Beste mevrouw Kaag

19 mei 2018

Bujumbura

Beste mevrouw Kaag, Geachte Excellentie,

Vanmorgen werd ik wakker met weer een aantal beten op mijn huid van insecten of parasieten die kennelijk door mijn klamboe heen kunnen kruipen en met een artikel in een Nederlandse krant op mijn telefoon. Ik schrok van allebei. Tegenover u als minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zal ik me tot het laatste beperken. En vergeef me dat ik langs deze indirecte weg reageer op niets meer dan een krantenartikel; het is gewoon erg moeilijk om de Nederlandse overheid te bereiken met de vragen die ik heb. Dat lukt me in Burundi makkelijker, waarbij overigens ‘bereiken’ letterlijk moet worden genomen; het betekent niet dat ik er ook resultaten mee bereik.

In het krantenartikel las ik over de plannen voor een nieuwe verdeling van Nederlandse ontwikkelingshulp (dit woord werd gebruikt), waarbij het welzijn van Nederlanders een grotere rol moet gaan spelen. Ook moet er meer worden gedacht aan een handelsrelatie dan aan een hulprelatie, maar dit beleid was door uw voorgangster al ingezet. Verder lezend kon ik toch opgelucht ademhalen, want u wilt uw ministeriële budget voor instabiele focuslanden nabij Europa toch ook blijven aanwenden voor het Grote Merengebied in Afrika zolang daar ernstige armoede en instabiliteit heersen. U wilt blijvend de oorzaken van armoede en terreur bestrijden. U wilt dat Afrikaanse mensen in hun eigen land blijven en daarom zorgen dat ze daar een toekomstperspectief hebben. Termen als geluk zoeken en geluk beproeven worden in media nogal eens als algemeen negatief gebezigd, terwijl het in sommige – uiteraard niet alle, dat weet ik wel – gevallen gaat over het zoeken naar een kans om in leven te blijven. Het Nederlandse hulpbudget moet het zoeken naar ander geluk mogelijk maken en deze mensen onderwijs en werk in eigen land bieden. En het gaat u ook om menselijke waardigheid. U stort ook nog een bedrag in een klimaatfonds om de investeringen in focuslanden duurzaam te maken wat betreft natuur en milieu.

Vanuit de praktijk in instabiel Burundi in het Grote Merengebied, waar we net een triest referendum achter de rug hebben, kan ik u zeggen dat het toekomstperspectief voor een groot deel van de 11 miljoen inwoners erg beperkt is. Dat een Nederlandse stichting hier in anderhalf jaar met een klein budget 56 mensen in 4 eigen bedrijven aan een baan heeft geholpen, is natuurlijk een druppel op een gloeiende plaat; letterlijk in dit geval want het gaat om bakkerijen, maar het blijkt te kunnen. Waarom kunnen we, de stichting, dan uw overheid niet bereiken met onze vragen om dit type hulp en aanverwante handel te bevorderen? Nou ja, we hebben wel een afdeling van het Ministerie van Buitenlandse Zaken kunnen contacten uiteindelijk, al was het niet eenvoudig, maar nee dit type activiteiten past niet in het beleid: de stichting is te klein en is geen bedrijf. Het was veel moeite en voor niets, maar daar kunnen we tegen en we gaan gewoon door: medio april jl. is met hulp van onze vaste en betrouwbare lokale partner en met financiële steun van een aantal warmhartige Nederlanders, na een beroepsscholing voor 14 jonge mensen een vierde bakkerij in de bergen van Burundi van start gegaan.

In 2015 is de verwachtingsvolle socio-politieke situatie in Burundi omgeslagen door een politieke zet van de machtspartij. Dit is niet goed te praten, maar dat Burundi hierdoor onevenredig wordt gestraft vanuit het Westen verbaast me, als ik kijk naar andere Afrikaanse landen. Overzichtsartikelen in de Nederlandse media spreken over het destabiliserende effect van Burundi op omgevingslanden, alsof het alleen om deze Burundese misstap gaat. Dat het ‘onschuldige volk’ hiermee wordt gestraft (ik gebruik deze term bewust), dat veel ngo’s het land hebben verlaten, dat ditzelfde volk desondanks hoopvol vooruit blijft kijken naar mogelijkheden in hun eigen land en dat mensen zich aardig tegenover elkaar gedragen op de militie van de machtspartij na, wordt meestal niet genoemd. Dat wil ik u nu toch vertellen. Burundesen zijn straatarm. Zonder ouderwetse hulp als eerste opstap komen zij niet verder, gaan ze ook snel dood. Dat is mensonwaardig en daar bent u ook tegen.

