31 december 2019
Aan het einde van het jaar staan we graag even stil bij wat we vanuit Stichting Kennis zonder Grenzen (KzG) hebben bereikt en wat dit betekent voor Burundi.
Bij de oprichting van KzG, gericht op kennisoverdracht ten behoeve van Burundi, zijn we in 2014 uitgegaan van het principe van leapfrogging bij kennisoverdracht, dat wil zeggen het uitleggen maar verder overslaan van voor ontwikkeling van een land achterhaalde kennis en het investeren in moderne kennis en kundigheid, die individuen en gemeenschappen geestelijk en feitelijk op een realistische manier kunnen verrijken. De gedachte hierachter was en is nog steeds dat wij in het Westen, na eeuwen met agrarische, wetenschappelijke en industriële revoluties, een gemiddeld kansrijk leven leiden en mensen in leeggeplunderde of gewoon vergeten gebieden hetzelfde gunnen.
Het overdragen van kennis binnen onze gerichte projecten (werkgelegenheid in de voedselketen; toegankelijke geestelijke gezondheidszorg) is succesvol gebleken en heeft ook in 2019 mooie resultaten gehad.
Dit was mogelijk dankzij de financiële hulp van individuen en organisaties, die we hier dankbaar voor zijn. In het afgelopen jaar hebben we zoals gebruikelijk samengewerkt met andere partijen, zonder dat dit leidde tot overheadkosten. Hier is het bestuur van KzG trots op, mede omdat het de stichting onderscheidt van veel andere organisaties. Soms werden projecten deels uitgevoerd onder de naam van andere organisaties, waarvoor de vrijwilligers van KzG onbetaald hun werk verrichtten. Deze activiteiten zijn daarom in de jaarrekening van KzG niet terug te vinden (het jaarverslag van het bestuur en de jaarrekening over 2019 zullen naar verwachting begin februari 2020 op de site kunnen worden geplaatst). Andere activiteiten werden gefinancierd uit giften van Nederlandse donororganisaties en particulieren en hebben een plaats in de jaarrekening.
Maar het zal de lezer zijn opgevallen dat we op de site ook met regelmaat aandacht vragen voor het gebrek aan grootschalige financiële hulp voor Burundi.
De historische wetenschappelijke en industriële omwenteling in het Westen heeft een min of meer exponentieel effect op de groei van kansen kunnen hebben, omdat hierin kon worden geïnvesteerd. Het kapitalisme heeft als politiek-economisch stelsel, met herinvesteringen in een vrije markt, de rol van overheden beperkt. In een positief licht gezet levert dit enorme vrijheid op voor mensen, maar in een negatief licht beschouwd wordt er gesproken over ongelijke machtsverhoudingen tussen kapitaalbezitters en arbeiders. Hoe dan ook kiezen kapitaalkrachtige investeerders voor projecten die de meeste winst opleveren en zij kiezen dus niet voor investeringen in armoedig Burundi, waar 90% van de bevolking afhankelijk is van een klein stukje grond (dat heet ‘grondbezit’) en ‘zelfvoorzienende’ landbouw, die zonder machines 365 dagen per jaar werk vraagt voor een opbrengst van 55 dagen eten. Hoe kom je dan aan de mogelijkheid om je kennis succesvol om te zetten en om je kerosinepitje om te ruilen voor een LEDlamp of zonne-energie waarbij je echt licht krijgt en veel langer kunt werken of leren? Leapfroggen over technologische fasen die in het Westen inmiddels als ongewenst of inefficiënt bekend staan zou enorme invloed hebben op de levens van mensen in Burundi, maar zonder investeringen lukt dat niet. Zelfs nog niet als duidelijk is dat de nieuwste technieken groener, duurzamer en relatief goedkoop zijn, omdat er in Burundi geen economie is en dus geen consumenten zijn.
Technologie kan goed leiderschap niet vervangen.
David Pilling schreef over leapfrogging en ontwikkeling in Afrika (Financial Times, 13 augustus 2018): Van de wereldbevolking woont 16% in Afrika, maar volgens de Wereldbank heeft Afrika slechts 2,8% van de stroomgeneratoren die de wereld rijk is. Slechts 37% van de bevolking in sub-Sahara Afrika heeft toegang tot elektriciteit, terwijl er 600 miljoen mensen in het donker zitten. Hoe zit het dan met de resterende pakweg 15%?
