Mensenrechten

26 juni 2014

In de centrale gevangenis Mpimba in Bujumbura verblijft Pierre Claver, zo is hij bij de Burundesen bekend. Zijn achternaam is Mbonimpa. Een statige grijze man in een groen gevangenisjasje dat hij draagt als een keurig colbert. Een groen uniform betekent dat hij op het buitenterrein mag werken, iets waarvoor gevangenen zich op een met prikkeldraad afgezet deel van het binnenterrein verdringen, hopend dat hun naam wordt afgeroepen, elke dag. Dat hij 150 euro kon bijbetalen voor zijn verblijf betekent dat hij een eigen kamer heeft. Hij heeft zichtbaar ook lotgenoten die bij hem in dienst zijn, wat in Burundi niet meteen betekent dat dit niet deugt. In ieder geval wordt de aangereikte zak met zeep, koffie, melkpoeder en andere etenswaren snel overgenomen door een andere gevangene. Pierre Claver zat in 2004 in de gevangenis en zag hoe slecht het er was gesteld. ‘Kijk’, zegt hij, ‘we hebben in tien jaar al veel bereikt. We hebben een televisieschotel en kijken net als de hele wereld naar het voetbal.’ Hoe je met meer dan 2000 gevangenen naar twee of misschien drie televisies kunt kijken is niet duidelijk. ‘En we hebben nu ook radio. Maar wat nog niet goed is geregeld is de gezondheidszorg hier.’ Duidelijk iemand die ervaring heeft met het geven van interviews en die beseft dat hij nu met een dokter spreekt.

Mpimba is geen fijne plek om te zijn. Overbevolkt (gebouwd voor 500 mensen). Gevangenen die zich misdragen, worden met een stok geslagen tot ze rustig zijn. In het afgelopen jaar is er een staking geweest waarbij gevangenen de archieven met hun gegevens in brand hebben gestoken. Daarbij is een gevangene doodgeschoten. Er is weinig ruimte, weinig schaduw, weinig eten, weinig zorg, veel stank en veel herrie. De betekenis van het woord ‘lompen’ dringt hier pas echt tot je door. Er lopen ook drugsverslaafden en psychiatrische patiënten rond. Iemand die geen 1500 euro kon betalen die deel uitmaakte van de hem opgelegde straf moet daardoor na acht jaar nog eens zeven jaar zitten voor een misdaad die in een psychose is begaan.

Er lopen naar verluid drie blanken rond. Naar wordt verteld een wegens seksueel geweld, een wegens drugsbezit en een die op het vliegveld is aangehouden met mensenschedels in zijn koffer. Zeg me dat het niet waar is, zoveel jaar na het verschijnen van ‘El negro en ik’ van Frank Westerman.

Pierre Claver had dit jaar volgens de pers een uitspraak gedaan over jonge mensen die voor een van de politieke partijen hier een militaire training krijgen net over de grens. Daarvoor is hij opgepakt, hij zou de staat in gevaar hebben gebracht. Op de radio wordt soms een liedje gezongen over een schaap dat wordt gestraft omdat het vlees heeft gegeten. Maar schapen eten geen vlees: het is een protestlied om Pierre Claver te steunen. Bij een van de strandtenten aan het meer werd een optreden van een populaire groep door de politie afgebroken, omdat niet duidelijk was of de verhullende Burundese taalgewoontes in dit geval ook in een protestsong waren verpakt.

Het eerder afgebrande archief wordt nu herbouwd, het is bijna af. Elders worden gaten in het karig aanwezige dak gerepareerd. Een groep gevangenen krijgt door een NGO voorlichting over geboortebeperking, ze zijn muisstil. Malariagevallen worden in een statistiek bijgehouden door de zes verpleegkundigen die hier werken. Pierre Claver zal op 4 juli a.s. worden berecht. Dat wordt ook op de radio bekend gemaakt. Amnesty International in België voert een actie voor hem. Hij zegt dat hij eens een week in Nederland is geweest op uitnodiging van de regering en dat de Nederlandse ambassadeur met hem begaan is. Hij vindt het goed als zijn woorden van vandaag op internet worden gezet. Het zou relevant zijn als ook de Nederlandse kranten daar belangstelling voor hadden.