Vraagstuk

16 juni 2018

‘Sawa sawa,’ roept de man als ik de winkel uitloop met een lampje dat op zonne-energie werkt. Ik had hem nog een prettige dag gewenst en met zijn opmerking, gevolgd door ‘miliweh neza’, wenst hij mij dat ook. Ze bestaan hier wel, die lampjes, uit China. Niemand hier heeft vertrouwen in Chinese producten en mensen hebben meestal geen geld om ze überhaupt te kopen. Maar ik heb geen keus, mijn Nederlandse veel duurdere exemplaar is kapotgegaan. Ik loop verder de Avenue de la Mission door, samen met vele anderen. Ik zie een kind onder de schurft, dat in de schaduw van een te smal stuk hout probeert de zon te pareren. Hij zit hier altijd. Hij bedelt niet eens, want mensen weten wel dat hij daar zit om geld op te halen. Burundesen geven hem soms wat. De weeshuizen in Bujumbura willen hem niet hebben, want hij heeft een moeder. En die exploiteert hem. Ik zie ook een kind met mismaakte ogen. Ellende is hem aangedaan door andere mensen, maar Burundesen denken dat hij een akelige ziekte heeft. Dit kind loopt met een doek op zijn hoofd om te zon uit die holle plekken in zijn gezicht te houden, terwijl een vrouw, misschien zijn moeder, hem de goede kant opduwt en haar hand ophoudt naar voorbijgangers. Dit gruwelijke fenomeen is, al komt het niet vaak voor, erger dan albino zijn, want albino’s leiden in Burundi tegenwoordig vaak een gewoon leven tussen buurtgenoten. Deze kinderen met hun ‘akelige ziektes’ geven het beeld weer van de akelige ziekte van Burundi: de armoede. Dit is wat armoede met mensen kan doen. Een kind op inhumane manier mismaken of behandeling onthouden.

Buitenlandse organisaties hebben dikwijls kritiek op Burundi, wat begrijpelijk kan zijn als het bestuurlijke aspecten betreft. Op de mensen kan je op individueel niveau ook kritiek hebben en dat moet bij dit soort individuele excessen zeker. Maar de basis van armoede en gebrekkige economie, gebrek aan eten en drinken, gebrek aan alles eigenlijk, leidt tot doffe ellende. Europa zou dit vergeten land meer onder de aandacht kunnen brengen. De mensen hebben hulp en voorlichting nodig om een menswaardig bestaan tot stand te brengen in plaats van met een mismaakt kind naar de stad te sjokken, waar wel wat geld is, om zo aan eten en geld te komen.

Er zou aandacht moeten zijn voor bestuurlijke, economische, humane en milieu-aspecten. Voor het stijgende water in het Lac Tanganyika, dat allerlei illegaal gebouwde huisjes bedreigt. Natuurlijk moeten we praten over de negatieve gevolgen van erosie, over opbouwen van duurzaamheid, over andere zaken. Toch vraagt duurzaamheid in de eerste plaats om aandacht voor het leven hier en nu met individuen die dagenlang nog geen maniokstengel kunnen bemachtigen en zich kapot sjouwen om te kunnen behoren tot de categorie mensen ‘met toegang tot schoon drinkwater’. Als je 3 of 4 uur per dag nodig hebt om 5 liter drinkwater in je huisje te krijgen, sta je in de goede kolom van de statistieken… In Burundi is nog veel te veel armoede en gebrek aan water, eten, kennis en toekomst. Burundi is niet alleen een herinnering aan een oorlog in 1972 en een oorlog in 1993, Burundi is een land vol mensen in dikwijls erbarmelijke omstandigheden. Maar Burundi kan ook een mooi voorbeeld zijn in de wereld soms. In Bujumbura zijn wijken met een enorme diversiteit, zoals Bwiza, waar juist die diversiteit tot grote veiligheid leidt. Geen opruiing, geen criminaliteit daar. De enkeling die een auto heeft, doet die niet eens op slot. Wat een verschil met het standpunt dat in Nederlandse kranten recent werd verwoord, over onveiligheid door diversiteit in wijken.

Het armoedige land wordt te klein voor zoveel mensen en de stad met iets meer welvarendheid kan niet iedereen uit het binnenland huisvesten. De luxe hotels en villa’s voor buitenlanders detoneren met de leefomstandigheden van het grootste deel van de bevolking, zelfs als ze leegstaan omdat veel buitenlanders zijn vertrokken na 2015. En nu hoor ik ook nog dat er organisaties zijn die vinden dat Burundi teveel ontwikkelt om nog verdere hulp te krijgen… Dit is niet te bevatten, want Burundi is Rwanda niet.

Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is verkregen uit eigen waarneming, gesprekken met mensen in Burundi en van openbare media.