Verzoening na genocide

27 december 2019

Joke Hartmans en Joke Oranje interviewden Amy Besamusca in de zomer van 2019 voor het tijdschrift ‘Gender en duurzame vrede’. In december 2019 werd het interview gepresenteerd. De tekst is hieronder integraal overgenomen.

Traumaverwerking en verzoening na genocide

“Verzoening of verbroedering is voor een individu niet gemakkelijk na collectieve agressie zoals genocide. Dat iemand zich de verantwoordelijkheid aanmeet voor iets dat hij niet zelf heeft gedaan (dat de zijnen is aangedaan) en zich hierdoor schuldig voelt, is een universeel psychologisch gegeven. Dat leidt er vaak toe dat een individuele nabestaande een individuele dader niet wil zien. Want wie zou wie in de ogen kijken?”

“Uitgangspunt voor verzoening in een vredesproces is dat mensen met elkaar in het reine moeten komen, en dat lukt niet iedereen. Misschien is het voldoende om met het onreine te leren leven. Je moet immers verder.” Aan het woord is Amy Besamusca, in Nederland opgeleid als psychiater en ook werkzaam als psychotherapeut. Sinds 2007 werkt ze in Burundi. Ze draagt bij aan de opleiding van artsen en verpleegkundigen waar het gaat om het omgaan met traumaverwerking en herkennen en behandelen van psychische ziekten. Aanvankelijk, vanaf 2007, deed ze dit werk drie keer per jaar gedurende drie weken, maar sinds 2016 drie keer per jaar twee maanden. Ze heeft daarvoor haar baan in Nederland opgezegd.
We leren Amy kennen als een dynamische en gedreven persoonlijkheid. Ze vertelt enthousiast over haar werk, terwijl ze ons ophaalt van het station, ons trakteert op koffie en taart en ons haar verzameling van Afrikaanse kunstobjecten toont. Aanleiding voor ons gesprek is haar roman die speelt in Rwanda:‘Een goede geest bestaat niet’. (zie de boekbespreking in het kader).

Hoe ben je betrokken geraakt bij Rwanda en Burundi?
“In mijn werk als psychiater was ik altijd al gefascineerd door de invloed van cultuur en politiek op de belevenis van mensen met psychische problemen of met posttraumatische stress. Ik heb dertien jaar bij defensie gewerkt, ik was de ‘vrijdag-psychiater’. Ik had te maken met militairen die in vredesmissies werkten, de blauwhelmen, die elkaar als groep prima begrepen, maar als individu vastliepen. Het was belangrijk voor hen dat ze collectief erkenning kregen van de staat voor hun rol in het gewapend conflict, vooral ook als slachtoffer van aanvallen, als mens die een collega verloor, die met zijn gevoelens in de knoop raakte, en met hun symptomen van PTSS (zoals flash-backs, agitatie en dissociatie). Uiteindelijk is hun verzoek gelukkig gehonoreerd. Hetzelfde kwam ik tegen in Rwanda en Burundi. Het is belangrijk dat het conflict collectief geduid wordt. Het zou Rwandezen erg helpen als de Rwandese overheid verantwoordelijkheid zou uitspreken over het gebeurde en daarmee het trauma van individuele burgers zou verlichten. Maar dat kunnen we niet verwachten, want de huidige president was zelf in het verleden betrokken bij gewapende acties. Kofi Anan van de VN heeft gelukkig wel spijt betuigd, omdat de VN voor Rwanda en voor Burundi niet echt een goede geest zijn geweest omdat ze niet ingrepen om het geweld te stoppen.
Geboren na de oorlog kon ik profiteren van een goede opleiding, die Marshall-hulp in Nederland mogelijk had gemaakt. Toen ik op mijn vijftiende een auto in een ravijn zag liggen en mijn vader niet wilde stoppen, vroeg ik waarom niet. “Omdat ik toch niet weet wat ik dan moet doen”, zei hij. Toen wist ik dat ik arts zou worden: je moet weten wat je moet doen. Kennis is belangrijk. Jonge mensen in postconflict Burundi krijgen geen Marshallhulp in de mate waarin ik daar voordeel van heb gehad. Onze Stichting heet Kennis zonder Grenzen. Ook bij traumaverwerking is kennis belangrijk. 
Tijdens een vakantiereis naar Tanzania, later, met man en kinderen, raakte ik erg onder de indruk van de mensen in het land. Ik had meer aandacht voor hen dan voor de wilde beesten en de natuurtochten die mijn man en de jongens leuk vonden. Ik zag hoe bijzonder krachtig en zelfredzaam ze waren, terwijl zij zo niet bejegend werden. Toeristen en ontwikkelingswerkers zijn geneigd met hen te praten over wat ze allemaal niet hebben, maar ik zag juist hoeveel ze wel kunnen met weinig middelen. Bijvoorbeeld: toen de stroom uitviel wisten wij niet wat we moesten doen, maar wisten de Tanzanianen in een mum van tijd van alles te regelen. Die houding trok me enorm aan. Ik ben me toen na overleg met het thuisfront gaan voorbereiden om mijn professionele kennis in Afrika te benutten. Bij de eerste opdrachten als vrijwilliger ervoer ik onvoldoende continuïteit en duurzaamheid, tot ik via een NGO in het ziekenhuis kwam te werken. Maar toen de NGO daar door de politieke crisis van 2015 geen Europeanen meer naartoe wilde sturen, heb ik de knop omgezet: ‘Amy gaat voortaan op zichzelf!’”

