25 maart 2018
De Burundese president Pierre Nkurunziza gaat tweeduizend gevangenen amnestie verlenen. Tegelijkertijd heeft hij burgers opgeroepen om meer vaderlandslievend te zijn. Het presidentiële besluit tot amnestie moet vrede versterken en de gemeenschap hechter maken, liet hij weten. Onder de vrij te laten gevangenen zijn zwangere vrouwen, jonge moeders en gestraften met lichamelijke beperkingen. Ook mensen die nog een straftijd van minder dan vijf jaar hebben en mensen die de helft van hun straf hebben uitgezeten krijgen amnestie. De president meldde in een toespraak dat in 2017 al 2576 gevangenen amnestie is verleend. Veel van de gevangenen die nu profiteren van de maatregel waren tegenstanders van de president, die beschuldigd waren van het ondermijnen van de interne veiligheid in het land. Zij hadden in 2015 geprotesteerd tegen de derde ambtstermijn van de president. Inmiddels heeft de minister van Justitie, Laurentine Kanyana, de eerste 740 gevangenen vrijgelaten. Zij zei: ‘Burundi has made strides in prisoner rehabilitation to prevent violence. Now the government is setting up a plan for reintegration of these freed prisoners back into society. The fact that juvenile delinquents were liberated massively and infants who were with their mothers were released is also a sign that we need to educate children outside the prison environment’.
In dezelfde toespraak waarin hij de amnestie bekendmaakte, riep Nkurunziza de Burundesen op om deel te nemen aan het referendum over de grondwetswijziging in mei van dit jaar en de verkiezingen die in 2020 zullen plaatsvinden. Voor een toelichting hierop: zie verder in dit nieuws.
Ander nieuws dat de president zelf meldde was dat de energiecrisis is opgelost door het gebruik van warmte-energie (30 megawatt). De constructie van dammen voor waterkrachtcentrales is op gang en zal nog meer energie gaan leveren, voegde hij toe.
Uit zijn beleidsplan, waar de toespraak in feite over ging, noemde hij verder het consolideren van vrede en veiligheid, terrorismebestrijding en het repatriëren van verbannen Burundese burgers.
Over de voorgenomen grondwetswijziging nog het volgende:
In het wetsontwerp worden de twee vice-presidenten – een van de oppositie en de ander van de regeringspartij – vervangen door een vice-president en een eerste minister. De vice-president krijgt beperkte macht en zal worden gekozen uit een politieke partij en een etnische groepering die afwijken van die van de president. De invloedrijke eerste minister zal door de president worden aangewezen binnen zijn eigen partij. De twee-derde meerderheid die nodig is voor een wetswijziging zal gaan worden vervangen door een gewone meerderheid van stemmen. Dit alles betekent dat minderheidsgroepen er bekaaid afkomen.
Een interessante gedachte in de media is dat het creëren van een machtige positie van eerste minister kan zijn ingegeven om individuen in de heersende partij CNDD-FDD, die zelf het presidentschap zouden ambiëren, tevreden te stellen.
Op dit moment heeft de CNDD-FDD onvoldoende vertegenwoordigers in het parlement om de grondwetswijziging unilateraal goed te keuren. Het referendum maakt het wel mogelijk de wijziging aan te nemen. Het huidige traject om tot een amendering van de grondwet te komen is telkens ontsierd door inadequaat overleg in een situatie zonder politieke vrijheid. Personen die kritiek uitten over de geheime voorbereiding van de wijzigingen zijn lastig gevallen of gearresteerd.
Het Vredesakkoord van Arusha, dat de burgeroorlog van 1993 tot 2005 tot een einde bracht, wordt door deze maatregelen bedreigd. In dit Akkoord was de twee-derde regel ingevoerd om etnische en politieke machtsdeling tot stand te brengen.
Verwacht wordt dat de Afrikaanse Unie (AU) de gelegenheid zal benutten om een standpunt in te nemen over de Burundese crisis, nu de ambtstermijn van Burundi in de Peace and Security Counsil (PSC) van de AU binnenkort afloopt. De vroegere Tanzaniaanse president Mkapa, die vanuit de East African Community (EAC) de vastgelopen inter-Burundese dialoog faciliteerde, heeft al gewaarschuwd dat door de wetswijziging de instabiliteit in Burundi zal toenemen.
De AU heeft weinig invloed gehad op grondwetswijzigingen in ledenlanden. Oeganda, Rwanda, DRCongo, Gabon, Chad en Djibouti hebben hun wetten gewijzigd om de machthebber in het zadel te houden onder of ondanks het toeziend oog van de AU. Artikel 23.5 van de African Charter on Democracy, Elections and Governance verbiedt “any amendment or revision of the constitution or legal instruments, which is an infringement on the principles of democratic change of government”. Burundi heeft deze African Charter nooit ondertekend.
Een onderzoeker van het Institute for Security Studies Africa (ISS Africa) meldt: ‘In many cases, these revisions produce the same result as the power grabs by military regimes through coups d’état. While coups are unacceptable to the AU, there is as yet no precedent when it comes to regimes that stay on thanks to constitutional changes. The AU has also made contradictory statements that send the wrong message to Burundian authorities about democratic values and human rights. A recent example is when the AU in January condemned the International Criminal Court’s (ICC) decision to open an investigation in Burundi.’ Dit zou de AU hebben gedaan omdat Burundi als voorzitter van de PSC dit met gemak kon beïnvloeden en de andere AU-landen de Afrikaanse solidariteit wilden respecteren. Op dat moment heeft de AU de mogelijkheid om de situatie in Burundi te beïnvloeden verspeeld. Nu de voorzittershamer van de PSC eind maart zal moeten worden overgedragen, is iedereen benieuwd wat er gaat gebeuren vanuit de AU.
Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen van openbare media.