Kersttijd in Burundi

10 december 2017

Bericht uit Bujumbura van vrijwilligers van Kennis zonder Grenzen:
We zijn hier nog steeds aan het werk, maar de terugreis naar Nederland staat gepland over een week. Tijd voor een impressie vanuit Bujumbura op de Dag van de Rechten van de Mens.

Zon, wolken en regen wisselen elkaar af. De mensen zijn over het algemeen arm, aardig en gezellig. Maar verder verandert er hier van alles. Koeien mogen in de stad niet meer op straat, ze mogen alleen nog op een eigen erf grazen. Dat is lastig als je geen grond bezit. Overtreding van deze nieuwe regel levert een bekeuring op van bijna de prijs van een koe. Koeien worden nu eerder verkocht, ze zijn nog altijd duur. Een koe als bruidsschat raakt in de stad uit de mode en wordt steeds vaker omgezet in een bedrag geld. De koe Rosa van het ziekenhuis, geschonken door een Nederlands echtpaar, heeft een kalfje dat goed groeit. Het ziekenhuis heeft een groot terrein om de vanuit Nederland geschonken koeien te laten grazen. Geiten mogen wel de straat op. Wanneer een geit door een auto wordt aangereden, is het niet meer de chauffeur die de geit moet betalen, maar moet de geitenhouder de schade aan de auto betalen. De overheid doneerde vroeger koeien (van buitenlands geld) in het binnenland, maar het lijkt erop dat dit echt verleden tijd is. Er is steeds meer aandacht voor landbouwgewassen. De oogst is helaas niet altijd goed als gevolg van ziektes van de gewassen en de klimaatverandering (te weinig regen of juist stortregens die de planten vernielen of wegspoelen). Nieuwe gewassen kopen is er vaak niet bij door gebrek aan geld. Microkrediet voor landbouw is voor de mensen hier veel te riskant, want het levert een verplichting tot terugbetalen op korte termijn op (met vaak ca 30% rente), terwijl je investering zomaar kan weg regenen of mislukken.

Koffie was al lange tijd het belangrijkste exportproduct van Burundi. Koffieproducenten vrezen hun bankroet door een opgelegde belastingverhoging en een verlaging van internationale prijs voor koffie. Er zijn in Burundi activiteiten gaande om nikkel (o.a. in het zuiden) en goud (o.a. in het westen) te winnen. Er zijn eindelijk buitenlandse investeerders gekomen om dit op gang te brengen, die 60% van de winst mee naar huis nemen en 40% in Burundi laten. Dit is al een verbetering van de 80 / 20 verhouding waar in het verleden sprake van was. Aziatische maar ook Zuid-Amerikaanse bedrijven, die gestructureerd werken, zijn hier actief. Ze vliegen veel eigen personeel in. Aan de steigers rond nieuwe gebouwen kan je zien of ze door buitenlanders of door Burundesen worden gebouwd. Burundesen gebruiken goedkope stokken met onregelmatige vormen, die aan elkaar zijn vastgebonden. Buitenlanders (Chinezen, Japanners) gebruiken duurder strak materiaal zoals we in Nederland kennen.

Er wordt zowel in de stad als in de heuvels belasting geheven in vorm van een verplichte periodieke registratie van Burundesen en gasten bij de patron van de wijk of de dorpsoudste. Het belastinggeld gaat rechtstreeks naar de bank, die een bewijs van betaling afgeeft om aan de patron of dorpsoudste te overleggen. Mensen ervaren de persoonsregistratie niet als prettig in deze tijd, waarin de achterdocht tegen de overheid is toegenomen. De registratie moet persoonlijk worden aangegeven. Het kost veel tijd, want de rijen bij de bank zijn lang. En als je eindelijk aan de beurt bent, kan het zijn dat je te horen krijgt dat jouw wijk vandaag niet aan de beurt is.

In de stad staan veel monumenten van de regeringspartij. Het zijn betonnen bouwsels in rood, groen en wit met de naam van de partij erop, soms met een foto van de president, soms met een adelaar erop geschilderd, soms met een wapperende Burundese vlag ernaast. Hier en daar staan er zelfs kaarsen en bloemen bij. Eén van die monumenten staat zelfs in een glazen huis. Er zijn ook nog veel met lappen ingepakte monumenten, die nog ceremonieel moeten worden onthuld. De monumenten worden steeds groter.

De motortaxi’s, fietstaxi’s en tuktuks (tuktuks rijden hier sinds een jaar of twee) mogen niet de binnenstad in en zijn na 7 uur ’s avonds helemaal verboden. We zagen een tuktuk die 10 minuten te laat toch rondreed. Er sprong een voetganger op, die kennelijk de identiteit van de chauffeur wilde achterhalen om aangifte te doen van de clandestiene rit, daar zou hij misschien een centje aan kunnen overhouden. De tuktuk-chauffeur manoeuvreerde met hoge snelheid al slingerend de man tegen de grond en viel bijna zelf om. De man kwam voor de wielen van onze taxi terecht, maar onze auto stopte op tijd! Lachend (wij zouden het als een boer met kiespijn noemen) holde de man naar de kant en hij kreeg de kritiek en het gehoon van anderen over zich heen.

