Amakuru maki?

1 november 2016

In Burundi gaat de regentijd nu eindelijk beginnen. De stad is levendig als voorheen, alleen zijn er meer verkeersproblemen, onder andere omdat één van de grote verkeersaders buiten gebruik is. De brug is er ingestort en ook op de vervangende route is de brug kapot gegaan. Verder zijn er hier en daar belangrijke straten afgezet. Wanneer regeringsleden zich verplaatsen met hun begeleiders, wordt bovendien alle verkeer op de route stilgelegd. De in het verleden afgebrande markt biedt nog altijd een treurige aanblik. Ernaast zijn wel weer fruitstalletjes gekomen en het busstation aan de voorzijde is weer in gebruik. Er is een nieuwe markt gebouwd in een andere wijk van de stad, wat een belangrijke faciliteit voor de stad is. Voor de verkopers zijn de kosten voor een marktstal helaas behoorlijk gestegen. Het aantal studenten in de hoofdstad is in de afgelopen anderhalf jaar gereduceerd tot ongeveer 20 procent en een aantal docenten is, net als vele anderen, werkeloos.

Het leven is hier niet makkelijker geworden. Gelukkig zijn er toch ook positieve ontwikkelingen. Zo heeft de internationale organisatie OPDE (OEvre humanitaire pour la Protection et le Developpement de l’Enfant en difficultés) goede leerwerktrajecten opgezet voor straatkinderen. Zij leren een vak dat ze zelf mogen kiezen (uit ongeveer tien beschikbare projecten), als ze hun motivatie in een selectieprocedure kunnen aantonen. Het motto van de OPDE is: Wie een kind redt, redt de wereld. Ook heeft deze organisatie in samenwerking met verschillende buitenlandse donateurs in het binnenland eenvoudige werkprojecten voor weduwen, die zonder inkomen hun gezin niet kunnen onderhouden. Vanwege het toegenomen gebrek aan eten richten veel werkprojecten zich op voeding, landbouw en de verwerking van landbouwproducten. Het land is economisch voor het grootste deel afhankelijk van landbouw en onderlinge handel. Er is geen export, dus er komt nauwelijks buitenlands geld binnen. Een aantal NGO’s is vertrokken. Bij heel harde wind of een te heftige regenbui kan de oogst in één klap verloren gaan. Daarom zijn microkredieten voor de landbouw in feite geen optie. Bovendien is het land te arm hiervoor. Wel komt er meer hulp van de IOM (International Organization for Migration) om terugkerende vluchtelingen en IDP (internally displaced people) te ondersteunen. De IOM werkt onder andere aan de opzet van ‘network households’, een coöperatief systeem zoals in het dorp Mageyo waar het visproject van Stichting Kennis zonder Grenzen nu zelfstandig draait (zie Nieuws van 21 oktober 2016 op deze site). Het is een goede methode om de reïntegratie van veel mensen tot stand te brengen.

De mensen blijven altijd bijzonder vriendelijk, zowel in de stad als in de heuvels en bergen. Het vermogen om te lachen hebben ze behouden. Vaak wordt gevraagd: Amakuru maki (meza)?, ofwel Welk (goed) nieuws is er? Onze stichting werkt aan de uitbreiding van samenwerking ten behoeve van kennisoverdracht, wat hopelijk meer kans op banen met zich mee zal brengen. Vooral de jongere generaties hier hebben veel belangstelling voor uitbreiding van hun kennis. Verder werken we in het kader van de openbare gezondheidszorg rechtstreeks aan de ‘renforcement des capacités’, door een bijscholingsproject voor verpleegkundigen en artsen.

Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen door eigen waarneming, van openbare media en van bekenden uit Burundi.