28 januari 2022
Het jaar 2021 verliep met veel nieuws over de Covid-19 pandemie, ook voor Burundi waar besmettingen niet goed worden geregistreerd volgens velen, maar het aantal besmettingen enorm stijgt volgens inwoners van het land. Inmiddels weigert het land toegang aan ongevaccineerde immigranten. Maar er was ook ander nieuws. Enkele berichten over internationale veranderingen met betrekking tot Burundi stippen we hieronder aan.
Relatie met het Westen
In het begin van 2021 werden besprekingen gehouden over het opheffen van de sancties tegen Burundi. Hieraan werd actief deelgenomen door o.a. de ambassadeurs van Duitsland, Frankrijk, België en Nederland. De sancties waren in 2016 opgelegd naar aanleiding van de verkiezingen in 2015, toen toenmalig president Nkurunziza zich herkiesbaar had gesteld wat volgens velen onwettig was. Hij werd herkozen, maar het verkiezingsproces werd benoemd als een niet vrije keuze voor velen. Wanneer een burger niet ging stemmen verloor hij zijn rechten en kansen omdat hij werd uitgeschreven als inwoner van zijn regio. Het stemmen op Nkurunziza werd gecontroleerd en ook werd gerept over andere frauduleuze aspecten.
Nadat in 2020 de nieuwe president Ndayishimiye was gekozen overleed Nkurunziza, die in feite de sterke man achter Ndayishimiye zou blijven. Door dit overlijden moest Ndayishimiye eerder worden beëdigd dan voorzien. Geleidelijk aan werd nadien vastgesteld dat er minder dwang en meer vrijheid ontstond in het land. Ook verbeterde Ndayishimiye al snel de relaties met andere landen, waarbij vooral de relatie met Rwanda en Tanzania van groot belang is. Al is niet iedereen overtuigd van voldoende vrijheid en veiligheid (in het bijzonder de oppositie die in het buitenland verblijft maakt gewag van het tegendeel), voor westerse landen was er voldoende aanleiding om vertrouwen uit te spreken. Op deze basis werden de besprekingen over stapsgewijs herstel van financiële hulp gestart. “Its high time we close the chapter of 2015 to 2020, so we discussed a lot on issues regarding human rights, justice, good governance and co-operation,” sprak Burundi’s minister van Buitenlandse Zaken Albert Shingiro in april 2021. Toch is bijvoorbeeld de persvrijheid nog niet volledig hersteld en de VN-rapporteur voor mensenrechten die in oktober 2021 werd benoemd, wordt niet in Burundi toegelaten.
Voor de sancties bedroeg de hulp van EU-lidstaten bijna de helft van Burundi’s jaarbudget. Verwacht wordt dat de EU nu 67 miljoen euro zal investeren in Burundi voor energie, landbouw en gezondheid. Maar zeker is dit nog niet. “The dialogue is going on well and we hope that this will continue as the Foreign Affairs minister is expected to visit EU headquarters in Brussels very soon,” zei Claude Bochu, de ambassadeur van de EU in Burundi.
Gemeld is dat de sancties averechts hebben gewerkt voor de Burundese economie, en 65 procent van de bijna 12 miljoen Burundezen in extreme armoede hebben gestort, met het laagst denkbare niveau voor regionale en internationale handel.
Ook de VS onderneemt stappen ten gunste van Burundi. Enkele dagen na een bezoek van de Amerikaanse ambassadeur Melanie Higgins aan president Ndayishimiye in november 2021, ondertekende Amerika’s president Biden het document om sancties op te heffen. Het betrof Executive Order “Termination of Emergency With Respect to the Situation in Burundi”, gebaseerd op eerlijke verkiezingen, afname van geweld en hervormingen. Enige tijd hierna toonde Ndayishimiye grote ambities voor Burundi binnen de VN.
Aan persvrijheid in Burundi wordt nog altijd getwijfeld door mensenrechtenorganisaties. De voormalige VN-onderzoekscommissie en burgergroeperingen in Burundi vermoeden dat er ook na het aantreden van president Ndayishimiye in juni 2020 nog sprake is geweest van politieke arrestaties.
