11 juni 2017
Nog een bericht van Amy uit Burundi:
Het bezoek aan Bujumbura gaat zijn warme gangetje. Het verblijf in het klooster is aangenaam en geeft me voldoende rust na het werk. En structuur. Op maandag je bed opmaken als het schone linnen is uitgedeeld. Kamer vegen, gaatjes in de klamboe repareren. Badkamertje schoonmaken. Op tijd extra water tappen voor de zekerheid. Deksel erop om de malariamuggen niet in de kaart te spelen. Lamp en deet in je zak als de avond valt. Kwebbelen tijdens de maaltijden. Mijn afkeer van een vel op hete melk vertaalt zich hier in een zichtbare neurose, want als ik naar de koffiekan grijp, beginnen er meteen 2 broeders te hollen om het zeefje (le tamis, weet ik nu) voor de melk erin voor me te zoeken. 33 graden en het voelt buiten alsof de zon om mijn hoofd is gesmolten. Niet te doen. Ik loop dus buiten rond als een nonnetje met een sjaaltje om mijn hoofd. Op een avond zag ik de bomen van bovenaf kijkend zo prachtig verlicht door de maan, dat het leek alsof er sneeuw op de bomen en de grond lag.
De 2e bakkerij gaat er komen, aan de andere kant van de stad. Opnieuw zal de voorwaarde zijn dat het om opgevangen straatkinderen gaat met goede motivatie. Dat is de OPDE toevertrouwd. Andere voorwaarde is dat de scholing en het startbudget voor de bakkerij gaan resulteren in werkgarantie in coöperatief verband, waarin elk lid vanuit de opbrengsten een zorgverzekering krijgt. Zonder zorgverzekering krijg je hier in Burundi alleen behandeling voor HIV en hepatitis, verder moet je het dan zelf maar zien. Dus die voorwaarde is relevant. Volgende week wordt het contract voor dit alles met de OPDE geregeld. Iemand vroeg of kleine projecten hier beter zijn dan grote projecten. Ik denk dat een combinatie van groot (ondanks veel nevenkosten) en klein (zonder nevenkosten) zoals wij doen, in het algemeen het beste is. Maar momenteel zijn er niet veel grote projecten meer in dit arme land. Het was al een achtergebleven land; het lijkt nu wel een achtergelaten land. Het beleid vanuit Nederland is om met de derde wereld handel te drijven en daarmee de economie te helpen ontwikkelen. Geen foute gedachte, tenzij het land in kwestie niets te makken heeft. Geen deviezen hier, geen benzine, geen economie. Ik hoor dat er olie is gevonden in het meer (geen idee hoeveel, maar het zou kunnen want de grote slenk loopt door het meer) maar dat er geen enkele buitenlandse ondernemer is die er iets mee wil. Het land heeft er zelf nul komma nul mogelijkheden voor. Even los van bedenkingen over olie pompen ten aanzien van milieu, en het risico dat buitenlandse ondernemers 90% van de olie zelf inpikken, is het gegeven dat dit land absoluut niet in staat is om hier iets mee te doen wel illustratief. Terwijl er geen benzine te krijgen is en daardoor de economie stil ligt. Het is niet moeilijk om te bedenken hoe een economie theoretisch draaiende kan worden gehouden, maar hier is zo ongeveer helemaal geen economie en er valt niets te draaien of op te starten. Het zou leuk zijn als de wereld dat eens begrijpt. Ik weet dat er motieven zijn om dit land nu niet te steunen, maar er zijn landen die wel worden gesteund terwijl hun leiders op grotere schaal onrecht doen. Het straffen van een volk omdat de machthebber niet deugt is volgens mij nooit een goed idee. Om even een beeld te geven van de huishoudportemonnee hier: de hoogst gekwalificeerde arts hier verdient één euro per dag (ik zag bij toeval zijn contract). Woon-werkverkeer met de bus kost hem 20 cent per dag. Fanta 30 cl kost 40 ct. De goedkoopste ‘pizza’ kost 5 euro. Dus dan doet die bakkerij met de broodjes van minder dan 4 ct het beter dan een restaurant, zoals te begrijpen is.
Maar ik heb makkelijk praten als dokter, want voor mij is elke patiënt een casus en ik hoef in principe niet eerst na te denken over politieke motieven. Al ben ik wel streng als het op individueel niveau gaat om mishandeling. Paal en perk, culpa et causa, zijn ook bij afwezigheid van gerichte wetgeving ethische raadgevers. En met mijn leerlingen levert dat mooie gesprekken en lessen op.
Ik baal dat vroegere ondersteuners bijna onzichtbaar zijn geworden hier. De EU ‘boycot’ op voorspraak van Frankrijk en België, die amper het wereldnieuws haalt, zou niet inhouden dat humanitaire activiteiten worden gestaakt. Toch heb ik sterk de indruk dat het humanitaire gebeuren zich inmiddels nagenoeg beperkt tot hulp aan de vluchtelingen in kampen buiten Burundi. De UNHCR is een groot mondiaal bedrijf voor vluchtelingen en op lokaal niveau begint de jaloezie op geregistreerde vluchtelingen op te spelen, omdat de HCR niet goed zou differentiëren tussen politieke en economische vluchtelingen. Mensen hier denken zelfs dat de HCR vooral bezig is om werk voor de medewerkers te genereren.
Ik ben hier ingeschreven bij Ordre des médecins. Professionel gezien besta ik hier nu officieel en ik heb een nummer. Daarna kwam er meteen een artsenbezoeker, maar dat zal wel toeval zijn. En gewapende agenten zwaaien naar me, maar ook dat verklaar ik als toeval en vriendelijkheid. Steeds vaker word ik opgehaald voor de beoordeling van moeilijke patiënten en dat is zeker geen toeval. ‘Miliweh muganga, goedemiddag dokter, we zitten met een jongen van 13 en we begrijpen zijn ziekte niet…’. ‘Urakumeye? Nyaruga. Ik kom eraan. Sawa.’
Het speelgoed voor de kinderpsychiatrie en de helmpjes voor epileptische kinderen zijn heel welkom hier. Goed ontvangen. Van verschillende educatieve spelletjes heb ik de gebruiksaanwijzing in het Frans vertaald en de medewerkers van wat hier de ergotherapie heet en ik hebben een hele middag spelletjes zitten doen om te oefenen hoe het moet. Dat bedenk je niet als je aan de opleiding tot psychiater begint, maar het is een grappige consequentie van wat je met dit vak allemaal kunt in de maatschappij.
Zometeen ga ik naar het meer met een Nederlander en zijn Rwandese vrouw, die hier 100 m vandaan wonen. Ik ken ze al heel lang, maar vroeger woonden ze in Rwanda. Ik verheug me op een beetje verkoeling en een gezellige babbel. Ik zal meteen eens vragen hoe zij aan benzine voor hun auto komen. Ik heb ook wel andere vrienden gezien inmiddels, het is niet zo makkelijk te organiseren als anders (en het was altijd al wat lastig, maar dat bracht het land met zich mee). Nu heeft de een geen auto meer, de ander heeft geen benzine, en ik zit veel verder van de stad en kan dus niet lopend ergens heen zoals vroeger.
Hartelijke groet voor jullie allemaal.