Bij het recente referendum waren er om welke reden ook geen internationale waarnemers en geen internationale journalisten aanwezig. Ik heb diverse malen een Nederlandse krant benaderd, maar nooit een bericht terug ontvangen. Is Nederland echt nog niet verder dan te denken dat in een Afrikaans land geen armoede heerst als iedereen een mobieltje heeft? Dat hebben ze trouwens niet allemaal. In de bergen, waar 90% van de bevolking woont, moet iemand 2 uur lopen om het mobieltje van die ene kennis te kunnen gebruiken, dat dan misschien niet is opgeladen omdat het enige zonnepaneel 2 uur lopen de andere kant op is. Er leeft een verkeerd beeld over dit stukje van de wereld. Maar al zouden ze het mobieltje wel hebben en al zouden ze wel een internetverbinding kunnen betalen, ze hebben toch het recht om contact met anderen te hebben? Hoe kom je anders aan een liefdevol steuntje bij je ellendige situatie? Hoe kom je anders aan de kennis om je leven misschien anders in te richten, als je niet kunt lezen? Dat is een voorwaarde voor menswaardig leven, wil ik maar zeggen. Net als eten. En dat is er vaak ook niet genoeg. Net als medicijnen, waar in het hele land (net als momenteel in Rwanda) een schrijnend gebrek aan is door iets dat met Europese productie en import te maken heeft. Mensen gaan dood aan malaria omdat ze de door schaarste opgedreven prijs voor een malariabehandeling, nu omgerekend 3 à 4 euro, niet kunnen betalen. Het wordt de malariamug makkelijk gemaakt; die kan uit steeds meer malariapatiënten kiezen om zich vol te zuigen en een volgend slachtoffer te zoeken. Medicijnen en handel, daar kunt u misschien iets aan doen. Eten en banen, daar kunt u misschien ook iets aan doen. Zoals wij broodjes laten bakken voor 1 tot 3 eurocent, waarbij de bakkers nog winst maken ook, dat moet u toch ook kunnen?

Dat milieufonds van u vind ik wel een goed plan, want nu eindigen projectplannen voor de hulp aan en ontwikkeling van mensen nogal eens in de Nederlandse prullenbak als er negatieve milieueffecten aan vast kunnen zitten. Het milieu heeft aandacht nodig, voor een duurzame toekomst. De term duurzaam is echter ook en in de eerste plaats van toepassing op mensen zelf en daarom is het in een land met weinig elektriciteit soms nodig om op hout te koken. Op industrieel niveau lijkt bomenkap me absoluut ongewenst, maar voor het in leven houden van individuen kunt u misschien de noodzakelijke herplant van bomen voor uw rekening nemen of eens een echte elektriciteitscentrale neerzetten uit dat fonds, zodat uw budget voor de handelsrelatie en de steun aan de allerarmsten daardoor niet wordt gekort.

Samenvattend wil ik u vragen om naar Burundi te kijken, concreet te kijken, me niet weer te vertellen dat het focus van Nederland voor Burundi ligt bij alleen moeder-en-kind-zorg. Ik loop met de folders in mijn tas rond om voor te lichten over geboortebeperking en aids, maar tref veel te veel mensen die te hongerig zijn, ziek zijn, niet kunnen lezen, en binnenkort doodgaan met de gedachte dat het hun kinderen net zo zal vergaan. Wat ik u concreet vraag is uw hulp in Burundi bij het opzetten van adequate voedselproductiebedrijven en bij het bevoorraden met voldoende medicijnen, om daarna een stabiele import of misschien ooit een betrouwbare eigen productie van die medicijnen mogelijk te maken. En om kennis te helpen brengen en andere bedrijven in Burundi op poten te helpen zetten, zodat er een economie kan ontstaan. Zo bestrijdt u waarschijnlijk meteen een groot deel van de door armoede gedreven terreur. U zult me naïef vinden met deze vragen, dat mag, maar deze brief is geen uitgewerkt beleidsplan voor Burundi. Dat zou er wel moeten komen.

Ik ga nu een middel tegen die parasietenbeten zoeken, dat zal niet meevallen.

Met vriendelijke groet,

Amy Besamusca – Ekelschot, psychiater
Voorzitter van Stichting Kennis zonder Grenzen

PS
Ik krijg net een telefoontje van een bevriende Burundees die na een ochtend rondlopen ongevraagd het middeltje voor me heeft gevonden. Het kost me omgerekend 17 euro bij een particuliere apotheek, voor klein leed. Ik zal dat gaan kopen en zal een nette factuur krijgen. Misschien wordt het vergoed door mijn Nederlandse verzekeraar. Voor dit bedrag zouden 5 van de duizenden mensen met malaria in leven kunnen worden gehouden; dat is pas naïef.