Waarom Burundi?
“Ik kwam er via een NGO bij toeval terecht. In Burundi zie je verzoening gebeuren. Er is, ondanks de politieke spanningen rond de ambities van de huidige president, een sterke samenhang van de bevolking. Na de genocide in armoede samen voor voedsel zorgen, geeft ook een gemeenschappelijke basis. Het zijn vriendelijke en creatieve mensen, die de tijd nemen om vertrouwen op te bouwen voordat er afspraken worden gemaakt. Ze hebben geleerd om ‘met het onreine te leven’ en gaan daardoor meer ontspannen met elkaar om.
Met de Burundezen waar ik mee werk – we hebben een heel team inmiddels – wisselen we ook bewust culturele gewoontes uit. Wanneer b.v. een arts in Nederland achterover leunt, betekent dat voor een patiënt ‘Ik heb alle tijd voor je’. In Burundi betekent het ‘Ik heb geen aandacht voor je’. En wanneer je bijvoorbeeld wilt uitleggen dat epilepsie niet besmettelijk is, raak je als arts die patiënt aan als bewijs.”

Je hebt dus zelf een stichting opgericht voor je werk?
“Onze stichting, Kennis zonder Grenzen, heeft in Burundi een project opgezet om de zelfredzaamheid van straatjongeren te ondersteunen. In groepen van 14 jongeren (7 jongens en 7 meisjes vanaf 18 jaar) helpen we ze om samen een bakkerij op te richten. Wij betalen hun lokale opleiding, benodigde materialen en de eerste ingrediënten en ook hun eerste jaar zorgverzekering. Uit de opbrengst kunnen ze al snel uitbreiden en innoveren. Dit concrete project werkt beter dan microkredieten, want de hoge rente is in het straatarme land een belemmering voor het lenen van geld. Kennis opbouwen is krachtig: de jongeren leren hoe ze brood kunnen bakken, hoe hygiëne te handhaven, hoe de markt werkt, hoe je de onderneming gaande houdt, hoe je met geld omgaat. Kennis is universeel en heeft geen Hutu of Tutsi kleur. Kennis kan niemand ze meer afpakken. Er zijn nu al 17 van dit soort bakkerijen.”

