW) wijst op hardnekkige geruchten op maandagmorgen, dat de activist zou zijn neergeschoten of gearresteerd. Mbonimpa zat echter gewoon in zijn kantoor te werken. Pas diezelfde avond werden de berichten waarheid. Malinowski van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken en belast met mensenrechten twitterde kort na de aanslag op Mbonimpa: ‘Hij is een man die ik zeer bewonder. Verantwoordelijkheid is wat Burundi nodig heeft, niet wraak.’
In de rubriek ‘Bonne gouvernance’ beschrijft RPA dat de bijna zesduizend Burundese militairen die werken in de vredesmissie AMISOM in Somalië al negen maanden geen salaris krijgen. Per militair komt er via de Afrikaanse Unie (AU) tweehonderd dollar per maand binnen bij de staat. Dit geld zou niet worden benut voor de militairen die op missie zijn, maar voor de aanschaf van een nieuw presidentieel vliegtuig, dat elf miljoen dollar gaat kosten. De AU heeft de missie in Somalië verlengd tot eind december 2015. Over de aanschaf van het vliegtuig bestaat mediastilte, die RPA als zodanig onder de aandacht brengt. Al op 21 april jl. werd gemeld dat er iets vreemds was. Betalingen voor het vliegtuig, type Gulfstream GIV, werden gedaan aan een firma in Hong Kong met de naam Air Jet Consult Limited. Deze firma bleek daar niet geregistreerd te zijn bij de Kamer van Koophandel. Aangezien zo’n inschrijving zes maanden duurt, zou het kunnen dat een bedrijf wordt gestart en weer gestopt binnen zes maanden, aldus RPA. Het vliegtuig in kwestie is niet van eigenaar of van plaats veranderd. De laatste vlucht ermee zou in 2010 zijn gemaakt. Het vliegtuig wordt aangeboden voor ruim drieënhalf miljoen dollar. RPA concludeert dat er een groot verschil is met het bedrag dat de regering heeft bekend gemaakt, en ook dat het vliegtuig helemaal niet is gekocht. Dus waar is het geld gebleven, is de vraag.
In Burundi blijft het onrustig. Er vinden nog steeds af en toe moorden plaats. Kunnen mensen los komen van de gedachte dat als je wordt gestraft, je zeker iets fout had gedaan? Een omkering in het denken over schuld. Houdt de bereikte verzoening onder de bevolking stand? Zodra het donker wordt, zijn de straten van Bujumbura verlaten. Tien jaar geleden was het ’s avonds gezellig druk in het centrum van de stad. De studenten die nog in de stad bleven zijn inmiddels de stad uit verbannen, een enkele student is vermoord. De bevolking blijft veilig thuis en luistert naar af en toe een schot, bang wie er de volgende ochtend dood zal worden gevonden.
Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen van openbare media en van bekenden uit Burundi en Nederland. De foto is overgenomen van Reuters.