Meerval en tilapia

8 februari 2016

In februari 2011 presenteerde het Internationale Monetaire Fonds (IMF) een veelomvattende voortgangsrapportage over de bestrijding van armoede in Burundi, op basis van onderzoek eind 2010. Het rapport schetst een nog zeer stabiele politieke ontwikkeling in die tijd. Het land is relatief veilig. De aantallen militairen en politiemensen nemen conform het gestelde beleid af. De ontwapening van de burgerbevolking verloopt goed, al is het trager dan gepland. De economie blijft echter achter, wegen zijn nog slecht, energie komt nog niet bij 3% van de huishoudens. De mobiele telefonie neemt duidelijk toe voor het arme deel van de bevolking. De aanleg van internetkabels heeft aandacht nodig. Basisonderwijs neemt qua aantallen toe, maar vervolgonderwijs blijft achter. Doelen komen nu te liggen bij de kwaliteit van basisonderwijs en het uitbreiden van vervolgonderwijs. De gezondheidszorg blijft punt van aandacht, maar de zorg voor zwangere vrouwen en voor kinderen onder de vijf jaar is gratis. Beschikbaarheid van de juiste medicijnen blijft een probleem. Cijfers over HIV/Aids nemen in de stad af, maar in rurale gebieden toe. Aan de cijfers over beschikbaarheid van drinkwater wordt getwijfeld.
De beoogde herstructurering van het overheidsapparaat is nog erg beperkt. Deconcentratie, decentralisatie en professionalisering hiervan is er nog niet echt van gekomen. Het bestrijden van corruptie lijkt wel iets te verbeteren. Herstructurering van de rechterlijke macht laat zeer te wensen over.

In dit licht wordt ook de landbouw beoordeeld. Deze wordt benoemd als ver onder de maat voor 97% van de bevolking. De slechte infrastructuur en het achterblijven van de particuliere sector zijn hier mede debet aan. Er wordt gepleit voor meer particuliere bedrijven, al dan niet met microkredieten vanuit NGO’s en het buitenland. De overheidsfinanciën moeten beter worden gestructureerd. Landbouw is de belangrijkste economische pijler voor het land: 45% van het bruto nationaal product en 95% van de export. Als arbeidssector blijft het toch achter in die zin dat 97% van de armen in ruraal gebied woont. De bevolking stijgt sneller dan de productie van voeding voor consumptie in eigen land in de landbouw, en zo blijft er ondervoeding. Eiwitten uit vlees en vis zijn weinig beschikbaar. De veeteelt en de visvangst zijn sterk afgenomen. Als belangrijke maatregel wordt door het IMF genoemd dat een stimulans moet worden gegeven aan landbouw en veeteelt. Dit laatste door vee in de rurale gebieden te verspreiden, een maatregel waarmee de president zich in die tijd bij de bevolking in het land populair maakte. Het vee werd aangeschaft met buitenlands geld, maar dat wist de bevolking niet.

Ook worden maatregelen genoemd voor de industrie en de mijnbouw. Hoewel vaak wordt gedacht dat Burundi geen delfstoffen heeft, wordt melding gemaakt van nikkel, platina, koper, cobalt, en onzuiver chroom (vanadiet). Voor het winnen van nikkel, waarvan naar schatting 6% van de wereldvoorraad in Burundi te vinden zou zijn, zijn investeringen nodig op het gebied van energie en transport. Ook kan Burundi cement produceren.

De stoffenfabriek COTEBU is nog gesloten in die tijd. Deze is nu weer open. (Zie het bericht op de site van KzG van 20 juni 2014.)

En het toerisme wordt in het rapport van het IMF genoemd. In 1990 kwamen er 100.000 toeristen naar Burundi. Maar tegen de eeuwwisseling waren het er amper 15.000 per jaar. Het aantal blijft laag en dit wordt verklaard uit de relatieve onveiligheid na 1993, hoewel ten tijde van het uitbrengen van het rapport dit al flink was verbeterd. Voor een verbetering van de toeristische sector zijn naast grotere veiligheid ook investeringen in telecommunicatie en infrastructuur nodig, en een rechtstreekse luchtverbinding met Europese landen. Steden, meren, parken, watervallen en cultuur vormen toeristische aantrekkingskrachten die niet moeten worden genegeerd. We brengen in herinnering dat Burton en Speke, net als Livingstone en Stanley elkaar hier zouden hebben ontmoet en de schoonheid van het land hebben bezongen. De herdenkingsplekken van deze ontmoetingen worden door de bevolking kosteloos en met trots gepresenteerd aan wie het maar wil zien, vooral dus aan de vele expats en NGO-medewerkers die het land (vooral de hoofdstad) bevolken.