Hoe deel je kennis over psychologische problemen met een andere cultuur?
“Dat is een leerproces. Iedere cultuur heeft recht op eigen verklaringen voor gedragsstoornissen of psychoses. Je hoort verklaringen over geesten, gif en slangen voor psychische en andere problemen. Als de zieke persoon een disconnectie heeft met de werkelijkheid vind ik het niet waardig om hem/ haar dan maar na te praten en in de waan te laten. Het helpt om te luisteren naar verklaringen, ook van familie en vrienden, vanuit een houding: “die verklaring zou goed kunnen, en je kunt het ook anders zien, namelijk…”. Als je dat uitlegt, worden je diagnose en adviezen geaccepteerd en praten ze heel open over wat zij waarnemen. Daarmee kom je dan weer verder met het verhogen van de zelfredzaamheid, ook bij mensen die in de war zijn. En natuurlijk is het voor een goede diagnose en het toedienen van medicatie ook belangrijk om samen goed te begrijpen wat er aan de hand is.
Ik leid vooral lokale artsen op, maar ook verpleegkundigen en psychologen. Want psychotherapie die uitgevoerd wordt door buitenlanders is in het algemeen geen goed idee. Veel programma’s die door buitenlandse organisaties aangeboden worden zijn te abstract, te kort, willen teveel te snel en zijn met die westerse bril op dan niet duurzaam. Bij genocide blijft het een prangende vraag hoe grote groepen mensen zo opgezweept kunnen raken dat ze gaan moorden: wat speelde er onder de bevolking en welke politieke krachten waren er. Het is nodig om dit te begrijpen, want na die collectieve gekte voelen individuen zich schuldig; het gevoel van schuld wordt alleen niet uitgesproken. Het verinnerlijkt zich en kan tot blijvende haat leiden. Om die reden is verzoenen onmisbaar voor vredesopbouw, en daar draagt de geestelijke gezondheidszorg indirect aan bij.”

Is dat nog verschillend voor vrouwen en voor mannen?
“In Burundi is de gendervraag minder urgent dan in andere landen. Er zijn meer vrouwen in leidinggevende posities, en vrouwen hebben veel te zeggen. De manier waarop vrouwen, maar ook mannen, de verzoening en verbroedering organiseren is sterk geworteld in hun gewoontes. Dit proces gaat langzaam maar het is duurzaam: elkaar na jaren eens voorzichtig groeten, later eens een praatje samen. En in de armoede je eten delen is uiteindelijk een teken van vriendschap, ook al is dan misschien nog niet alles gezegd.”

