Een kind onder de evenaar

26 juni 2014

Een kind onder de evenaar, het Nederlandse liedje, moet met velen delen. De gezinnen zijn groot, wat betekent dat de ouders veel monden te vullen hebben. Doordat ze veel kinderen hebben, blijven ze arm, zeggen meer ontwikkelde mensen. Er gaan verhalen dat de overheid gratis koeien heeft neergezet in het land, waarmee lokale coöperaties tegen een redelijke prijs melk kunnen verkopen, en de mest kan worden benut voor de kleinschalige landbouw. Later blijkt dat de overheid dat heeft kunnen doen met geld van ‘weldoeners’. Het blijft een goed initiatief, waardoor de armoede moet afnemen.

Een kind onder de evenaar krijgt zijn levensgeluk meestal niet cadeau. De overheid financiert gratis scholing, maar levert de schooluniformen en de kwaliteit van onderwijs er niet bij. In de heuvels gaan daarom niet alle kinderen naar school en zeker niet de hele dag, want ze moeten de leraren delen in ochtend- en middagshifts. In de stad is er meer keuze aan lager en hoger onderwijs, maar zeker niet goedkoop. Ouders die door actief te zijn een baantje konden vinden en langzaam kunnen opklimmen zijn de ergste armoede voorbij zijn. Zij kiezen voor particulier onderwijs, waar bij voorkeur ook Frans wordt geleerd. Dat kost volgend schooljaar ineens geen 75 euro meer per kwartaal, maar 100 euro. Dat is het gesprek van de dag bij het optreden van kinderen bij het feest ter gelegenheid van het einde van het schooljaar. De kinderen hebben er niet minder plezier om in de chaos van zoeken van stoelen en omroepen van namen in de brandende zon. Ze spelen uitgelaten net als Nederlandse kinderen, vaak samen met hun neefjes en nichtjes die op dezelfde school zitten omdat ze allemaal dicht bij elkaar wonen en hun ouders dezelfde keuzes maken.