25 mei 2018
Het wordt hier toch weer steeds stiller. Ik merk dat een dictatuur beleven iets anders is dan erover nadenken. Heel soms lukt het om met een individuele Burundees een gesprek te hebben dat meer informatie oplevert dan de gebruikelijke geruststellingen. Een zacht tegengeluid. Dat lukt in een auto, als de ramen worden dichtgedraaid en de stem heel zacht wordt. Dan weet je zeker dat er niemand in de buurt is, niet een van je vrienden zelfs, die een verklikker kan zijn. Rijden we nabij een militaire post of passeert er een auto, dan slaat de Burundees een hand voor de mond en begin ik snel over een ander onderwerp, bv hoe handig het is dat de kleine busjes tegenwoordig een opschrift hebben met de bestemming. In zo’n gesprek vertelde iemand me hoe vreselijk het is dat de nieuwe wet is aangenomen. Dat nu de verdeling vanuit de bevolking in de volksvertegenwoordiging zal gaan verdwijnen, dat er een dictator zal aanblijven die het land niet ontwikkelt. Het is een slimme zet geweest, de consequentie van een besluitvormend referendum onder zware druk. De president maakte direct na de referendum-uitslag op TV tweemaal een zeer bedreigende opmerking richting tegenstemmers, bij iedere Burundees in de stad inmiddels bekend en doorgegeven aan de mensen in de bergen, waarna wordt gevreesd dat de milities van de machtspartij, de Interahamwe, actiever zullen worden. Er vallen af en toe doden als waarschuwing, wordt me verteld, en daar zijn ook mensen bij die niets met de politiek te maken hebben. Zo werd in april van dit jaar de auto gevonden van een net getrouwde jonge vrouw die niet politiek betrokken was, vlakbij het huis van mijn gespreksgenoot, terwijl de vrouw sindsdien spoorloos is. In Nederland denk je dan meteen aan een zedendelict of roofoverval, maar hier wordt primair de link gelegd met politieke criminaliteit. Mensen zien het als waarschuwing en zijn bang, want je kunt nooit weten of je de volgende bent. Maar als we bij een roadblock worden aangehouden en mijn reisgenoot meldt dat ik de psychiater van het CNPK ben, mogen we verder zonder dat ik mijn papieren hoef te laten zien en met een vriendelijke handdruk. We zeggen er wel bij dat ik uit Nederland kom, want Belgen worden door de bevolking inmiddels gehaat, tot haatvideo’s aan toe. De ex-kolonisator heeft hulpbudgetten in doen trekken, zo voelt de bevolking dat, al is het begrijpelijk dat de corruptie van machtshebbers niet getolereerd kon worden door de financiers.
De hoop die hier van 2000 tot 2010 à 2014 terecht was, is helemaal vervlogen. Inmiddels is hier in 2018 geen baan meer te vinden. Er is geen geldstroom. Expats zijn weggetrokken, de Belgische School is gehalveerd, de leraren zijn naar België teruggehaald. Zelfs in de hoofdstad wordt eten inderdaad schaarser. Wie iets anders verkoopt dan eten, verdient bijna niets meer. In 2015 namen de problemen tussen de regeringen van Burundi en Rwanda, die er al vele jaren waren en in 1972 tot oorlog leidden, weer verder toe, na onderlinge beschuldigingen over actieve milities in elkaars landen. Maar de Burundese bevolking ziet nu naast de dictatuur in Rwanda wel een ontwikkeling, waarbij de mensen minder arm worden. Een ontwikkeling die de Burundesen ontberen. Dat er door Rwanda vanuit Congo ertsen worden gestolen, zoals onderzoeksjournalisten melden, wordt er niet bij gezegd. Dat zelfs Arsenal nu 3 jaar lang door Rwanda gaat worden gesponsord is een reclamestunt waar de president van dat land al jaren erg goed in is. Op kritiek uit Nederland laat hij via een zegsman weten dat Ajax en Feyenoord gewoon niet goed genoeg zijn om te sponsoren, heel ad rem. In Burundi zelf is er geen sprake van ontwikkeling en het verschil tussen heel rijk en heel erg arm is hier nog groter geworden dan het al was. Het land gaat bergaf. Laten we eerlijk zijn, de enige weg omhoog voor beide landen zou toch gerechtigheid zijn.
Van ‘state failure’ in strikte zin is in Burundi geen sprake, want de overheid heeft juist meer dan wenselijk is greep op de bevolking. Bij gebrekkige democratie, dictatuur en terreur zoals hier wordt gesproken van ‘kwetsbare staat’. Het zijn maar termen. Hier en nu is voor de man in de straat de belangrijkste vraag hoe samen te leven in deze ellende. Vroeger kon een Burundees hardop zeggen wat hij dacht, ik heb het tussen 2007 en ongeveer 2014 meegemaakt. Nu in 2018 is de angst- en zwijgcultuur in Burundi zo vergaand geworden als die al jaren in Rwanda was en is. Het zal ons niet weerhouden, integendeel, om de bevolking in Burundi buiten de politiek om met kennis bij te staan; dat is het minste wat we kunnen doen. Het helpen om met kennis ook banen op te zetten is nog mooier. De samenleving hier blijft vriendelijk en onderlinge steun is nog steeds aanwezig. Ik zie en hoor niet alleen over politiek en ellende, ik hoor ook over burenhulp zoals vroeger, over vreugde rond een geboorte, gezamenlijke rouw, blijheid bij een geslaagd examen; het is alleen overdekt met een deken van politiek stof, angst voor verklikkers en ernstiger armoede. Het politieke droge seizoen met veel meer stof dan het vruchtbare regenseizoen zal hier naar verwachting veel langer gaan duren dan het uitblijven van de niet-politieke regen.
Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen uit eigen waarneming, contacten met mensen uit Bujumbura en van openbare media.