Tijdens de travaux communautairs (verplichte zaterdagochtend werkzaamheden om stad en omgeving schoon te houden) en dagelijks na 6 uur ’s avonds worden auto’s bij roadblocks aangehouden door uniformdiensten. Mensen moeten zich identificeren en auto’s worden gecontroleerd. De geüniformeerden vinden altijd wel een reden om geld te vragen, tot op de luchthaven aan toe. Burundesen gedragen zich heel beleefd en vriendelijk in zo’n situatie, om niet te hoeven betalen, maar als bv je ruitenwisser wat los zit ben je de klos. Wij tonen ons paspoort en visum en eventueel onze papieren met de opdracht voor onze aanwezigheid in Burundi en zeggen beleefd en vriendelijk dat we niet betalen. Veel Burundesen zien liever de gemoedelijke politiemensen, met wie ze best af en toe een praatje maken terwijl de agent op zijn geweer leunt, dan de afstandelijke militairen, die meer met de regeringspartij worden geassocieerd (maar dat is een betrekkelijke band in tijden van machtswisseling). Grote auto’s vol militairen in vol ornaat met wapentuig achterop duwen gewone weggebruikers van de weg als ze met een minister langsrijden en als de president langsrijdt moet iedereen helemaal van de weg en kan je een half uur met een aantal geweren om je heen wachten tot je verder kunt. Dit komt vooral voor in de hoofdstad, maar ook op de weg tussen de hoofdstad en de tweede stad Gitega, waarlangs het nieuwe regeringsgebouw wordt gebouwd door buitenlanders. Het heeft een vergulde koepel en wordt spottend ‘The White House’ genoemd.

We lazen een niet makkelijk te vinden bericht dat er van de week een granaat is ontploft in de stad (Bujumbura), met vijf gewonden als gevolg. We hebben er niets van gemerkt en niemand heeft het erover. In Kivu in Congo is het al maanden gevaarlijker door onlusten als gevolg van het aanblijven van president Joseph Kabila daar. Het al jaren in Congo aanwezige VN-vredescorps MONUSCO (meer dan 16.000 blauwhelmen sinds 1999, de grootste VN-vredesmacht ter wereld, kosten bedragen tientallen miljarden dollars), is aangevallen, waarbij minstens 14 blauwhelmen zijn gedood en een veertigtal is gewond geraakt, volgens de berichten van VN-radio Okapi. De aanval wordt toegeschreven aan de ADF, een rebellenbeweging die actief is in Congo en Oeganda, die de bodemschatten zou willen verdedigen tegen diefstal door andere landen. Het Congolese leger heeft gemeld dat 72 rebellen zijn gedood. In Europese kranten werd hierover ook verslag gedaan. In Kivu zijn verschillende rebellen-milities actief. Wij gaan uiteraard niet die kant op, al is het relatief dichtbij.

In de grootste kerk van Burundi, de Cathédrale Regina Mundi, ofwel de Notre Dame, wordt vandaag groots de jaarlijkse feestdag van St. Paul gevierd. De vele katholieke congregaties waren al dagen aan het vergaderen over de organisatie van deze dag. Verschillende bisschoppen zijn in vol ornaat aanwezig. Maar dagelijks hoor je hier ook protestantse kerkgezangen, urenlange spirituele aanroepingen en in de ochtend en middag de oproep tot gebed voor de moslims. In Bujumbura en elders in het land staan veel kerken, kerkjes en moskeeën, maar er vinden ook gebedsdiensten plaats in de open lucht.

De kersttijd is hier al merkbaar. Echte kerstbomen zijn tegenwoordig verboden vanwege schade aan het milieu, maar van houtjes kan je ook een leuke kerstboom timmeren. Met een ‘Sapin de Noël’, een grote cake in de vorm van een kerstboom, hebben we de paters in het nabije klooster erg blij gemaakt. Het leek al wel kerstavond. We hebben in de stad ook een kerstman gezien en er was een kerstmarktje, vooral voor expats. In de Jardin Publique, zoiets als het Vondelpark in Amsterdam, werd een meerdaags Grote Meren-festival gehouden (à la Hertme in Nederland) met verkoop uit Kenia, Tanzania, Oeganda, Congo, Rwanda en Burundi, inclusief een optreden van de Burundese tambourinairs, de trommelaars, die we ook dagelijks horen oefenen. De tambourinairs zijn tegenwoordig cultureel erfgoed van de UNESCO, met als gevolg dat het nu verboden is om zomaar op te treden. Alleen de originele speciaal geselecteerde trommelaars, die van oorsprong hun basis in het koudere (hoger gelegen) Gitega hebben, mogen nog optreden. In Bujumbura zijn er ook nog officiële trommelscholen.

We doen iedereen de hartelijke groeten en bereiden ons nu bij 28 graden Celsius alvast voor op de sneeuw in Nederland.