Tenslotte maakt het IMF in het rapport melding van een aantal privatiseringen, waaronder bepaalde hotels en telefonie.

Uit het rapport maken we weer eens op dat het bestrijden van armoede niet eenvoudig is. Met het viskweekproject van KzG dragen we een klein steentje bij aan de bestrijding van honger en armoede in de regio Mageyo, ten noordoosten van Bujumbura. Het project loopt voorspoedig, maar we kampen wel met de steeds hogere prijzen in het land. Na het pilotproject zijn de vijvers gegraven en ingericht en afgeschermd tegen dieren en potentiële dieven. Vanuit het project wordt 24 uur per dag bewaking verzorgd. De eerste pootvis is uitgezet. Het gaat om meerval en tilapia. Op 16 januari jl. heeft een evenement plaatsgehad voor het project, toen de directeur van het Centre National de Développement de l’Agriculture et de la Pêche Artisanale (CNDAPA) de vijvers met een team kwam inspecteren. De lokale bevolking was er massaal voor uitgelopen. De vijvers werden goedgekeurd en kregen zelfs de status van voorbeeldvijvers. Hierdoor mogen vanuit het project pootvissen aan anderen gaan worden verkocht. Voor het project is een instructie gegeven hoe om te gaan met pootvissen, hoe te verpakken, hoe te vervoeren en op welke maat. Ook volgde een gerichte en gedetailleerde instructie over de kringloop van viskweek, landbouw en veeteelt, die aansloot bij de planning van deze fase van het project. Natuurlijke mest doet de vegetatie goed, en die wordt weer gegeten door het vee. In deze wederkerigheid brengen de vissen nog een extra dimensie, omdat een deel van de vissen ook kan leven van de mest (en een deel van de planten) en hun mest en de vijvers op zich weer voor vruchtbare vochtige omgeving zorgen voor de landbouw. Vanuit de CNDAPA, die eerder al gratis studiemateriaal beschikbaar had gesteld, zijn 800 extra pootvissen geschonken (400 meervallen en 400 tilapias), wat gelet op de hoger geworden prijzen een groot geschenk was. Het visvoer voor de meerval bestaat voornamelijk uit slachtbloed dat in de omliggende dorpen wordt gekocht, gekookt, gedroogd en gemalen. Ook wordt wat bijvoeding gegeven. Voor de tilapia wordt vegetarisch voer gekocht, maar uiteindelijk zullen deze groenten rond de vijvers worden geplant en in het kader van de kringloop van planten en kleinvee nog meer functies vervullen.

Inmiddels groeien de visjes goed en we hopen op de eerste vangst omstreeks juni 2016. Er zijn twee vangsten per jaar mogelijk. De deelnemers aan het project zullen een gedeelte van de vis onderling verdelen voor gebruik in hun families. Het drogen van vis zal nog worden aangeleerd. De overige vis gaat worden verkocht. Met de opbrengst gaat het project worden voortgezet. Het eerste dat nu nodig is, is een pomp om de vijvers om de beurt te kunnen legen ten behoeve van de vangst. Er zullen enkele verkooppunten worden ingericht. Voor het transport zal een motor worden aangeschaft. Er zullen speciale koeldozen voor de vis worden gekocht en aparte dozen voor het vervoer van pootvis. Verder gaan planten (groenten) en kleinvee worden aangeschaft. Een laptop is nodig om de organisatie en registratie in goede banen te leiden. We zijn erg tevreden over het verloop. En de belangstelling voor de vis is groot. We hopen dat het project een grote spin-off zal hebben en dat lijkt nodig, omdat het IMF-rapport laat zien dat de visserij afneemt en de viskweek in Burundi is verwaarloosd. En we hopen dat mensen zelfredzamer kunnen zijn dankzij de opgedane kennis en het startvermogen. We zijn ervan overtuigd dat dit project duurzaam zal bijdragen aan de bestrijding van armoede en honger en dat kinderen in de toekomst een gezondere start zullen hebben dankzij een veelzijdigere voeding. Al met al heeft het project een grote positieve invloed op de omgeving. We brengen vanuit het project de hartelijke dank over aan de sponsor van het project.

Voor belangstellenden vermelden we de link naar het IMF-rapport:
https://www.imf.org/external/french/pubs/ft/scr/2011/cr1153f.pdf

Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen van openbare media en van bekenden uit Burundi, DR Congo en Nederland. De foto is overgenomen van De Standaard.