Er bestaat een rapport uit de industriële wereld, meldt Pilling, waarin wordt aangegeven dat 73 miljoen huishoudens, voornamelijk in Afrika, sinds 2017 toegang hadden tot zonne-energie: in één klap van geen elektra naar groene energie en dat is leapfrogging. Ook bij achterblijvende economische systemen kan technologie helpen om versneld te ontwikkelen, geeft hij aan, maar hij relativeert dit direct door te stellen dat de landbouw- en de gezondheidssector niet alleen de potentie maar ook de tekortkomingen van technologie laten zien. En technologie kan goed leiderschap niet vervangen: technologische innovatie is een essentiële kracht voor structurele economische groei, maar om dit te realiseren is financiering van industrie, infrastructuur en opleidingen nodig.
Dus hoe kan een Burundees de macht van een overheid inperken als hij geen geld heeft?
Burundi heeft nauwelijks een middenstand. Mensen gaan dood van de honger, al decennia lang. Kleinschalige agrarische verbeteringen tot stand helpen brengen ‘kan nooit kwaad’, maar doe je er goed mee als mensen dan misschien 110 dagen eten hebben in plaats van 55 dagen per jaar? Het is niet genoeg. Er is grootschaliger financiering nodig.
Hoe kan het Westen democratie afdwingen in Burundi zonder geld?
Historisch gezien was het Westen net als Burundi: een samenleving met onderlinge steun van familie en gemeenschap, waarin kerkgemeenschappen een plaats hebben, waar cliëntelisme de één hulp en de ander bescherming biedt en waar vriendschap en trouw hieraan zijn verbonden. Het Westen ontwikkelde eeuwen geleden financiële markten, onder andere met grondstoffen van elders. Met Westerse financiële hulp ontstond er in het begin van deze eeuw in Burundi een economische groei, maar het was van korte duur omdat de financiering in 2016 werd stopgezet wegens politiek wanbeleid. Wat doet het Westen nu met Burundi? Is het Westen nu de patroon die democratische vriendschap en trouw verlangt van een Burundese overheid die niet in staat is om een evenwichtig moreel gezag neer te zetten? Dat zou toch juist om financiële bescherming vragen? Maatschappelijke verbintenissen in Burundi getuigen van het vermogen om liefdevol samen te leven, zonder de druk van een klok of agenda (wat ook kan betekenen dat je 15 uur achtereen steentjes staat te hakken, wat niet echt een eerlijke baan is), maar socio-politiek geweld en gebrek aan eten – gewoon eten! – maken het dagelijkse leven vaak mensonwaardig. Armoede is niet romantisch. Daarom vestigt KzG ook de aandacht op de noodzaak van grootschalige financiële steun aan Burundi. Dit kan KzG niet zelf bieden, maar dat kunnen rijkere overheden en filantropen wel. Dat kunnen grote ondernemers ook. Europa inclusief Nederland heeft de keus gemaakt om financiële steun aan de Burundese overheid voorlopig stil te zetten, maar dit heeft op geen enkele manier geleid tot staatkundige of economische verbetering. De opwaartse spiraal tussen 2010 en 2015 is in duigen gevallen en het land is zelfs bijna failliet en kan geen voedsel meer importeren. Het staken van de financiering vanuit het Westen was desastreus.
Burundi staat niet vaak in de Westerse aandacht.
Het land is geen brandhaard, maar kan dat gemakkelijk wel worden. Wat niet breed bekend is, is dat het allang een brandhaard is: er zijn overstromingen, daklozen en grote aantallen wezen, en er is al heel lang bittere armoede en voedselgebrek (blijkens ook de wereldranglijst) zodat er veel mensen sterven. KzG gaat ook in 2020 door met het vragen van aandacht voor Burundi en met de lopende projecten. Hiertoe zal ook worden samengewerkt met internationale organisaties voor geestelijke gezondheidszorg, die de door KzG opgeleide leraren inzetten voor de broodnodige kennisoverdracht.