29 oktober 2017
Burundi treedt uit het Internationale Strafhof. Dit besluit is bekend gemaakt op 27 oktober 2017. Er was al langer sprake van, dat Afrikaanse landen het Internationale Strafhof zouden verlaten, omdat door dit strafhof alleen onderzoek wordt gedaan naar Afrikaanse landen. Dit is benoemd als onevenwichtig. Dit is het formele argument, waar Zuid-Afrika als eerste mee kwam, en kan andere motieven verhullen. Ook Gambia was net als Zuid-Afrika al bezig om zich terug te trekken, maar uiteindelijk hebben beide landen besloten om dit niet te doen. Naast Burundi overwogen ook andere landen in het Grote Merengebied in Oost-Afrika om uit te treden, maar ook zij hebben deze stap niet gezet. Daarmee is Burundi het eerste land ooit dat het Internationale Strafhof verlaat. Het Internationale Strafhof is opgericht in 2002 en zetelt in Den Haag.
Ter relativering of als basis bij het vormen van een oordeel over de uittreding nog het volgende. Mensen uit landen die het verdrag van het Internationale Strafhof tekenden, kunnen niet worden vervolgd, als hun regering de ondertekening niet heeft geratificeerd. Rusland bijvoorbeeld heeft zich per decreet in 2016 al ontslagen van de mogelijkheid om de eerdere ondertekening te ratificeren. Ook Iran, Israël, Soedan, Zimbabwe en de Verenigde Staten van Amerika hebben de oorspronkelijke ondertekening nooit geratificeerd.
In de hoofdstad Bujumbura vond op zaterdag 28 oktober jl. een manifestatie plaats op de Place de l’Independence ofwel het Onafhankelijkheidsplein. De regering had opgeroepen tot deze manifestatie, waarbij niet de president maar wel verschillende ministers aanwezig waren. Voor de officials waren zitplaatsen onder feestelijke tenten beschikbaar. Uit het land waren mensen naar de manifestatie gekomen, vermoedelijk wel meer dan duizend, en het verkeer werd omgeleid. Voor de zekerheid hielden de winkeliers in de nabijheid hun deuren dicht, omdat zoveel mensen bij elkaar problemen zouden kunnen geven in hun winkels. Maar er waren geen incidenten. Alleen na afloop van de manifestatie waren er wat problemen bij die ene bus, waar iedereen in wilde. Het was een kleine bus, met ongeveer veertig zitplaatsen. Door de deur, maar vooral via de ramen, kwamen er zeker honderd mensen de bus in, die vervolgens uitpuilend wegreed terwijl er nog steeds mensen probeerden in te klimmen. Wie geen plek had bemachtigd moest ofwel lopen (misschien wel een hele dag) ofwel minstens een uur wachten op die ene volgende bus en het gevecht opnieuw aangaan.
De manifestatie werd gezien als een viering van het opnieuw ‘bevrijd zijn van de kolonisatie’ door de uittreding uit het strafhof. De dwang die Europa op Burundi legt wordt door de Burundese regering en ook door een groot deel van de Burundese bevolking als ergerlijk gezien. Wat betreft het in het Nieuws op deze site van 28 oktober jl. genoemde embargo van Europa, dat recentelijk opnieuw voor een jaar is verlengd, is de visie van de Burundese overheid via een goede PR ook de visie van veel inwoners van het land. Wat betreft het uittreden uit het strafhof is de visie van de Burundesen minder duidelijk, al is het gebruikelijk dat, vooral in de heuvels, de bevolking vindt wat de regering vindt. Bij de door de regering genoemde argumentatie moeten wellicht ook nog een aantal niet benoemde argumenten worden bedacht, die in Burundi niet hardop worden uitgesproken.
Er zijn weinig Burundesen die een andere mening ventileren over een betere toekomst, dan de regering. Maar een andere mening die wel is gehoord, is dat als Burundi een jaar of twee ‘op slot’ zou gaan, dat wil zeggen als er geen gratis buitenlands geld meer zou worden toegelaten, iedereen beter af zou zijn. Dit omdat de corruptie zou afnemen, de mensen aan het werk zouden gaan in plaats van te wachten op hulp, en omdat er een eigen economie zou ontstaan, die het land meer dan nodig heeft. Daarna zou het land weer buitenlandse contacten moeten gaan leggen, om de economie uit te bouwen. Projecten zoals de bakkerijen die met hulp van KzG zijn opgestart, zouden wel welkom zijn, omdat ze een bijdrage leveren aan de duurzaamheid en met kennis een evenwichtige onderneming helpen starten. Als voorbeeld van verkeerde hulp wordt genoemd dat NGO’s met personeel in dienst alleen willen komen, wanneer zij zelf kunnen bepalen wat er moet worden gedaan. Zij zouden vooral acties willen die hun werknemers aan het werk houden en zich niet primair richten op het land dat de hulp nodig heeft en daarbij andere vragen stelt, gericht op het verworven inzicht in de mogelijkheden en kansen van het land. Overigens zijn er lang niet meer zoveel NGO’s in Burundi als in de jaren voor 2015. Een ander voorbeeld van verkeerde hulp, zoals vanuit Burundi benoemd, is een project waarbij vanuit een buitenlandse overheid 5 of 6 miljoen Euro aan Burundi werd gegeven om schoolkantines te bouwen in het zuiden van Burundi. Dit op voorwaarde dat het budget niet via de regering zou worden beheerd. Het verhaal wil dat de lokale coördinator als eerste actie van het geschonken geld een huis heeft gekocht in Europa. Dit verhaal kon niet worden gecontroleerd, maar kwam wel uit betrouwbare bron. Naar aanleiding van deze interessante gedachte rijzen wel vragen, zoals hoeveel mensen in die twee jaar dat het land ‘op slot’ zou zijn van de honger of door andere problemen zouden omkomen en hoe het zou zijn gesteld met de mensenrechten in die periode.
Kennis zonder Grenzen (KzG) heeft geen mening over de strategieën, maar volgt wel wat er gebeurt en geeft hierover zo onafhankelijk mogelijk informatie. De wijze waarop de projecten van KzG worden ingericht, zijn niet gekoppeld aan enig politiek standpunt. Ze zijn wel gekoppeld aan een visie, namelijk dat mensen kunnen worden geholpen naar een leven met meer bestaanszekerheid en zelfredzaamheid, door kennis te delen. KzG heeft als NGO geen enkel eigenbelang en is daar trots op. KzG werkt met vrijwilligers en volgt de vragen van kleine groepen Burundesen, die aangeven wat ze moeten en willen leren om verder te komen. KzG richt zich dus niet op directe noodhulp, maar op duurzame zelfredzaamheid voor mensen, in een land waar de bevolking grote problemen kent.
Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen van openbare media en van bekenden uit Burundi.