Relatie met Rwanda
Ezechiel Nibigira, Burundi’s minister voor Oost-Afrikaanse Zaken, meldde in november 2021 dat er goede vooruitgang wordt geboekt in de relatie tussen Rwanda en Burundi. Deze relatie was jaren slecht en sinds 2015 zeer slecht geweest. Vooral werd aangegeven dat het gezamenlijke beleid voor vrede en veiligheid sterk was verbeterd. De minister gaf hierbij aan dat vrede en veiligheid de fundamenten zijn voor het opbouwen van ontwikkeling in elk land. Nibigira noemde een aantal positieve stappen die niet in officiële rapporten van de East-African Community (EAC) zijn genoteerd, maar wel aan de orde zouden zijn geweest:
“I want to recall that Burundi made effort to help Rwanda when the terrorists who were preparing to attack Rwanda were arrested and they were handed over to Rwanda, two times (in juli 2021 leverde Rwanda rebellen uit aan Burundi en in oktober 2021 leverde Burundi rebellen uit aan Rwanda, KzG). This is a very good progress we are making. And Rwanda, they handed over terrorists who attacked Burundi. This is a very good gesture that they (Rwanda) made.”
De minister noemde ook dat er hulp is gekomen van leden van de EAC om de sancties van de EU ongedaan te maken. “This shows that as a community we are moving together. I want to encourage each and everybody so that this spirit may last for long. This is the spirit that will help our community to move forward and to become very strong.”
Vanuit zowel Burundi als Rwanda wordt de bilaterale relatie als progressief en hoopvol benoemd, vooral nadat de Rwandese minister van Buitenlandse Zaken op 1 july 2021 naar Burundi reisde om 59 jaar onafhankelijkheid mee te vieren. In september 2021 spraken de ministers van Buitenlandse Zaken van beide landen met elkaar ten tijde van de vergadering van de VN in New York. Zij benoemden een traject naar normalisatie van de onderlinge relatie.
Overige relaties binnen het Grote Merengebied
In het afgelopen jaar zijn er vanuit Rwanda, Burundi en Oost-Congo initiatieven genomen door lokale experts om misdaden tegen te gaan en hun wetten te harmoniseren om straffeloosheid tegen te gaan. Het primaire doel is om Oost-Congo te ondersteunen bij het verminderen van misdaden, maar alledrie de landen in het Grote Merengebied zullen ervan profiteren. “A special international tribunal look into these crimes is interesting, but it is not enough, because it is necessary to be closer not only to the victims but also to the perpetrators, so as to provide a response that is best adapted to the context and local realities,” aldus Margaux Wipf, coordinator van dit juridische Sub-Sahara-programma.
Burundi zou Oost-Congo inmiddels met militaire troepen ondersteunen.
In Burundi zelf
Binnenkort is het 50 jaar geleden dat in Burundi de genocide van 1972-1973 begon. Dit was op 29 april 1972 in de zuidelijke provincie Rumonge; het begon met aanvallen op Tutsi’s. Repressie van de meerderheidsgroep van Hutu’s volgde onder de eerste president van de republiek, Michel Micombero. De Truth and Reconciliation Commission (TRC) van het land heeft deze genocide in een recent rapport aan het parlement beschreven als genocide tegen de Hutu’s. De voorzitter van de TRC, Pierre Claver Ndayicariye, meldde dat bijna 700 massagraven waren gevonden. Hiervan zijn er nu een kleine 200 geopend, gaf hij aan, en hierin zijn menselijke resten gevonden van bijna 20.000 slachtoffers.
“We have a feeling of satisfaction but not total satisfaction. Especially since this is only a step, a step that has opened up the truth, a step that has shed light on an event that had been hidden for a long time” was de reactie van François-Xavier Nsabimana, voorzitter van het Collective of Survivors and Victims.
Op de TRC is in Burundi kritiek geuit, omdat niet de meer recente genocide van 1993 is onderzocht. Deze begon in 1993 en had meer dan 250.000 doden en een miljoen vluchtelingen tot gevolg. Tussen 1993 en 1999 nam het etnische geweld enorme vormen aan. De TRC wordt verweten de daders van deze laatste genocidale periode uit de wind te houden.
Verantwoording:
De informatie die is gebruikt voor dit bericht van Kennis zonder Grenzen is afkomstig uit openbare media.