Psychologisch inzicht in traumaverwerking na genocide
“Voor collectieve agressie zoals genocide bestaan verschillende psychologische verklaringen, waarin (politieke uitlokking van) groepsgedrag steeds een rol speelt”, aldus Amy. “Het betreft complexe psychologische theorieën,
die de basis vormen voor het zoeken naar oplossingen na alle ellende. Bij de uitlokking van (of het niet ingrijpen tegen) genocidaal geweld kunnen mondiaal politieke of lokaal politieke agenda’s overheersen. In Rwanda speelde bijvoorbeeld het ontwijkend gedrag van België, Frankrijk en de VN geen goede rol.”
“Boosheid over onderdrukking of minachting spelen vaak van beide (etnische) kanten ook een rol bij collectieve agressie, maar degenen die uitlokken zijn de grootste schuldigen. Uitvoerende daders beleven tijdens hun daden (collectieve) opluchting of zelfs euforie, maar voelen zich na de genocide (individueel) vaak wel schuldig. En ook bang als ze niet meer beschermd worden door de uitlokkers. Zij moeten hun persoonlijkheid opnieuw uitvinden. In die zin voelen zij zich ook slachtoffers: boosheid en het gevoel geminacht te worden zijn achteraf niet verdwenen bij het individu.”
“Nabestaanden van slachtoffers hebben geen gelegenheid voor normale rouw in de situationele context: aanvankelijk is er nog altijd gevaar ter plekke, of verblijven ze in kampen met dezelfde risico’s als voorheen. Ze zijn ook in emotionele verwarring want ze vragen zich af hun familie of achterban en daarmee zijzelf eigenlijk ook slecht waren. Bovendien voelen zij zich schuldig tegenover hun overledenen omdat zij het wèl hebben overleefd en hun overledenen niet (genoeg) hebben geholpen.”
“Dat processen worden gevoerd tegen uitlokkers van mensenrechtenschendingen, spreekt voor zich. Dit kan bovendien individuele overlevenden (zowel daders als nabestaanden) helpen bij de verwerking van wat is gebeurd. Kleinschalige lokale processen, die parallel plaatsvinden op gemeenschapsniveau op basis van in het verleden bestaande (traditionele) hiërarchische verhoudingen, worden in de samenleving geaccepteerd, maar leveren de daders en nabestaanden meestal niet echt een ‘gemakkelijk’ gevoel op uiteindelijk. Het lokale vonnis, zoals dienstverlening of financiële genoegdoening of het afstaan van een stukje land, kan wel het gevoel geven dat er iets wordt rechtgezet, maar de diepere psychologische problematiek wordt er vaak niet door aangeraakt. Toch moeten de mensen verder met elkaar, of ze kiezen ervoor elkaar nooit meer te zien.”
“Met elkaar verder gaan in een samenleving betekent dat iedereen (want iedereen hoorde immers ergens bij) zich moet voegen. Er zijn mensen die leren om met elkaar in het reine te komen. Zij kunnen goede rolmodellen zijn. Maar er zijn natuurlijk ook veel mensen die psychologisch anders in elkaar zitten en niet verder komen dan met het onreine leren omgaan. Daar is niets mis mee. Van dit laatste noem ik het voorbeeld van langs elkaar heen lopen, na verloop van tijd naar elkaar kijken bij het langslopen, naderhand een knikje geven, bij een volgende keer een voorzichtige groet, en zo steeds verder tot mensen elkaar kunnen gaan aankijken. Je kunt ook samen zwijgen om te verbroederen, zoals in een kerk. In een arme omgeving, waar eten schaars is, is met elkaar samen eten het hoogste goed op meta-communicatief niveau.”
“Posttraumatische stress zie je in Afrika vaak niet zoals in het Westen. In Afrika worden mensen door psychotrauma eerder psychotisch, maar herstellen daar bij een goede en in de context passende psychiatrische behandeling ook sneller van. Wat ik in Burundi zie is dat de samenhang tussen familie en vrienden daar ook toe bijdraagt, net als cultureel passende begeleidingen door adequaat opgeleide Burundese psychologen en beperkte medicamenteuze ondersteuning, terwijl psychotherapie op westerse leest geen duurzaam soelaas biedt.”

Kader
Een goede geest bestaat niet Een Goede Geest Bestaat Niet (2018) is een indringende roman met als hoofdpersoon Victor, een Rwandese vluchteling die in België opgevangen is, daar woont met zijn gezin en werkt als psychiatrisch verpleegkundige. Het boek gaat over wat hij en zijn familie meegemaakt hebben, en over de manier waarop hij zelf daarmee omgaat als overlevende van de oorlog waarin mensen om hem heen bruut afgeslacht werden en waarin geen enkele plek veilig was voor de golf van haat en geweld die het hele land in de greep had.
Victor heeft een Hutu vader en een Tutsi moeder, dus wie is hij eigenlijk? Hoe kan hij zich concentreren als hij telkens angstdromen heeft over wat hij meemaakte? En waarom was hij als jonge man niet bij zijn moeder toen ze vernederd en gedood werd?
Het is een prachtig verhaal, waarin alle culturele details maken dat de lezer zich in kan leven en erin meegezogen wordt. “Want”, zo zegt de schrijfster, Amy BesamuscaEkelschot, “Je eigenwaarde zul je kwijtraken bij geweld, maar je eigen waarden kun je desondanks terugvinden en behouden. Die waarden vormen je geloof in jouw manier van leven. Dat geloof geeft je ook ruimte om te veranderen.”
Te bestellen bij www.kenniszondergrenzen.nl of www.uitgeverijmikschots.nl